De School in Beweging, een succesformule?

0
335

“Als kinderen bewegen, onthouden ze dingen beter”

STREEK – In 2016 is in de voormalige gemeente Grootegast gestart met het project ‘De School in Beweging’. Een initiatief dat kinderen op de peuterspeelzalen en basisscholen moet stimuleren om meer te bewegen. Daarnaast helpt het project eveneens om allerlei sporten te ontdekken. Op dit moment zijn elf basisscholen en drie peuterspeelzalen in de gemeente Westerkwartier bij het project betrokken. Door het extra geld dat de gemeenteraad dit jaar voor het project beschikbaar heeft gesteld, hoopt De School in Beweging dit jaar meer scholen te overtuigen. En dat lijkt een succes. Inmiddels heeft het project de interesse gewekt van meerdere scholen in de gemeente Westerkwartier.

Projectleider van De School in Beweging is Astrid Witte. Een aantal jaren geleden kwam zij met het idee om kinderen van jongs af aan meer te laten bewegen. “Dat idee kwam tot stand, omdat blijkt dat kinderen tegenwoordig niet meer over de motorische vaardigheden beschikken, die ze horen te hebben”, laat Astrid weten. “En het ontwikkelen van de motorische vaardigheid van kinderen is juist ontzettend belangrijk”. Daar wilde Astrid graag wat aan doen. Samen met Jaap Witte, Joke Walma en Hans Stroes kwam het project De School in Beweging tot stand. Het project werd, voor de gemeentelijke herindeling, gesubsidieerd door de voormalig gemeente Grootegast. “Maar inmiddels hebben we ook voor dit jaar een begroting gekregen van de gemeente Westerkwartier”, gaat Astrid verder. “Eind vorig jaar hebben we onze plannen kenbaar gemaakt en heeft de raad geld beschikbaar gesteld voor ons project. Dat is natuurlijk hartstikke mooi”.

Zoals gezegd moet het project ervoor zorgen dat de motorische vaardigheden van kinderen op jonge leeftijd worden verbeterd. Om dat te bewerkstelligen, gaat Joke acht tot tien keer per jaar op de school langs om daar het bewegen te stimuleren. “Op deze manier willen we een echt beweegklimaat creëren”, laat Joke weten. “De strekking is eigenlijk om kinderen de hele dag door te laten bewegen. Zo willen we van de pauze bijvoorbeeld een speelkwartier maken en willen we taal- en rekenles op het schoolplein geven. Er zijn ontzettend veel manieren om te leren tijdens het sporten. Zo is er bijvoorbeeld een vorm dat kinderen kunnen rekenen tijdens het hinken en is het mogelijk dat leerlingen het verschil leren tussen de ‘ou’ en ‘au’ met een balspel. Spelenderwijs leren dus. En het mooie is dat kinderen vaak niet eens door hebben dat ze leren”.

