Hendrik Oudman over ‘de jonker die dronken langs de straat liep’

ZUIDHORN – Hendrik Oudman uit Zuidhorn duikt regelmatig de geschiedenisboeken in om onderzoek te doen naar verhalen van vroeger, waarbij hij veel aandacht heeft voor de Westerkwartierse geschiedenis. Zo vertelt hij ditmaal het verhaal van ‘de jonker die dronken langs de straat liep’. Het gaat om Edzard Unico de Hertoghe (1763-1812), telg uit een van oorsprong Zuid-Nederlands adellijk geslacht.

 
“Aanvankelijk zaten de Hertoghe’s op Feringa in Grootegast, maar later verkasten zij naar de borg Rikkerda in Lutjegast”, vertelt Oudman. “Edzard’s vader Daniël Onno de Hertoghe was een ervaren bestuurder – had deze provincie vertegenwoordigd in de Staten – Generaal in Den Haag en wilde dat weten ook – en ondernemer. Hij begon een vervening ten zuiden van Grootegast. Daniël stierf in 1774. Hij liet zijn tweede vrouw Anna Habina Tjarda van Starkenborgh, een Oostfriese uit Middelstewehr ( ten noorden van Emden) achter met een zoontje Edzard Unico (1763) en een dochtertje Elisabeth Anna (1766). Edzard groeide op tussen twee vrouwen. Zijn moeder beheerde de familie bezittingen tot haar dood. Het schijnt een kordate zo niet dominante vrouw te zijn geweest”.

Oudman weet dat Edzard rechten ging studeren in Groningen. Of hij deze studie afmaakte, is niet bekend. “Zijn moeder schoof hem de boerderij Boekstede (Buikstede) op het Westerzand toe. Op die manier kon hij als eigenerfde uit Sebaldeburen op de landdag (voorloper Provinciale Staten) verschijnen. Verder heeft een keer zijn zegel onder een akte gehangen. Dat is alles. Bestuurlijk stelde hij niets voor. Overigens was het na de komst van de Fransen in 1795 gedaan met de bevoorrechte positie van de adel. Hij had zich ook kunnen bezighouden met het beheer van zijn erfdeel, maar dat deed zijn moeder”.

In 1786 trouwde Edzard, toen 23 jaar oud, met Alegonda Clant van de Hankemaborg in Zuidhorn. Hij was toen nog minderjarig. “Meerderjarig werd je toentertijd op je 25e”, zegt Oudman. “De reden van dit trouwen is niet bekend. In ieder geval bleef dit huwelijk kinderloos. Het stel woonde in een bovenwoning in de Herestraat in Groningen. Moeder de Hertoghe woonde ook in de Herestaat en wel in het grote pand op de zuidoost hoek  Herestraat, Hoogstraatje. Komend uit de Gelkingestraat zie je hoe groot dat huis is.  Rikkerda zal voornamelijk in de zomer zijn bewoond. Dat deed de adel in die tijd. Zomers naar buiten, ’s winters knus in de stad. Dat was ook het vergaderseizoen”.

Edzard Unico vergaderde niet zoveel. Hij zal weinig om handen hebben gehad. Om de tijd te doden kon je gaan wandelen, een ritje op je paard maken, de nodige visites afleggen en gaan kaarten in de kroeg. “Voor een jonge man een nutteloos bestaan. En waarschijnlijk was ook hier ledigheid des duivels oorkussen. Wat hij ook deed of niet, het zal het huwelijk niet ten goede zijn gekomen. In 1799 wilde zijn vrouw van hem af. Het lag allemaal aan hem. Wat dat was, wordt er niet bij verteld. Scheiden kon je toen op twee gronden: aantoonbaar overspel (dus een kind) of kwaadwillige verlating. Andere redenen waren niet toegestaan. De zogenoemde grote leugen, het geveinsde overspel, werd pas in 1883 door de Hoge Raad erkend. Dat alles was hier niet aan de orde. Het ging om een scheiding van tafel en bed.  Men ging uit elkaar, de goederen werden gescheiden maar men bleef getrouwd! Of het allemaal aan hem lag, kun je betwijfelen. Zijn ex trouwde na zijn dood nog eens. Met een veel jongere man. Dat werd ook niks”, aldus Oudman.

1799 schijnt voor Edzard een dramatisch jaar te zijn geweest. Eerst overleed zijn moeder en vervolgens verdween zijn vrouw van tafel en uit bed. Kort daarna (1801) vond zijn zusje het nodig om hem onder curatele te stellen. “De reden hiervoor was dagelijks overmatig gebruik van sterke drank, waardoor hij tot spot en verachting van iedereen was geworden”, legt de Zuidhorner uit. “Dat duidt op openbaar dronkenschap. Bovendien zou hij niet in staat zijn erfdeel te beheren. Binnen de kortste keren zou Rikkerda met de nodige boerderijen weg zijn. Mooi zo’n zorgzame zus”.

Maar toch zit er een andere kant aan dit verhaal. “Edzard had geen kinderen, maar wat als hij opnieuw trouwde? Wat als een huishoudster bij Edzard in Lutjegast – hij woonde daar tot zijn dood in 1812 –  “op berre kroop’’ en hem trouwbeloften aftroggelde? Dan had hij overspel gepleegd en kon het huwelijk echt eindigen. Zijn ‘’ex’’ kon ook plotsklaps overlijden en dan was de weg voor een tweede huwelijk eveneens vrij. Stond Edzard onder curatele dan was hij juridisch minderjarig en kon hij niet zonder toestemming van zijn curatoren trouwen. En de voornaamste  curator was Gerhard Alberda van Menkema, doctor in de rechten en zijn zwager. Die zou nooit in een huwelijk toestemmen. Hetzelfde voor het maken van een testament. Zo had zuslief als toekomstig erfgename de buit binnen. Wellicht kon het haar niet zoveel schelen dat broer aan de drank was. Hoe eerder hij zich dood zoop, hoe liever. Maar Edzard’s zus rekende buiten de waard. Zij stierf in 1810 op 44 jarige leeftijd. Of Edzard  daar zo rouwig om was, is niet bekend. Wellicht heeft hij er nog een stevige borrel op genomen”.