‘De paardensport heeft het afgelopen jaar grote stappen gemaakt’

Marummer steekt hoofd boven maaiveld als manager wedstrijdsport KNHS

MARUM/WESTERKWARTIER – 2021 wordt een spannend jaar voor Gerard Arkema. De in Marum woonachtige paardenliefhebber gaat bij de KNHS aan de slag als ‘manager wedstrijdsport’. Daarmee steekt Arkema willens en wetens zijn hoofd boven het maaiveld. ‘Er wordt veel op de KNHS gelet’, weet hij. ‘Maar ik heb zin in deze uitdaging. Het is mooi dat ik straks volledig werkzaam binnen de paardensport ben.’

Als mede-eigenaar van Dressuurstal de Haarhof in Marum staat Arkemadagelijks met zijn voeten in de klei. Daarnaast vervult hij tal van vrijwilligersfuncties binnen de sport en was hij onder meer jaren voorzitter van Stichting Westerkwartier Paardenkwartier. Ook reist hij regelmatig internationaal mee met dochter Margot, die op hoog niveau actief is. ‘Ik ben dan groom, zoals dat zo mooi heet. Een soort verzorger, al heeft het feitelijk meer om het lijf’, zegt Arkema. ‘Je kunt het zien als een soort manager. Wat ik op buitenlandse trips doe? Vooral wachten, haha. Vaak zijn we een week op pad, terwijl de wedstrijd van mijn dochter maar een paar minuten duurt. Dan moet je in de tussentijd vooral zorgen dat je alles goed geregeld hebt en je je niet verveelt. Hoort er ook bij.’

De paardenwereld is dus geen onbekende voor de Marummer. ‘Ik loop al zo’n vijftig jaar mee in de paardensport’, schat hij in. ‘Er zijn weinig vrijwilligersbaantjes die ik in de loop der tijd niet vervuld heb. Dan is het mooi dat ik nu, op mijn zestigste, mijn geld mag verdienen binnen de sport. Dit voelde als een kans die ik moest grijpen.’

Zijn overstap naar de KNHS houdt in dat Arkema de RDW na 34 jaar achter zich laat. Het contrast is groot, zo weet hij. ‘Ja, het gaat om een hele andere organisatie. Bij de KNHS heb je te maken met leden en regio’s. Het is een beetje een politieke organisatie zelfs, met een bestuur en ledenraad die ergens over oordeelt. Daarbij heb je ook nog een organisatie van ruim honderd man personeel.’ In niets te vergelijken met de organisatie van de RDW. ‘Daar werken we als ICT-afdeling bestaande uit ruim 350 ICT’ers behoorlijk in de luwte, terwijl je bij een organisatie als de KNHS met je hoofd boven het maaiveld komt. Emoties en passie liggen dicht aan de oppervlakte. Iedereen vindt wel wat van de KNHS.’

En toch liet Arkema zich niet afschrikken. Toen hij zag dat men iemand zocht met een duidelijke achtergrond in de paardensport, leek de vacature hem op het lijf geschreven. ‘Het ontbrak de laatste jaren nog wel eens aan paardenmensen’, weet Arkema. ‘Dat is wat anders dan mensen met een paard: er zit een groot verschil in. Toen ik de vacature zag, dacht ik: volgens mij kan ik dat wel. Daarbij heb ik er nu 34 jaar opzitten bij het RDW. Als ik nog iets anders wil, moet het nu.’

Arkema gaat zich bij de KNHS volledig richten op de sportzaken. Een taak die volgens KNHS directeur Theo Fledderus ‘veel management kwaliteiten en brede kennis van de paardensport’ vergt. ‘Het lijkt me onzettend leuk  dat ik straks het organiserende werk met mijn passie kan combineren’, zegt Arkema. ‘Het is een baan die op papier 38 uur in beslag neemt, maar dat zal in de praktijk ongetwijfeld anders zijn. De paardensport wordt vooral in het weekend beleefd. Het scheelt dat ik in het weekend toch vaak al op pad ben voor de sport. Dus daar maak ik me totaal niet druk om.’

