Maria’s Mooie Mensen 484

Sportief, lenig, snel of sterk; het zijn allemaal geen kwaliteiten die ik in me heb. Tel daarbij op dat ik het ook niet leuk vind om te sporten en er zelden wat mee bereik en je zou verwachten dat ik elke avond op de bank lig. Wonderlijk genoeg is niks minder waar. Sterker dan al mijn onsportieve kwaliteiten is mijn ijzeren discipline en ergens de wil om het ‘goede’ te doen. Wat dat dan mag zijn, mag Joost weten, maar ik heb wel geleerd dat als ik enigszins een redelijk maatje wil behouden, er gewoon werk aan de winkel is. Dus al jaren en jaren doe ik mijn best. Toen ik nog studeerde en zeeën van tijd had – dat besef je je pas als het niet meer zo is – ging ik trouw naar de sportschool. Eentje waar de halve stad aan studenten liep en waar je je met je lidmaatschap voor welke les dan ook kon aanmelden. Het gevoel dat je ‘gratis’ mee kon doen aan wat voor fit-les dan ook, jeukte mij zoals het een goed Nederlander betaamt. Ik liep destijds heel wat klasjes af. Best wel lang hield ik het spinnen vol; hard gaan op zo’n fiets met nog hardere muziek. Het meest harde in zo’n les waren de commando’s van de instructeur die bijna bang makend waren. Voor mij was het vooral de sport om zoveel mogelijk te smokkelen zonder opgemerkt te worden. ‘Tandje erbij’ schalde het dan door zo’n ruimte en iedereen draaide braaf zijn weerstand omhoog. Iedereen behalve ik, want ik draaide hem vaak juist omlaag. Het was ook in die tijd dat ik in een vlaag van verstandsverbijstering besloot een yogales te volgen. En wellicht ook ietwat opgejut door beste vriendin die dit serieus wel eens wilde proberen. We hadden kunnen weten dat de combinatie van mijn aversie tegen deze oefeningen en het gebrek aan evenwichtsgevoel niet goed zouden uitpakken, maar we waren jong en onverschrokken. Dus daar gingen we, matje op de grond en op zoek naar standje ‘relax’. Zodra de juf begon met ‘we zijn een boom’ en ‘waai mee met de wind’ was ze mij al kwijt. Opstandig werd ik van deze verplichte connectie met de natuur en melig ook. Toen de oefeningen intenser werden en ik keer op keer geen stand hield op één been of ondersteboven, ging het giebelen over in lachen. Van het uur maakten we nog geen dertig minuten vol. Toen was de yoga-instructrice wel klaar met mijn totale gebrek aan evenwicht en rust en stuurde ons de les uit. Inmiddels ga ik niet meer naar de sportschool. Maar trouw ben ik nog wel in het bewegen. Mijn luiere inslag kwam ooit op het geniale idee een hometrainer aan te schaffen, zodat ik zonder moeite na het sporten de bank op kon rollen. Groot voordeel van thuis sporten is ook dat er geen instructeur of instructrice is die compleet gek wordt van mijn tekortkomingen op sportief vlak. Wonderlijk genoeg is het nu juist de yoga die mijn hart heeft gestolen. Het evenwichtsgevoel blijkt nog altijd even belabberd, maar oefening baart wel kunst. Ik vouw me in redelijk benarde posities, rek en strek wat af en lijk zowaar redelijk te ontspannen. Waaien als een boom doe ik nog altijd niet, maar rust en aandacht in mijn ademhaling  stoppen, lukt heel aardig. Zo zie je maar weer; komt wijsheid misschien toch met de jaren. Of is het ‘hoe ouder, hoe gekker’?