Gaat het CDA zichzelf weer opbouwen de komende vier jaar?

‘Blijf toch bij jezelf, dat is je grootste kracht’

WESTERKWARTIER – Het CDA heeft harde klappen te verduren gehad sinds de verkiezingen. De partij ging van vijf naar drie zetels en besloot vervolgens zelf de deur richting deelname aan een coalitie dicht te gooien. De partij, een echte bestuurderspartij, moest met dit besluit ook wethouder Hielke Westra laten gaan. Na een wisseling van fractievoorzitter moet Reinette Gjaltema de kar trekken in een periode waarin de partij grote uitdagingen voor zich ziet liggen. Wie gaat namelijk in de voetsporen van Jan Willem Slotema treden na deze vier jaren? Is de wisseling van de wacht tussen Gjaltema en Geertje Veenstra een goede keuze? En is deze laatstgenoemde nog op haar plek in de partij? Deze vier hoofdrolspelers zijn eensgezind dát er een toekomst voor de partij is. Deze partij blijft dichtbij haar kernwaarden en kiest niet voor de waan van de dag. Kwaliteit is waar het om draait, pronken is van ondergeschikt belang. En dan is het toch weer aan de inwoner die over vier jaar in het stemhokje staat.

In de 17,5 jaren die Jan Willem Slotema al actief is als raadslid heeft hij nog nooit in de oppositie gezeten. Dit alleen al zegt alles over de situatie van het CDA. De partij is in onbekend vaarwater terecht gekomen. De stabiele middenmoter is bekend als bestuurderspartij, maar bestuurt niet mee. De gemeenteraadsverkiezingen lieten het CDA bekaaid achter. Een verlies van vijf naar drie zetels. ‘Dat is een aderlating’, aldus Slotema. ‘Het doet zeer aan alle kanten.’ Onverwacht ook, noemt Hielke Westra het feit dat zijn wethouderschap nu na vier jaar zal stoppen. ‘Rationeel hou je hier rekening mee, maar ik kan eerlijk zijn: ik heb het er wel moeilijk mee.’

Niemand van het viertal twijfelt aan de partij die ook landelijk veel te verduren kreeg. ‘Ik kan eerlijk zijn’, vertelt Westra, ‘ik voel me ook niet altijd thuis bij mijn partij op landelijk niveau. Maar een aantal kernwaarden blijven recht overeind staan.’ Hij noemt de partij verbindend, een term die ook Slotema direct noemt als hij de grote kracht van de partij moet benoemen. Gjaltema heeft het ook over de kernwaarden waarbij Westra zich thuis voelt. ‘Die passen bij hoe ik ben als mens’, aldus Gjaltema stellig. Zonder uitzondering benoemen deze vier hoofdrolspelers het CDA als een bestuurderspartij. ‘Als je kijkt naar onze leden, ook mensen van de partij elders in het land, dan hebben ze vaak een achtergrond als bestuurder’, vertelt Gjaltema. Desondanks werd er vrij vlot na de verkiezingsnederlaag op eigen initiatief besloten dat de partij niet aan een coalitie wilde deelnemen. ‘Er zijn hele intensieve gesprekken hierover gevoerd. Maar al snel waren we het eens: we hebben rust nodig en duidelijkheid en we wilden ook het pad vrijmaken voor andere partijen.’ Andere partijen die het CDA duidelijk wél bij een coalitie wilden hebben. ‘Niet iedereen vond dit nodig, nee’, beaamt ze. ‘Hadden wij gezegd: we doen mee aan de coalitie, had het misschien wel niet zolang geduurd. Het zegt natuurlijk wel wat dat er mediation nodig was.’ Ook bij het CDA waren er de twijfels over VZ als coalitiepartner. ‘Veel van onze leden zeiden: wij zijn altijd een bestuurderspartij geweest, waarom dan deze keuze? Maar laat VZ het ook maar eens laten zien. De afgelopen periode hebben ook wij veel meegemaakt dat ze ‘ja’ zeiden en ‘nee’ deden. Je kunt je afvragen of je op die manier wil en kan samenwerken.’ Volgens Westra is het feit dat VZ haar coalitiepartners regelmatig verraste, niet van doorslaggevend belang geweest. ‘Het was helder dat als we wél de coalitie in zouden gegaan dat er dan een gesprek moest worden gevoerd op welke manier je wilt besturen. Ook wij zijn regelmatig verrast. In het College zijn we altijd goed in gesprek geweest met elkaar, maar het is toch jammer te lezen dat Geertje Dijkstra onlangs in een interview dan zegt dat ze zich alleen voelde in het College. Dat had ik graag gehoord.’ Slotema weet ook dat er vaak eens ‘geslikt moest worden. We zeggen weleens: met VZ in de coalitie heb je geen oppositie nodig. Ja, met mediation hadden ook wij wellicht er anders over gedacht’, stelt hij nu vast. ‘Maar als je een beslissing hebt genomen, kom je daar niet met hangende pootjes op terug. Bovendien: stop maar eens tien kikkers in een kruiwagen. Probeer die als één partij maar eens daar te houden. Dat wordt nog een hele uitdaging.’ De grootte van VZ noemt Veenstra ook als reden om sowieso de deur richting een coalitie dicht te gooien. ‘Je hebt een partij van tien zetels waar je naast moet staan, hoeveel ruimte krijg je dan om werkelijk van betekenis te kunnen zijn?’’