Leren, sporten en lol maken in één dus. Een geweldig initiatief, maar is het werkelijk zo succesvol? “Uit onderzoek is gebleken dat kinderen dingen beter onthouden als ze sporten”, vertelt Stroes. Als vakspecialist is hij nauw bij het project betrokken. “Op deze manier worden namelijk vele zintuigen ingezet tijdens het leerproces. Hierdoor blijft veel meer hangen dan wanneer dat niet het geval is. ‘Embodied learning’, is de vakterm hiervoor”. Het project is op verschillende peuterspeelzalen en basisscholen in de regio al geïntroduceerd. Om te kijken of de methode daadwerkelijk effect heeft, worden de motorische vaardigheden van de kinderen gevolgd. “We merken dat er echt vooruitgang is”, laat Jaap weten. “Zo’n achttien jaar geleden is landelijk gemeten dat 80% van de kinderen voldeed aan de motorische vaardigheden die voor kinderen gelden. Bij de start van ons project was dat bij 30% van de kinderen het geval. Inmiddels is dat percentage gestegen naar 39%. Met een geringe inspanning, door slechts acht tot tien keer per jaar bij de scholen langs te gaan, hebben we al zoveel bereikt”. Dit jaar willen de initiatiefnemers van het project meer scholen bereiken. Door het budget dat de gemeenteraad beschikbaar heeft gesteld, kunnen 1750 leerlingen deelnemen aan het project. “Dat betekent dat er nog zo’n drie tot vijf scholen bij kunnen”, vertelt Astrid. Verantwoordelijk wethouder Elly Pastoor vult aan: “Wel heeft de Provincie Groningen ook aangegeven onder de indruk te zijn van het project. Wellicht krijgen we hier ook nog een subsidie van, maar dat is nog even afwachten”. Er is dus een hoop enthousiasme, zowel bij de provincie, de gemeente als bij de leerlingen. Ook de scholen zelf zien een hoop kansen. “Het project zorgt ervoor dat leerlingen iets leren, maar de leerkrachten ook”, laat Astrid weten. “Als Joke op de scholen langskomt, raken de groepsleerkrachten geïnspireerd. Zij zien dan dat leren en bewegen gemakkelijk gecombineerd kunnen worden. Dat weten zij vaak niet, omdat er nog weinig uitgewerkte methodes zijn. Nu moeten we het vooralsnog doen met ideetjes. We merken dat scholen enthousiast zijn over ons project en dat ze ook echt wat willen doen om de motorische vaardigheid bij de leerlingen te willen verbeteren. Ze willen bewegen meer integreren in de schooldag en wij hopen hen daarbij te kunnen helpen”.

Op scholen wordt momenteel ook gesport tijdens bijvoorbeeld pauzes. Maar hier merkt Joke het een en ander over op. “Vaak is dit namelijk voetbal”, laat ze weten. “En daar doen ook alleen de jongens aan mee. Door de spellen die wij doen, wordt iedereen gestimuleerd. Dat zie ik ook als ik bij de scholen ben. Steeds meer kinderen komen meedoen en zijn enthousiast”. Daarnaast wijst Joke er ook op dat het gedrag van de leerlingen verandert: “Vanuit scholen krijgen we terug dat groepjes leerlingen die vervelend zijn in de klas, heel anders zijn als er bewogen wordt. Ook na de les kunnen deze kinderen gelijk lekker bezig, omdat ze hun energie kwijt zijn. Hiermee neemt ook de effectieve leertijd toe”, aldus Joke.

Naast het bewegen op scholen, willen de betrokken van De School in Beweging ook het bewegen na schooltijd stimuleren. Tot begin dit jaar was hiervoor alleen een sportsubsidie via het Jeugdfonds Sport & Cultuur beschikbaar voor kinderen vanaf 4 jaar, maar inmiddels is er ook een subsidie voor jongere kinderen. “En dat is juist heel belangrijk”, laat Astrid weten. “Want juist 2/3 jarigen hebben beweegbehoeften. Ouders zijn altijd heel voorzichtig en kinderen hebben zelfs helmpjes om in de box. Maar je leert door te bewegen, te vallen en blauwe plekken om te lopen. Wij roepen daarom iedereen op om van jongs af aan te bewegen”.

Wethouder Pastoor is nauw betrokken bij het project en ook zij is heel enthousiast. “Het is een geweldig programma en ik ben ontzettend blij dat de raad een budget beschikbaar heeft gesteld voor dit project”, laat ze weten. “Als wethouder heb ik jeugd, gezondheid, sport en bewegen en voedsel in mijn portefeuille. Ik probeer altijd de verbinding te zoeken tussen deze onderwerpen en met dit project is dat mogelijk. Uit de bijeenkomsten die we eind vorig jaar hebben georganiseerd over het Lokaal Sportakkoord, kwam naar voren dat onze inwoners het belangrijk vinden dat bewegen bij jonge kinderen wordt gestimuleerd. Middels De School in Beweging wordt dat mogelijk gemaakt. Het project wordt daarom ook in dit akkoord opgenomen. We zijn goed op weg en ik hoop dat zoveel mogelijk scholen zich bij het project aansluiten”.