Irma van Beek is het Meldpunt discriminatie Westerkwartier

‘De samenleving moet voor iedereen toegankelijk zijn, fysiek, maar ook sociaal’

WESTERKWARTIER – Sinds 1 september van vorig jaar is Irma van Beek aangesteld als het Meldpunt discriminatie in de gemeente Westerkwartier. Elke gemeente in Nederland is verplicht zo’n Meldpunt in te stellen en de cijfers worden jaarlijks landelijk vastgelegd in een monitor. Waar de andere Groningse gemeenten kozen voor het Groninger Meldpunt om dit te realiseren, koos het Westerkwartier bewust voor iemand die laagdrempelig benaderbaar is. Van Beek is er voor iedereen die iets discriminerends heeft ervaren en is onafhankelijk en werkt vertrouwelijk. Ze oordeelt niet en is er voor een luisterend oor of een concrete oplossing. ‘De samenleving moet voor iedereen toegankelijk zijn, niet alleen fysiek, maar ook sociaal’, stelt ze.

Van Beek heeft één hele prettige eigenschap voor de functie: ‘mensen praten makkelijk met mij’. Zelf komt ze ook open over. Ze is iemand met verstand van zaken en een ruime staat van dienst. Van september vorig jaar tot en met december heeft ze negen meldingen gekregen op het Meldpunt Discriminatie. ‘Met alles wat mensen als discriminerends ervaren, kunnen ze bij mij terecht’, vertelt ze. ‘Dat gaat dan niet alleen om iets waar ze tegenaan lopen in contact met de gemeente, maar kan ook een ervaring met een ander bedrijf of een medewerker van een ander bedrijf zijn. Het kan ook zijn dat iemand een advertentie leest die hij niet fijn vindt of dat iemand vindt dat bijvoorbeeld de woningbouwcoöperatie niet fijn met hem omgaat. Mensen die zich melden kunnen thuis hun verhaal doen en dan vraag ik altijd: wat wilt u van mij? Wilt u alleen uw verhaal doen of verwacht u een actie van mijn kant?’ Regelmatig blijft het bij het bieden van een luisterend oor. ‘Ja, genoeg mensen willen alleen hun verhaal doen. Ze willen ook graag dat hun ervaring ergens vastgelegd wordt.’ Ze somt al snel wat voorbeelden op: ‘Een inwoner met een niet westerse afkomst voelde zich gepest, omdat hij vanwege zijn huidskleur op een nare manier door zijn buurman benaderd werd. We hebben samen gekeken welke stappen hij kon zetten. Of naar de politie, het gesprek aangaan met de buren, de woningbouwcoöperatie inlichten. Een andere melder voelde zich gediscrimineerd door een advertentie waarin om personeel gevraagd werd in de leeftijd van 18 tot 25 jaar. Deze melder was 30 jaar. Degene die de advertentie had gezet, wist niet eens dat leeftijdsdiscriminatie wettelijk niet mag. Hij dacht juist door de jeugd een kans te gunnen, het goede te doen. Zo was het ook bij de intake van een zorgorganisatie waar direct gevraagd werd naar de godsdienst van de zorgaanvrager. De organisatie wilde voorkomen dat iemand met een bepaald geloof niet klikte met de persoon die daar in huis zou komen helpen, maar besefte zich niet dat het niet van belang is welk geloof je hebt bij de vraag naar huishoudelijke hulp en dat mensen dit als ongewenst en discriminerend kunnen ervaren.’

De opmerking dat het ergens voelt als een luxe, zo’n plek om alles waar je tegenaan loopt, neer te kunnen leggen, doet Van Beek resoluut af als ‘een veel te snelle conclusie’. ‘Als je buitengesloten wordt op grond van je afkomst, je overtuiging of je liefde voor iemand dan voelt dat alsof je niet als gelijkwaardig wordt beschouwd en dat doet zeer. Elke keer weer.’ Ze vervolgt: ‘het is het is naar als je steeds door hoe jij bent wordt beoordeeld door anderen. Dat doet wat met je. Je hebt mensen die beperkt zijn, maar daar niet op beoordeeld willen worden. Verkijk je er niet op hoe vaak mensen met  een zwarte huidskleur nog ‘zwarte piet’ worden genoemd en hoeveel last mensen met een Aziatische achtergrond hebben gehad van de Coronaperiode. Ouderen voelen zich gediscrimineerd als de pinautomaat wordt weggehaald en door de bank hun acceptgiro’s niet meer geaccepteerd worden. En er zijn plekken waar mensen met een beperking letterlijk niet naar binnen kunnen. Je wilt als mens, net zoals de anderen om je heen, volwaardig mee kunnen doen in onze samenleving.’

Van Beek oordeelt niet. ‘Andere zeggen misschien: waar maken ze zich druk om, maar ik heb geen oordeel. Als iemand er niet van slaapt dat haar kinderen ‘zwarte piet’ worden genoemd, dan is dat een reden om het serieus te nemen. Het is goed dat mensen met een discriminerende ervaring een plek hebben waar ze terecht kunnen. Wij willen dat onze samenleving voor iedereen toegankelijk is, niet alleen fysiek, maar ook sociaal.’ Die samenleving is in een rap tempo veranderd, stipt ze aan. ‘Er zijn ontzettend veel zaken bijgekomen, denk maar aan de sociale media, die discriminatie een breder onderwerp maken.’ Dat het onderwerp door sommigen bijna radicaal wordt benaderd en de verhoudingen in ons land soms erg op scherp worden gesteld, durft Van Beek wel te verklaren. ‘Een groep die zich achtergesteld voelt, gaat soms activistisch gedrag vertonen om een verandering te bewerkstelligen. Het bestaande bolwerk is sterk en om dat om te gooien, moeten er grote krachten ingezet worden. We hebben dus mensen nodig om signalen af te geven.’

Het liefst maakt ze zichzelf overbodig. ‘Het mooiste is als mijn functie straks niet meer nodig is. Maar om heel eerlijk te zijn, denk ik dat we daar de komende tien jaar nog niet zijn. Weet je’, vervolgt ze, ‘ik zie tegenwoordig bij veel voetbalclubs de regenboogvlag en dat doet me goed. Ze zeggen hiermee: hier mag iedereen zijn wie hij is en hier gaan we gelijkwaardig met elkaar om. Ontzettend fijn als dat kan.’

Irma van Beek is altijd bereikbaar, behalve als ze in gesprek is. Ze kan gebeld worden op 0653800811 of via mail bereikt worden op antidiscriminatie@westerkwartier.nl. Deze wordt alleen door haar gelezen. Ze werkt vertrouwelijk, anoniem en onafhankelijk en woont niet in de gemeente Westerkwartier. Er zit geen enkele verplichting aan een melding.