Afscheid Hielke Westra

Niet meedoen aan een coalitie betekende luidde direct ook het afscheid van Hielke Westra als wethouder in. Een consequentie die zonder uitzondering als zeer jammer wordt ervaren. ‘Het CDA heeft hele goede bestuurders geleverd die echt wat hebben kunnen betekenen en daar is Hielke natuurlijk één van’, vindt Slotema. ‘Hij is een ras-wethouder. Als ik die hoor praten, denk ik: daar gaat wat verloren. Ondanks dat wij een keus hebben gemaakt, had ik het niet erg gevonden als een andere partij hem als wethouder had gevraagd, zodat hij niet verloren was gegaan voor het Westerkwartier.’ Gjaltema noemt het ‘heel lastig’ dat Westra nu niet terugkeert in de politiek. ‘Hij was de laatste jaren hét gezicht van het CDA’. Westra blijft lid van het CDA, maar zal straks niet meer politiek actief zijn. ‘Ik vind dat je als oud-wethouder niet direct kunt terugkeren in de raad’, meent hij. ‘Dat heeft dan nu als consequentie dat ik helemaal van het toneel verdwijn.’

Zonder Westra blijft er slechts het drietal Gjaltema, Veenstra en Slotema over om zichtbaar de kar te trekken. Onlangs ging het fractievoorzittersstokje over van Veenstra naar Gjaltema. ‘De meerderheid van de fractie beslist’, aldus Veenstra die moest wennen aan haar nieuwe positie. ‘De basis in onze partij is niet op orde en dan kun je dus ook niet standvastig deelnemen aan een coalitie’, meent ze daarbij. Ook Slotema geeft aan dat de wisseling wennen was voor de betrokkenen. ‘Geertje is niet meer ons boegbeeld; vanuit de fractie maak je je keuze. Het is goed om een keertje te wisselen, maar voor Geertje is dit wennen. Ze deed het goed, maar wisseling van de wacht kan ook vernieuwing brengen.’ Hij spreekt over een fractie die elkaar goed aanvult. Nieuwe fractievoorzitter Gjaltema hangt niet zo aan haar titel. ‘Je moet het met elkaar doen.’ Veenstra ziet in de situatie wel kansen voor de partij. ‘Die kernwaarden zijn heilig, die moeten we als CDA neerzetten. Wij hoeven als CDA niet te veranderen, we moeten terug naar wie we zijn. Ik geloof echt nog in het CDA, maar we zijn heel veel sterke mensen kwijt.’ Ze refereert daarmee onder andere aan Annejet Jansma en Jacob Bos die besloten niet langer politiek actief te zijn voor de partij.

