Maria’s Mooie Mensen 23”16

0
1089

Je hebt van die dagen dat je beter niet de deur uit kan gaan. Nou heb ik daar momenteel ook niet zo’n moeite mee. Heerlijk gedij ik in een soort van cocon samen met mijn meisjes tot ik opeens constateerde dat ik al zeker tien weken niet meer achter het stuur van mijn auto had gezeten. De supermarkt of andere winkels had ik al in geen tijden van binnen gezien en op wat bezoek na, was ik ook al eeuwen niet onder de mensen geweest. Het werd dus wel weer eens tijd van die babywolk af te stappen en normaal mens te gaan worden. De zondag leek me een mooie optie voor een vuurdoop, dus dapper opperde ik tegen oudste dochterlief: ‘zullen we boodschappen doen samen?’ Visioenen van een dwarse peuter die voor de kassa op de grond ging liggen, verbande ik uit mijn gedachten. Even later zaten we in de auto. Althans, nadat mevrouw een door haar goedgekeurde jurk aan had, haar luier liet verwisselen, een zonnebril op haar hoofd had en een eigen tas in de handen. Een eerste zucht was mij al ontsnapt. Net op weg, kondigde zich ellende aan. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik een zwaailicht opdoemen. Er zal wel iets gebeurd zijn, dacht ik nog, totdat hij achter mij bleef hangen en begon te gebaren. Het bleek dat we middenin een wielerwedstrijd terecht waren gekomen. Waar dochterlief het prachtig vond de renners op hoge snelheid voorbij te zien razen, brak mij het zweet opnieuw uit toen ik zag hoe ze rakelings langs mijn allerijl geparkeerde auto fietsten. Onder luid gekwebbel van de achterbank –‘Olivia mag nog niet op de weg fietsen, kan ik dan niet meedoen aan de wedstrijd? Oh, maar mama, dan kan ik niet winnen’- bereikten we even later de supermarkt. Het ritueel van kind lossnoeren, eruit halen, slipper opnieuw aantrekken omdat die losging, tassen verdelen en de ingang bereiken zonder al teveel omwegen, nam even tijd in beslag. Opnieuw zweet op de rug, helemaal toen het me begon te dagen dat er wel heel weinig andere auto’s geparkeerd stonden en er wel heel veel werklui rondliepen. Deze supermarkt was gesloten voor werkzaamheden. Dat ging alweer lekker. Kind weer naar de auto, kind weer in de auto en gauw naar een andere super. Olivia constateerde inmiddels dat zij liever weer naar huis ging, iets wat ik alleen maar volmondig kon beamen. Maar ik had manlief beloofd nieuwe melkpoeder te halen voor mijn andere meisjes, dus die taak moest toch echt volbracht worden. In de andere supermarkt overheerste maar één gevoel: ‘dit heb ik niet gemist’. Verwend door het winkelen via een app op de telefoon, wist ik amper nog wat te vinden en kon ik niks meer worden met mijn lijstje. Ik besloot me te richten op het noodzakelijke, maar juist dat bleek weer niet voor handen. De melkpoeder die ik zocht, was simpelweg niet verkrijgbaar hier. Verwoede pogingen een medewerker te strikken, stranden ook nog eens, dus ik koos eieren voor mijn geld: kind weer naar de auto zien te krijgen en gauw naar huis. Uiteraard belanden we opnieuw in de wielerwedstrijd. Ditmaal werd mij gezegd maar om te rijden via een compleet ander dorp. ‘In zo’n auto is dat toch geen probleem’, haalde de verkeersbegeleider zijn schouders op. Een snellere route die ik meende te vinden, strandde op een landbouwsluis. ‘Mama’, klonk het weer vanaf de achterbank. ‘Ik denk dat we nooit meer thuiskomen.’ Ik besloot ter plekke nog maar even een weekje weer op die babywolk te gaan zitten.