Maria’s Mooie Mensen – week 06 – 2015

Nu papa en mama er goed in zitten en ‘nee’ op het juiste moment en het liefste in veelvoud – ‘neeneeneenee’ – klinkt, was het wachten op de volgende woorden van dochterlief. Oma oefent veel en vaak – ó-má -, maar dochterlief verkoos wat anders. ‘Katje!’ klinkt het sinds een maandje regelmatig door ons huis. Sterker nog: mevrouw wordt wakker en roept dit woord als eerste door de babyfoon. Ik zie de katten zuchten en samen komen we dan maar weer in de benen. De plicht roept, dochterlief wil uit bed en dat betekent voor de dames –onze katten- melden bij de spijlen. Trouw gaat Pippa hier altijd tegenaan staan en laat zich aaien door dochterlief. Die heeft meteen de grootste lol. Met het verkeerde been uit bed stappen is bij haar in elk geval nooit aan de orde. Pippa heeft het meestal wel weer gezien voor één dag, als dochterlief haar direct daar bij de spijlen al even aan de oren sjort. Onze andere kat, Zus, is echter een trouwe metgezel geworden. De hele dag door loopt zij Olivia op de hakken. Eet Olivia, dan zit Zus hoopvol te wachten tot er wat valt. Speelt Olivia, dan wil Zus met liefde even meedoen. Er is inmiddels bijna geen foto te vinden, waarop we niet ergens op de achtergrond – of zelfs voorgrond – Zus kunnen ontwaren. En dus kon het niet uitblijven. Geen oma, maar al snel kon dochterlief ook het woord ‘Zus’ heel aardig uitspreken. ‘Ssssss’ is haar slechtste variant, maar bij tijden lukt het haar ook het echt als ‘zusssssss’ uit te spreken. Pippa kijkt nog eens meewarig als ook zij zo genoemd wordt, terwijl Zus haar taak nog serieuzer begint te nemen. Samen zet het duo bij tijden het huis compleet op stelten. Zo ontdekten ze dat onze eetkamerstoelen wieltjes hebben en dus loopt Olivia deze regelmatig door het huis te slepen, met als trouwe passagier uiteraard Zus. Het mooiste vinden ze een simpel sponsballetje. Zus is daar al jaren gek van. Trouw brengt ze deze aan mijn voeten, ik gooi hem weg en zij haalt hem weer op. Tja, ieder heeft nou eenmaal recht op zijn afwijkingen. Inmiddels moet Zus haar hobby delen. Ik gooi, Zus neemt een vliegende start, maar al snel zet dochterlief de achtervolging in. Samen racen ze door het huis heen en als Zus het al niet meer ziet zitten – wat overigens vaak al na een keer of vier is – sjouwt dochterlief dapper door en haalt zij de ballen wel op. Sinds ze ook weet wat gooien is, is mijn rol ook al snel over en wisselen Zus en ik nog wel eens een weemoedige blik van verstandhouding. Dochterlief verlegt vaak snel haar aandacht en weet ook Pippa die een hoger plekje zoekt, wel te vinden. Terwijl ze op haar manier aait – lees: slaan -, zie ik hoe Pippa haar hoofd tussen de schouders probeert te trekken en de oortjes plat legt. Lijdzaam ondergaat ze de ‘liefkozingen’ en ook met haar wissel ik nog maar eens een blik van verstandhouding. Dochterlief loopt intussen met een glimlach van oor tot oor ‘katje, katje’ te roepen. Hoewel ik er niet over twijfel hoe gek dit trio met elkaar is, vraag ik me toch altijd af waarom die katten me zo trouw nakijken als ik samen met dochterlief vertrek. Zie ik daar ergens een zucht van verlichting als ik de oprit afrijd?