Jolanda Dijkstra uit zorgen over verloedering Joh Smitpark Zuidhorn

“Het afval is een groot probleem voor de inwoners, maar vooral voor de dieren”

ZUIDHORN – Jolanda Dijkstra uit Zuidhorn maakt zich grote zorgen over de verloedering van het Joh Smitpark in haar woonplaats. Volgens de bezorgde inwoner ligt het park vol met afval. Zo liggen er onder andere wietzakjes, blikjes en bierflesjes en hele stapels GFT-afval. “Dit zorgt er ten eerste voor dat het niet uitnodigt voor mensen om naar het park te gaan en ten tweede is het slecht voor de dieren”, vertelt Dijkstra. “Ik heb meermaals contact gezocht met de gemeente, maar er wordt schijnbaar niets aan gedaan. Daarom richt ik mij nu ook tot de inwoners van Zuidhorn en omstreken. Men moet stoppen met het dumpen van afval in het park. We moeten er samen zuinig op zijn”.

Dijkstra houdt ontzettend van het park en loopt er bijna dagelijks doorheen met haar hond Giddy. Ze geniet van het wisselende beeld dat de seizoenen en weersomstandigheden bieden, het gezang van de vele vogels en de Schotse Hooglanders. “Ik vind het een voorrecht om zo’n mooie plek op loopafstand van mijn huis te hebben”, laat Dijkstra weten. Sinds langere tijd merkt de inwoner van Zuidhorn echter dat er steeds meer afval in het park komt te liggen. In het voorjaar was ‘de maat vol’ en is zij haar klachten gaan melden bij de Gemeente Westerkwartier. “Terwijl ik door het park loop, zie ik gewoon hoe de verloedering toeslaat. Het speeltuintje ligt vol blikjes, bierflessenglas, en wietzakjes. Onder de struiken liggen her en der ladingen tuinafval en de vijvers zijn voorzien van plastic flesjes. Dat is ontzettend zonde. Ik kom heel graag in het park, maar zou het er nog fijner vinden wanneer het gewoon schoon is. Nu loop ik telkens te scannen of ergens weer afval ligt en ruim dat dat zo veel mogelijk op. Niet zo ontspannend wandelen als wel zou kunnen”.

Naast het feit dat het park op deze manier niet uitnodigt om te gaan zitten of wandelen, is er volgens Dijkstra nog een gevolg: de gezondheid van de dieren. “En dat is precies mijn grootste zorg. Met name het snoei- en GFT-afval is ontzettend slecht voor dieren. Ik heb mijn hond al eens op het eten van afvalresten betrapt. Daar kan een hond wel ziek van worden. Maar er schuilt een veel groter gevaar in. Vanaf het voorjaar lopen hier ook Schotse Hooglanders rond. Voor hen kan bijvoorbeeld snoeiafval van uitheemse heesters dodelijk zijn. Ook dit is al in het park gevonden. Deze dieren zijn dus direct in gevaar door toedoen van bepaalde inwoners”. Het groenafval ligt door het hele park. Grote stapels zijn gedumpt op donkere, dichtbeboste plekken, vlakbij de parkeerplaats. Uit het zicht van de straat dus, waardoor de kans om betrapt te worden niet zo groot is. “Het gebeurt dus ook heel sneaky”, aldus de bezorgde inwoner.

Dijkstra denkt wel te weten hoe het achterlaten van rotzooi afgehandeld zou kunnen worden. De allereerste en gemakkelijkste oplossing lijkt voor de hand liggend. “Allereerst moet iedereen die bijvoorbeeld etenswaren mee het park inneemt, het afval ervan gewoon weer mee het park uitnemen. En vooral, niet expres GFT- en snoeiafval achterlaten, zoals sommigen structureel blijken te doen. Waarom eigenlijk? Realiseert men zich niet hoe schadelijk dit is?” Daarnaast zouden er, volgens Dijkstra, op verschillende plaatsen in het park, of bij de uitgangen, afvalbakken geplaatst kunnen worden, zodat er ook gelegenheid is om rotzooi op te ruimen. “Nu is er in het hele park maar één prullenbak, en die is ook nog kapot. Deze staat in het (behoorlijk verwaarloosde) speeltuintje. Deze bak is regelmatig zo vol dat de rommel er gewoon in een omtrek omheen ligt. Hoewel dit deels helaas ook door hangjongeren gewoon wordt gedumpt, vermoed ik”. Bovendien vindt Dijkstra dat er ook meer door de gemeente gehandhaafd kan worden. “Als er geen vuilnis ligt, komt er ook minder snel iets bij. Dat is een algemeen bekend fenomeen in de psychologie”.

De afvaldumping is, volgens Dijkstra, juist de afgelopen maanden, zeer sterk toegenomen. Zelf heeft ze wel een idee hoe dat komt.“Begin dit jaar heeft de gemeente Westerkwartier de afvalstofheffing verhoogd, waardoor het ook mogelijk is dat sommige mensen dit niet meer kunnen betalen en daarom het afval maar gewoon in het park dumpen. En als er al hele stapels liggen, waarom er dan niet bij storten? Kennelijk wordt dat gedoogd”. Doordat de gemeente geen actie onderneemt, blijft het park er verloederd bij liggen. Daarom heeft Dijkstra, samen met de Stichting Vrienden van het Joh Smitpark en Waterpark, op 13 juni  een opruimactie gehouden. In totaal zijn er toen zo’n twintig volle vuilniszakken afgevoerd, met veel blad en snoeisel van heesters en overige rommel van tuinplanten. Na de opruimactie is er echter alweer veel GFT-afval gedumpt. “Als een financiële drempel inwoners verhindert om afval op de gebruikelijke wijze af te voeren, kan de gemeente de inwoners wellicht tegemoet komen, door deze last bij ze weg te nemen. Verlaag de afvalstoffenheffing of verstrek gratis pasjes voor de afvalverwerker. En natuurlijk zouden de tuiniers die nu in het park storten, hun afval uiteraard ook gewoon op eigen erf kunnen composteren. Een composthoop is zo gemaakt en ook nog eens heel duurzaam”, aldus Dijkstra.

Hoelang het afvalprobleem in het Joh Smitpark precies speelt, durft Dijkstra niet te zeggen. Haarzelf begon het te storen vanaf februari, vanwege de schadelijkheid van het toen aangetroffen snoeiafval, maar van anderen hoort ze dat het al jaren gebeurt. “Ik heb al meermaals contact gehad met de gemeente, maar die heeft op haar beurt nog geen actie ondernomen, zo lijkt het. Als de gebruikers van het park en de gemeentelijke instanties die er over gaan, allen hun verantwoording nemen en waar mogelijk bovenstaande adviezen opvolgen, dan blijft het park voor iedereen een gezonde en veilige plek om van te genieten. Het is duidelijk dat het moet stoppen. Dit willen we toch niet langer zo?”, besluit Dijkstra.