Maria’s Mooie Mensen 482

Oudjaarsavond is wel een dingetje bij ons. Na het traditionele oliebollen bakken, oliebollen eten en bank hangen, is het altijd lastig wakker te blijven. Jarenlang deden wij geen moeite. Onze dames sliepen toen ze jonger waren ronduit slecht en elk uurtje slaap werd gekoesterd. Tot twaalf uur beneden zitten te vechten tegen de slaap om vervolgens als enige in de straat wat vuurwerk weg te knallen waar onze kinderen waarschijnlijk ook nog eens huilend van wakker zouden worden? Ons niet gezien. Dus jarenlang lichtten we familie in: niet bellen om twaalf uur, want wij slapen. Groot voordeel: je wordt de ochtend erna redelijk fris wakker en dat is toch een prima start van zo’n nieuw jaar. Toen oudste dochterlief een jaar of vijf werd, begon ons door-de-jaarwisseling-heen-slapen-plan te sneuvelen. Vechtend tegen de slaap worstelden we ons door de avond heen om haar rond half twaalf wakker te maken en samen vuurwerk af te steken. Dat koppie dat middenin de nacht zich vergaapt aan alle pracht en praal in de lucht is natuurlijk goud waard. In elk geval sowieso die vijftig euro die wij weg knalden om twaalf uur. Een nieuwe traditie leek geboren. Maar vorig jaar gooide Corona roet in het eten. Hadden we eindelijk lol in die jaarwisseling gekregen, mochten we geen vuurwerk meer afsteken. We sliepen opnieuw met zijn allen door de start van het jaar heen. Inmiddels is oudste dochterlief acht en is er geen ontkomen meer aan voor ons. We konden het haar niet langer onthouden. Dus: opnieuw oliebollen bakken, oliebollen eten en bank hangen. Dit keer met een missie: de twaalf uur halen. Was ik vastbesloten de jongste dames wel even in bed te stoppen, bleken zij vastbesloten ook wakker te blijven. Wonderlijk genoeg ging het van een leien dakje. Om te bewijzen dat ze nog lang niet moe was, deed oudste dochterlief elk half uur een alternatieve ‘daily mile’ door de woonkamer. Haar jongste zusje keek lekker tv, de middelste had het zwaar, maar leek stand te houden. Leek, want zal je altijd zien, rond half twaalf zakte ze weg. Het kostte ons een kwartier om haar weer in de wereld te krijgen. Gelukkig waren we daar op tijd mee begonnen. Ze weigerde mee af te tellen, wilde niet meer voor de telefoon komen om familie ook het beste te wensen. Zelfs mee naar buiten voor het vuurwerk (de kinderversie dit jaar) ging met de grootste moeite. Ze lag grotendeels met haar hoofd in mijn schoot en er kwam weinig uit. De andere twee liepen ogenschijnlijk fris rond en zelfs manlief en ik doorstonden het zonder knikkebollen. Alleen deze ene dame kon niet wachten tot ze in bed kroop. We sliepen allemaal tot een uurtje of half tien de volgende ochtend en werden niet gewekt door elkaar, maar door de hond die het écht wel genoeg vond zo. De jongste twee kropen nog even bij mij in bed. ‘Toch wel heel knap dat we niet geslapen hebben gisteravond, hè mama?’, zei degene die we een uur lang rond middernacht wakker probeerden te krijgen. “Ik was wel heel moe, maar geslapen? Ik? Nee, ik niet. Ik ben gewoon wakker gebleven. Dit ga ik juf ook vertellen”, bedacht ze zich tevree, “dat ik gewoon tot twaalf uur wakker ben gebleven.” Ik ben er maar niet tegen in gegaan. Volgend jaar een nieuwe poging.