‘Juist het Westerkwartier kan laten zien: wij redden dit’

Ard van der Tuuk over uitdagingen nieuwe jaar

GROOTEGAST/WESTERKWARTIER – Nog maar vier maanden was hij beëdigd als burgemeester van de gemeente Westerkwartier toen het Coronavirus ons in de eerste lockdown stortte. Na dit tweede Coronajaar ziet Van der Tuuk een futloosheid ontstaan die de noodzaak met zich meebrengt een nieuw evenwicht te zoeken in de maatregelen. “Dit virus is niet weg, maar we moeten verder gaan kijken dan alleen de gezondheidseffecten. Het is aan mij te zorgen dat de signalen uit onze gemeente ook terecht komen op de plek van de beslissers, maar omgekeerd ben ik ook degene om de bevolking te vragen: laten we de schouders eronder zetten. Juist in het Westerkwartier kunnen wij laten zien: wij redden dit.”

Van der Tuuk ziet zijn rol als burgemeester onderverdeeld in twee takken van sport. “Je bent burgemeester en burgervader. Als ik kijk naar mijn rol als burgemeester, dan ben ik drukker dan ooit. Daaronder vallen de portefeuilles die ik beheer, de overleggen en de openbare orde en veiligheid met daarbij dus alle Coronamaatregelen. Maar mijn rol als burgervader heb ik al anderhalf jaar niet meer of maar mondjesmaat kunnen uitvoeren. Een concert bijwonen, een sportwedstrijd kijken; het kan allemaal maar moeizaam. Je wordt niet voor niets burgemeester. Zodra het kan, pak ik de bezoekjes aan de bruidsparen altijd direct weer op bijvoorbeeld. Natuurlijk met alle voorzichtigheid, maar het is voor de mensen leuk en voor mij ook.”

Voor een nieuwbakken gemeente die de term ‘dichtbij’ een duidelijke en prominente plek in haar DNA gaf, is de anderhalve meter maatschappij extra moeizaam. “Ja en nee”, aldus Van der Tuuk. “Dichtbij heeft twee kanten. Het gaat om hoe we de dingen doen met elkaar. Ik denk dat zowel het college als de raad dat heel sterk voorop heeft staan: hoe betrek je de mensen bij plannen en besluitvorming. En dit is een stukje dichtbij wat we bijvoorbeeld heel goed digitaal vorm hebben kunnen geven. Maar als je het hebt over elkaar ontmoeten; dat is er niet en dat is een probleem.”

Van der Tuuk beseft zich goed op welk punt we aanbeland zijn in de aanpak van het Coronavirus. Hij heeft een paar hectische dagen achter de rug waarin veel ondernemers contact met hem zoeken. Velen besloten ongeacht de uitkomst van de persconferentie hun deuren open te gooien afgelopen zaterdag. Het standpunt van Van der Tuuk sluit aan bij die van andere Groninger burgemeesters: er wordt niet gehandhaafd. “Ik zie het als een voor één dag. Deze kan op onze sympathie rekenen. Ik hoop ook dat ondernemers deze kans aangrijpen: laat zien dat je veilig open kan.” De noodkreten van de ondernemers laten hem niet onberoerd. “Mensen staan op het punt van omvallen. Ik kan niet alle ondernemers te woord staan, maar als je toch in gesprek komt, dan is dat heel indringend. Ik vind het bijzonder mooi dat ik dit werk mag doen voor de gemeenschap”, vindt hij. “En ik doe moeite om deze signalen echt te vertalen naar die tafels waar de beslissingen worden genomen. Gelukkig zie ik ook dat dat lukt. Soms, zeg ook ik weleens: kon ik dat landelijke besluit maar nemen,” begrijpt hij de onmacht van zijn inwoners. Het baart hem zorgen dat de fut eruit gaat. ““Ik hoor steeds meer dat mensen het emotioneel moeilijk hebben met alle maatregelen. De fut is eruit. Ze zien het positieve niet meer. De kracht van de Nederlanders is de energie. Dat is ook iets wat me enorm trok in het Westerkwartier: die houding van ‘wij redden ons wel’. Juist wij kunnen dat. Ik wilde hier heel graag burgemeester worden.”

Dé uitdaging van dit jaar is wat Van der Tuuk betreft dan ook te zorgen dat die weging van de Coronamaatregelen breder gaat plaatsvinden. “Het gaat niet alleen meer om de gezondheidseffecten. We moeten ook het effect op de economie, op sociale vlakken en bijvoorbeeld het onderwijs mee gaan wegen. Maar laten we het virus niet onderschatten. Het is nog niet weg. Wat wij hier nu doen”, refereert hij aan het feit dat hij stoelen ontsmet na elke afspraak en in het gemeentehuis met een mondkapje loopt, “dat is een deel van het antwoord.” Ook de uitgestelde zorg is een aandachtspunt. “Ik hoor bij mijn bezoekjes aan de huwelijksjubilea regelmatig over operaties die uitgesteld zijn. ‘Heeft u pijn? vraag ik dan. Vaak wordt dat weggewimpeld. Hulde aan deze mensen, maar we moeten dit niet normaal vinden.”

De gemeenteraadsverkiezingen staan voor de deur. “Nog maar twee maanden en dan gaan we naar de stembus. Ik vind het wel heel spannend qua Corona. Want juist de democratie is erbij gebaat je met elkaar in gesprek gaat. Het is belangrijk dat politieke partijen de kans krijgen inwoners op te zoeken of in een zaaltje kunnen staan. Ik hoop maar dat de bevolking gemotiveerd blijft om een stem uit te brengen. Zeker ook met in mijn achterhoofd hoe lang het landelijk heeft geduurd een kabinet te vormen. Hopelijk laten we in het Westerkwartier zien dat de democratie hier wel springlevend is. Ik denk dat ook onze raad heeft laten zien dat zij voor de inwoners staan, dat ze goede debatten voeren en dat ze goede dingen hebben uitgezet.”

Dat het een productieve periode is, deze laatste drie jaar en daarmee de eerste drie jaren van de gemeente Westerkwartier, beaamt Van der Tuuk. “Ik denk dat we in hele moeilijke omstandigheden heel goed invulling hebben gegeven aan deze fusie. Ik zit ook in een overleg met meerdere fusiegemeenten, de meeste met meer dan 60.00 inwoners, en ik zie dat wij in drie jaar staan, waar zij na zes jaar staan. We hebben geluk dat wij fuseren in een gebied dat ook in 1640 al een eenheid was. We zijn geen onbekenden van elkaar. Maar we kunnen trots zijn hoe we het hebben gedaan. Het is niet voor niets dat Astrid Schulting werd genomineerd voor Overheidsmanager van het jaar. Ik vond het echt fantastisch dat zij zei: ‘dit is mooi voor mij, maar een verdienste voor ons allemaal’.

De Lelylijn wordt één van de grootste uitdagingen van dit nieuwe jaar. “Het kabinet heeft hier 3 miljard voor uitgetrokken, een belangrijk signaal. Het kabinet heeft een afslag genomen en hier moeten we wat mee. Na de verkiezingen is dit iets wat in sneltreinvaart op ons af zal komen. Meer bedrijven zullen zich hier willen vestigen, meer mensen zullen hier willen wonen. We moeten gaan bepalen waar we dit alles willen omarmen en waar niet. Het betekent wat voor de kernwaarden van ons gebied. Daar moeten we een antwoord richting het kabinet op formuleren.”