Maria’s Mooie Mensen 75

0
1236

Beschreef ik ze een jaar geleden nog als twee oude dames die zich zuchtend van de bak hezen, tegenwoordig kunnen mijn katten beter als wulpse ladies worden omschreven. We overwonnen giardia en transformeerden langzaamaan in rondrennende pubers rond de zomer. Afgelopen najaar leken ze net als mij iedere dag wat rustiger en trager te worden. Gezellig brachten we de middagen samen voor de houtkachel door, de ene liggend op de leuning van de bank in mijn nek, de andere vaak bivakkerend op mijn gestaag groeiende buik. Met de komst van mijn dochter ontwaakte er iets anders in de dames. Ze ontdekten hun moedergevoelens en kregen de behoefte, ofwel jeuk zoals manlief gekscherend zegt, om zich dringend voort te planten. Het liefst nu en direct. Oftewel, de dames werden krols. We twijfelden al of we dat ooit gemist hadden aangezien ze sowieso vrij vocaal zijn, maar dit keer lieten ze er geen twijfel over bestaan. Als een ware sirene galmde de ene door het huis heen. Gefascineerd loopt ze de hele dag achter haar baasje aan en doet ze haar best zoveel mogelijk aandacht van hem te krijgen. Aangezien hij uiteraard veel oog heeft voor zijn dochter, trekt ze haar hele trukendoos open. De tijd dat hij weg is, wordt veelal benut om even lekker bij te slapen, maar zodra hij thuiskomt, zie ik dat koppie alweer over de stoel gluren. Ze werpt zich voor zijn voeten en al rollend probeert ze hem te verleiden onderwijl ‘rrr’ uit te brengen. ’s Avonds duikt ze nog eerder dan wij het bed in, uiteraard aan de kant van haar baasje, waar ze onschuldig met haar grote blauwen naar hem blijft kijken. Onbegrepen en onbeantwoord brengt ze de nachten in de gang voor het raam door, klaaglijk miauwend. Het duurde natuurlijk maar even of ook dame nummer twee ging voor de bijl. Waar we eerst nog blikken van verstandhouding wisselden over haar zusje, signaleerde ik het rollen over de grond ook al snel bij haar. Haar gevoelens richten zich echter niet op haar baasje, nee, Olivia is haar ‘object van affectie’. ’s Ochtend ligt ze voor onze slaapkamerdeur te waken om zodra die losgaat naar het wiegje te spurten. Pootjes er tegenaan en even gluren: ze ligt er nog. Gelukzalig ligt ze te pitten op het aankleedkussen en zelfs eenmaal presteerde ze het in de box zich onder het dekbed van dochterlief te wurmen. Let wel, Olivia zelf lag lekker boven in haar bedje, maar dat maakte het er voor de kat niet minder om. De babyfoon krijgt kopjes zodra er geluid uitkomt en als ik zit te voeden, ligt er één heerlijk in mijn nek te spinnen. Het liefst geeft ze dat kleine babylijfje kopjes, maar dat gaat met zoveel overgave dat dochterlief in plaats van liefkozend geknuffeld, ruw opzij wordt geduwd. Kieskeurig is deze dame niet, iedere bezoeker wordt zodra ze krols is met een luid gemiauw opgewacht. Hoewel manlief en ik vooral lachen om onze ladies halen we ook weer opgelucht adem als zowel poes nummer één als nummer twee hun krolsheid weer achter zich hebben gelaten. Totdat slechts twee week later nummer één wel weer heel enthousiast haar baasje begroet als hij thuiskomt en zijn op de stoel gehangen jas overlaat met kopjes. Slechts enkele uren later zit ze weer als een sirene in de gang. Nummer twee kijkt nog meewarig, maar zal een dag later ook weer los gaan. Ja, de dames hebben het zwaar en geloof mij maar, wij ook wel een beetje.