De paardenwereld is aan verandering onderhevig, ziet Arkema. Daarbij haalt hij de tegenstelling tussen paardenmensen en mensen met een paard aan. ‘Die laatste groep groeit, terwijl de eerste groep kleiner wordt’, meent hij. ‘Vroeger hadden de boeren een paard. De zoons en dochters van die boeren, verenigden zich in clubs. Als boerenzoon kan ik erover meepraten.’

Maar juist op die ontwikkeling moet je als KNHS inspelen, vindt Arkema. ‘Niet alleen de mensen in de paardensport proberen te bedienen, maar ook de paardenliefhebber die liever niet aan wedstrijden meedoet. We hebben hele goede jaren gehad, maar nu is het moeilijker. De clubs zijn minder vanzelfsprekend als voorheen, om maar eens iets te noemen. De sport wordt ondertussen individueler en professioneler, er zijn minder mensen die de sport nog beoefenen. Hoe betrek je hen bij het geheel?’

Het antwoord ligt volgens Arkema bij de maneges. ‘De paardensport is duur. Dat is een feit. Eén voordeel: er gaat zoveel tijd in die hobby zitten, dat je weinig tijd hebt voor andere bezigheden. Maar als KNHS wil je alle liefhebbers bij de bond betrekken. Wat je nu bij de pony’s ziet, is dat veel potentiële sporters “blijven hangen” op de manege. Dat wil zeggen dat zij niet de stap maken om serieus in de sport door te gaan. Dat kan komen omdat de ouders het een te dure hobby vinden, bijvoorbeeld. Maar om ze toch kennis te laten maken met de sport en het wedstrijdelement, zijn er nu proefjes met wedstrijden op de manege. Zo vergemakkelijk je het instromen. We staan aan de vooravond van online-proeven waarmee we een bepaalde doelgroep kunnen laten kennismaken met het wedstrijdelement.

Die laatste opmerking verdient uitleg. ‘Het coronavirus zorgt ervoor dat we een sprong hebben moeten maken met digitalisering. Men kan bijvoorbeeld thuis proeven rijden en opnemen en die laten beoordelen door een jurylid. Daar werd al langer over gesproken, maar nu is daar extra vaart achter gezet’, zegt Arkema. ‘We zagen het ook bij de live-wedstrijden. Het klinkt oneerbiedig, maar de wedstrijden werden een soort Mc Donald’s. Deelnemers kwamen aan, reden hun proef en werden beoordeeld door een jurylid. Geen prijsuitreiking en zonder klassement. Dat is voor veel sporters hartstikke goed bevallen. Dan hebben het over de sporters die het vooral voor zichzelf doen. Dan gaat het puur om meetmomenten, kijken waar ze staan. Voor de sporters die het juist voor het wedstrijdelement doen en houden van de onderlinge competitie, is dit niet de ideale manier. Maar we hebben in ieder geval veel opgestoken van deze Corona-periode. We hebben gezien hoe het ook kan.’

Straks werkt Arkema vanuit het epicentrum van de Nederlandse paardensport: het NHC in Ermelo. Een ‘state of the art’ centrum van waaruit de gehele vaderlandse sport wordt geregeld. ‘Een prachtig complex’, zegt Arkema. ‘Al ziet het er, zo zonder evenementen  en publiek op dit moment, wel erg treurig uit. Volgend jaar vindt het WK jonge Dressuurpaarden er weer plaats. Het is momenteel doodzonde dat er niet gereden wordt in zo’n decor. En nee, ik snap dat ook niet altijd. Bij grote wedstrijden als Jumping Amsterdam en Indoor Brabant maakt het publiek het evenement, maar bij veel wedstrijden is dat anders. Waarom zou je die niet, onder de geldende richtlijnen, door laten gaan. Ik snap het hoor, de sport wil één lijn trekken. Maar ik geloof dat er meer mogelijk is onder de huidige maatregelen.’

Per 1 januari 2021 begint Arkema in zijn nieuwe functie. ‘Ik heb er ontzettend veel zin in. Een nieuwe stap, waar ik zeker naar uit kijk.’