Maria’s Mooie Mensen

0
55

Oudste dochterlief had een nieuwe fiets nodig. Twee maten groter kon ze inmiddels gebruiken, dus het werd hoog tijd. Manlief en ik hikten ietwat tegen deze uitgave aan. In de eerste zeven maanden van dit jaar werd de fiets slechts vier keer benut en dus voelt dan wel extra duur om honderden euro’s uit te geven aan een nieuwe kinderfiets. Overigens zijn wij als ouders vooral debet aan die weinig fietsrondjes. Manlief kreeg op ons eerste rondje dit jaar direct een klapband en besloot ter plekke – en ver van huis – dat hij het hele jaar niet weer wilde fietsen. Zelf durf ik absoluut niet met twee kinderen op de fiets rond te toeren en omdat de jongste twee nog niet zelf konden fietsen, konden oudste dochterlief en ik ook zelden eens op pad. Het was dus sowieso noodzakelijk dat manlief thuis bij de kleintjes kon blijven en daarnaast zijn wij  – zeker ook mijn dochter – ‘mooi-weer-fietsers’ dus zodra het hard waait of lijkt te gaan sputteren, haken wij af. Een tweedehandse aankoop leek ons een prima deal voor oudste dochterlief en het mooie is: het aanbod is groot en zo goed als direct beschikbaar. Het was zaterdagmiddag, het regende, we waren zo goed als verveeld en dus gingen we rondneuzen. Twee uurtjes later stond ze thuis op de oprit met haar nieuwe stalen ros. Mooi zeeblauw, mandje erop, wat bloemen om het frame; een prima deal. En de felbegeerde twee maten groter. Zo’n nieuwe fiets, die vraagt er natuurlijk om om bereden te worden. Direct die eerste dag wachtten wij de donkere wolken af en werd de fiets uitgetest. We ontdekten: het grootste voordeel is dat ze nu veel sneller kan. Ook direct een nadeel voor moeders die wel bij moet blijven. Zelf was ze uiteraard zielsgelukkig. Zo blij dat er nu elke avond een rondje gefietst moet worden, mits – want we blijven ‘mooi-weer-fietsers’ – de weersomstandigheden goed zijn. Het blijkt een prima nieuwe gewoonte; gezellig en gezond. Zij kletst me de oren van de kop, ik werk aan de lijn. Onderweg is er van alles wat haar bezig houdt van braakballen van de uilen – waarnaar zij op de terugweg een onderzoek wil instellen – maar vooral het afval in de berm. “De natuur vindt dat niet leuk”, stelt ze. “De natuur heeft ons gemaakt.” Ik sputter ietwat tegen dat ze toch echt uit mijn buik komt en ik er zelf bij was toen ze gemaakt werd, maar besluit al snel dat milieuvervuiling een beter onderwerp is dan kinderen maken. “Wáárom gooien mensen toch afval in de natuur?” blijft ze de hele weg bozig. “Mama, doe jij dat ook?” Nou deugt er vast veel niet aan mij, maar gelukkig kan ik haar oprecht antwoorden dat dit niet mijn gewoonte is. “Mensen doen veel verkeerde dingen”, hou ik haar voor. “En vaak weten ze zelf niet waarom.” Terwijl de terugweg al ingezet is, moet ze er even over nadenken. Het duurt even en dan werpt ze even een blik opzij: “zoals te hard rijden, hè mama.” Ik mompel iets over de vele activiteiten van haar en haar zusjes en op tijd bij school staan en trap maar stevig door. We draaien de oprit op, terwijl zij nog dikke lol heeft. “Ach, helemaal vergeten te stoppen om braakballen te zoeken”, bedenkt ze zich. Kom ik er toch nog een beetje goed af.