Maria’s Mooie Mensen – week 03 – 2015

De laatste weken is het een veel gevallen woord bij ons thuis: Parijs. Manlief probeert al jaren om mij warm te laten lopen voor Disneyland. Met een vrouw die al groen wordt als ze een achtbaan alleen maar ziet, heeft hij het als echte waaghals niet getroffen. Terwijl hij er hardop van droomt weggeschoten te worden in de Space Mountain om daarna hamburgers te eten met Mickey Mouse, heb ik nachtmerries van hamburgers die er in één van de vele attracties even hard weer uitkomen als dat ze erin gingen. Toen dochterlief zich eenmaal aandiende, durfde manlief langzaamaan zijn pleidooi weer kracht bij te zetten. En warempel: mevrouw blijkt de waaghals-genen van haar vader te hebben geërfd. Samen halen ze de raarste capriolen uit en waar ik soms liever even de andere kant op kijk, hebben deze twee de grootste lol. U begrijpt het, manlief heeft een partner-in-crime en voorzichtig probeert hij mij weer voor te bereiden op zijn plan om Disneyland onveilig te maken. Gelukkig kan mevrouw het woord Disneyland nog niet uitspreken, maar ik vrees dat er hierop al heel wat geoefend wordt door dit duo. Afgelopen week kreeg het woord Parijs ineens een hele andere lading. Ditmaal was de stad niet op televisie met een beeld van lachende kinderen en Disneyfiguren die langs attracties dansen. Een aanslag op een vergaderende redactie – net als wij hier bij elkaar kunnen zitten – had een triest resultaat. De aanslag is niet alleen een aanslag op getalenteerde personen die samen werkten aan een ideaal en passie, maar ook nog eens een poging het vrijgevochten weekblad Charlie Hebdo het zwijgen op te leggen. Overal wordt er gesproken over de vrijheid van meningsuiting en dat die nooit aangetast mag worden. Maar hoe simpel is dat? Zou de redactie van Charlie Hebdo nooit in dubio hebben gestaan hoever zij konden gaan in hun publicaties? Een collega van mij maakte onlangs een verhaal over de terreurdreiging. Zij sprak daarin over ‘gefrustreerde, radicale malloten’ en noemde de strijders van IS: ‘wát een helden’. De dominee die zij interviewde noemde het geweld van IS van alle tijden, maar vooral achterhaald en vergeleek dit met de kruisvaarten in de Middeleeuwen. Moslims moesten maar eens zelf leren denken, stelde hij. Een gepeperd interview over geradicaliseerde Islamieten die ook onze buurman kan zijn en die twijfels opriep bij ons thuis. Hoe dun het lijntje tussen vrijheid van meningsuiting en verstandige keuzes kan zijn, hield manlief en mij een poosje bezig. Want wie een verhaal als deze op internet zet, weet dat dit tot in de lengte der jaren zal rondcirculeren. En ómdat ook onze buurman een geradicaliseerde Islamiet kan zijn, vroegen wij ons af hoe verstandig dat dan is. De pers is er, vind ik, om iedereen een mening te laten vormen. Om te laten zien wat er leeft en te laten zien wat er speelt in een samenleving. Daar staan we voor en dat is niet alleen ons werk, maar vooral onze taak en onze passie. En passie moet sterker zijn dan verstand. Het verhaal staat dus online. Ook voor ons geldt: ‘je suis Charlie’.