‘Iets typen en uit de printer laten rollen is niet hetzelfde als drukken’

Verzot op de drukkunst


GROOTEGAST – Het begon met het LEGiO museum. Henk Roede wist verzamelaar Richard Topelen over te halen zijn collectie tentoon te stellen in het oude pand van LEGO Nederland. Daarna volgden het Victory Museum en de Museumdrukkerij. Henk Roede, voorzitter van de Museumdrukkerij, is trots op het Museumplein in Grootegast.
‘Komende Pasen bestaat het LEGiO museum zes jaar, de andere twee musea zijn er inmiddels ook al weer drie jaar gevestigd. We hebben in 2019 rond de 27.000 bezoekers gehad. En dat is voor een dorp een hele prestatie. Zonder de verplichte sluitingen waren het er in 2020 wel 30.000 geweest, denk ik. Toen we begonnen hoopten we op 7000 bezoekers per jaar. Bezoekers komen overal vandaan. Om ook de bewoners in de omgeving steeds terug te laten komen, proberen we steeds te vernieuwen. Zo willen we bijvoorbeeld interactiever worden.’ Roede loopt naar het LEGO-gedeelte van het museum en drukt op een paar knoppen. In een grote vitrine begint een trein te rijden. Er staan indrukwekkende gebouwen tentoongesteld. Onder andere het Woudagemaal. ‘Daar hadden we gelukkig bouwtekeningen van, maar veel dingen moeten we uit het hoofd namaken. Maar er kan enorm veel met LEGO.’
Pech heeft het museum natuurlijk ook, zoals de meeste organisaties. ‘In 2020 zou de provinciale aftrap van 75 jaar bevrijding zijn, maar dat ging dus niet door. Dit jaar zijn we nog niet eens een half jaar open geweest. Gelukkig krijgen we ondersteuning van de gemeente. We kunnen over het algemeen de vaste lasten wel ophoesten, maar extra investeringen moeten er ook gedaan worden.’
Een van die extra investeringen is een Amerikaanse Diner. De diner ziet er prachtig en gloednieuw uit, met kleurige bankjes en overal Amerikaanse elementen uit de vijftiger jaren.
‘Met het samengaan van de gemeentes was Grootegast niet meer de grootste kern van de gemeente. Dus ik wilde iets om het dorp weer op de kaart te zetten. Ik ben hier geboren en getogen en zat in het bestuur van de handelsvereniging.’
Zelf heeft Roede de Museumdrukkerij opgericht. ‘Iedereen denkt: ik typ iets en dat komt uit de printer. Maar dat is niet drukken. Drukken is een echt ambachtelijk beroep. Vroeger moesten alle letters met de hand bij elkaar worden gezocht. Tijd voor een dagblad was er dan ook niet, het kostte veel te veel tijd om een artikel op die manier te drukken. Ik kwam zelf tegelijk met de eerste computer in een drukkerij werken. Inmiddels heb ik heel veel oude persen en drukkerijspullen verzameld. We krijgen ook heel veel materiaal. We doen ons best om alles uit te zoeken en te laten werken. In Amerika is steeds meer belangstelling voor. De ambachtelijke drukkunst is kunstzinnig. Je kunt ander papier gebruiken, de letters hebben meer reliëf. Ik zou ook graag een oude houten pers willen, maar die zijn nauwelijks meer te krijgen. In Antwerpen staan er nog een aantal. Ze zijn tijdens de industriële revolutie allemaal weggegooid. Zo jammer. Maar mijn allergrootste wens is een krantenrotatiepers. We hebben er totaal geen ruimte voor, maar als er ooit eentje wordt aangeboden, dan zeg ik geen nee.’
Roede demonstreert een oude zetmachine. ‘Kijk, hier zoek je de letters uit, en als je de handle overhaalt wordt een zin in lood geperst.’ Er komt inderdaad een piepklein loden zinnetje uit de pers gerold. Of hij weet hoe alle machines werken? ‘Ja hoor,’ grijnst hij, hoe ouder de machine, hoe eenvoudiger hij te bedienen is.’