Landelijk effect

Onlangs evalueerde de partij haar verkiezingsnederlaag. Zonder twijfel werd daarbij natuurlijk het landelijke effect aangestipt. ‘De momenten dat we de straat op konden, werd ik regelmatig aangesproken op landelijke personen’, vertelt Gjaltema. ‘Mensen zeiden me: ik kan dat hoofd van die Hugo de Jong niet meer zien. Dat landelijk op ons afschijnt weten we. Maar we zijn natuurlijk ook gewoon hartstikke lokaal.’ Voor haar gevoel kan een lokale partij ook makkelijker een potje breken. ‘Voor mijn gevoel denken de kiezers echt: die lokale partij die is er echt voor míj. Maar dat is niet reëel. Wij zijn er voor alle inwoners. We nemen de beslissingen niet voor de buurman op de hoek, maar voor grote groepen mensen.’ Slotema heeft dat gevoel ook, dat een lokale partij minder snel afgerekend wordt. ‘Een lokale partij heeft niet te maken met een landelijk bestuur en kan haar eigen ding doen. Toch zijn er heel wat dingen die zij opperen, die niet door gaan. En toch worden ze daar niet op afgerekend.’ Ook Westra ziet dat de landelijke situatie de lokale verkiezingsuitslag niet heeft geholpen: ‘Als het landelijk goed gaat met de partij, dan profiteer je daarvan en nu het landelijk slecht gaat, worden we erin meegesleept. Deze uitslag ligt echt niet alleen aan lokale inzet.’ Alleen Veenstra nuanceert dit effect: ‘We hebben natuurlijk de vruchten geplukt van het landelijke effect, maar voor de ChristenUnie geldt dit niet. Ik denk dat we met lef moeten laten zien waar we voor staan. Zet niet in op zoveel mogelijk stemmen halen; we moeten terug naar wie we zijn. Het vraagstuk na de verkiezingen moet zijn: wie ben je, waar wil je heen en wat zijn je kwaliteiten.’ Ook het andere drietal denkt dat het CDA zichtbaarder en duidelijker kan zijn. ‘Eén van de leerdingen is: waar sta je nu voor. Rentmeesterschap, een betere wereld, maar wat is dat nou echt?’, aldus Gjaltema. ‘We moeten dat uitspreken en in begrijpelijke taal. Misschien hadden we ook zichtbaarder kunnen zijn. Onze campagne heette: duurzaam verbindend. Duurzaam betekent daarbij ook duurzaam omgaan met campagnematerialen. Billboards zijn slecht voor het milieu, dus kozen wij voor digitaal campagne voeren, maar nu horen we: het Westerkwartier was niet groen genoeg.’ Volgens Slotema zit dit ook in de cultuur: ‘niet pronken. Misschien treden we te weinig naar buiten met de dingen die we goed doen. Ik ben er trots op hoe we in het CDA altijd klaarstaan voor een medemens. Dat heb ik ook sterk meegenomen vanuit de kerk: er zitten ramen in om naar buiten te kijken en de deur is open om naar buiten te gaan en je werk te doen. Het zit me na aan het hart: omzien naar andere mensen. Ik ben aaibaar en benaderbaar; wordt elke dag gemaild en gebeld. We doen heel veel werkbezoeken. Maar de kiezer heeft het niet gezien. Ik kan weleens jaloers zijn op andere partijen die direct er staan: ‘hier moet wat gebeuren’. Ik hoef niet de eerste te zijn, maar zou wel graag bij één van de eersten zitten.’ Net als Veenstra meent Westra dat de grootste kracht van de partij toch zit in het dichtbij zichzelf blijven. ‘Je verloochent jezelf als je een andere stijl hanteert, dan wat we nu doen. Zijn we niet uitgesproken? Noem het genuanceerd. Een uitspraak is echt een uitspraak; wij kennen de mitsen en maren. Maar als we vooruit kijken, denk ik: blijf bij jezelf, dat is je grootste kracht.’ ‘Ik weiger onecht te zijn’, stelt ook Veenstra heel duidelijk. ‘Ik geloof in jezelf zijn, die echtheid zien mensen heus wel.’ Ze wil zeker verder bij het CDA. ‘Het voelt alsof ik nog een taak heb in de gemeente. Het liefst doe ik dat in een fractie die geolied loopt, maar ik voel me gesteund door de mensen die op me gestemd hebben. Laten we ons ook realiseren’, vervolgt ze, ‘dat 53% van de inwoners gestemd wat ook betekent dat 47% níet gestemd heeft. Stel dat je dit filtertje op elk onderwerp legt wat we behandelen; iedereen die er iets van vindt eens vraagt óf ze gestemd hebben én of ze terecht kunnen bij hun eigen partij. Ik neem de beslissing mét jou, omdat jij op mij gestemd hebt.’

Toekomst

‘Het wordt lastiger met een kleinere fractie. We doen enorm veel werkbezoeken, elk mailtje wordt beantwoord’, bedenkt Westra zich. ‘Het wordt dé opgave om mensen aan de partij te binden die iets voor de partij kunnen betekenen. We moeten die verbinding blijven zoeken.’ Ook Slotema, die nu echt aan zijn laatste raadsperiode begint, beseft zich dat de aanwas cruciaal is. ‘Tijdens de campagne zijn er mensen naar boven gekomen met veel kennis, die ik stuk voor stuk graag aan de fractie toe zou voegen. Mensen met een nieuw elan, nieuwe ideeën en ook nog meer verspreid over het gebied. Hopelijk kunnen we die bewaren tot over vier jaar.’ Ook Gjaltema ziet graag nieuwe aanwas. ‘Het is een uitdaging om mensen bij de politiek te betrekken. We vergrijzen als partij, willen graag verbreden. En jeugd? Ja, we zijn een afspiegeling van de maatschappij en daar hoort jeugd bij.’ ‘Ik hou ervan frisse denkers te hebben’, vertelt Veenstra. ‘Zelf had ik ook nooit gedacht dat ik politiek actief zou kunnen worden. Je moet ook eens buiten je eigen kaders denken.’

Of ze na deze vier jaar nog een raadsperiode in wil gaan, durft ze niet te zeggen. Een kandidaatstelling als wethouder sluit ze niet uit. ‘Ik merk dat mijn hart in de politiek ligt. Het wethouderschap vind ik zeker ook interessant. Je moet eerst ervaring opbouwen, ik weet nu hoe de hazen lopen.’ Slotema ziet zijn eerste periode in de oppositie positief tegemoet: ‘We zijn nu niet ineens overal tegen. Ik hoop wat aan te kunnen vullen en positief mee te denken. Je bent er voor de inwoners van het Westerkwartier. Je hebt meer te bouwen als te slopen.’ Ook Gjaltema staat er strijdbaar en positief in. ‘Wij zijn niet de partij die leeft voor de waan van de dag. De basis ligt er wel. We hebben ons stinkende best gedaan, maar in het stemhokje is toch een andere keus gemaakt.’