Maria’s Mooie Mensen – week 28 – 2015

0
1119

Het is ook u vast niet ontgaan: het was heet afgelopen week. Onze eigen weerman voorspelde het: Afrikaanse hitte met hoge pieken bereikte ons land. Zijn waarschuwingen van een week eerder – ‘dit wil je echt niet hoor, Maria’ – sloeg ik destijds nog vrolijk in de wind, maar leken me eenmaal in die piek toch wel reëel. Lekker weer, dáár zeg ik ja op, maar inderdaad was de overdadige hitte misschien wel wat teveel van het goede. En die hitte haalt dan altijd weer bij sommigen het gekste naar boven. Terwijl dochterlief en ik samen met onze ‘logeerhond’ ons rondje liepen, zagen we van alles voorbijkomen in het dorp. De buurman, anders nooit buiten te zien op het verplichte rondje oprit met de fysiotherapeut na, nam zijn plek op de tuinstoel weer eens in. Hoewel er over warmte niet te klagen was, doet hij dit in eerste instantie altijd consequent mét jas aan. Ik word al onpasselijk als ik het alleen al zie, maar hij is nog altijd bang kou te vatten. In plaats van eens de prachtige achtertuin te bewonderen, zit hij samen met de buurvrouw immer op dezelfde plek: voor de garage met zicht op de weg. In de voortuin even verderop wordt er druk geschilderd. Deze buurvrouw verruilt haar schildersatelier aan de voorzijde van het huis maar wat graag voor buiten als het weer het toelaat. Hoe ze met 35 graden überhaupt nog verf op het doek krijgt voor het opdroogt, is mij een raadsel, en gezien haar driftige bewegingen was dit een grote uitdaging. We struinen verder en zien, maar vooral horen, hoe een buurjongetje de rand van de zandbak even over het hoofd ziet. Van alleen de herkenning al breekt mij het zweet nog maar eens uit en bang voor de aanstekelijke werking van het geschreeuw, stappen we gauw verder. Logeerhond heeft het al zwaar ondertussen, maar we zijn nog niet bij de koeien die dochterlief graag ziet, dus ze moet nog even mee lijden. Zo ’s ochtends wordt er nog wat in de tuin gewerkt. De één wiedt wat in een moestuintje, een ander trekt nog even wat onkruid en ik zie ook een buurman – overigens keurig gekleed in nette broek en overhemd – drap uit de sloot in zijn grijze vuilnisbak scheppen. Het doel of nut hiervan ontgaat me volledig, maar het is te heet om me hier druk om te maken. Verderop rangschikt een ander een mooi stapeltje keien aan de weg die logeerhond – ook nog eens blind – even later op onze terugweg pardoes omver loopt. Terwijl het zweet me voor de zoveelste keer uitbreekt, probeer de schade zo goed mogelijk te herstellen. Slechts vijftien minuten later maar voor mijn gevoel kilo’s lichter, laat ik me op een tuinstoel zakken. Deze hitte is misschien toch wat teveel van het goede. En zoals gezegd: het haalt het gekste naar boven. Zoekend naar verkoeling hijs ik dochterlief en mezelf gauw in zwemoutfit, zet ik mooi twee zwembadjes op en verrek: de glijbaan kan er mooi in. Wie ook een wandelingetje maakte zal wel even raar opgekeken hebben. Een klein meisje gillend van de lach en haar moeder die zich fanatiek van een kinderglijbaan in het zwembadje laat plonzen.