Maria’s Mooie Mensen

Zelf ben ik een echt ochtendmens. Eentje waar je beter het eerste uur van de dag niet tegen kan praten, maar toch. Ik functioneer absoluut beter om zes uur ’s ochtends dan om tien uur ’s avonds. In drukke tijden zit de winst altijd in de ochtend in plaats van in de avond. Zonder moeite kruip ik vroeg achter de computer, maar zodra de avond in valt, krijg ik weinig uit mijn handen. Met lichte dwang – van mezelf dan – zet ik me meerdere avonden in de week tot sporten, maar dan wel al verlangend kijkend naar die bank, waar ik me het liefst de hele avond op neer vlij. Zelfs in de zomer kan ik moeizaam uit dit ritme los breken. Voor mij geen avonden in het donker aan het kampvuur met een borrel; doe mij dan maar gewoon de bank en de tv. Manlief heeft wel even moeten wennen aan dit ritme. Van nature zou hij meer een avondmens zijn, maar elke dag opstaan voor zessen dwingt je wel het ritme aan te passen. En het is ook wel zo gezellig om in hetzelfde ritme te functioneren. Met verbazing zien we hoe onze oudste dochter in de avond op leeft. Elke vrijdag is haar opblijf-avond, maar wel eentje met een restrictie: ‘doe rustig’. Want mevrouw wordt vaak in de avond actiever en drukker, terwijl wij na een week werken vooral behoefte hebben aan een avond zonder enige prikkel. Ze kan maar zo een halve middag op de bank hangen – iets waar ik dus weer heel veel moeite mee heb – om dan na het eten opeens volledig op te leven en alles uit de kast te trekken. Op een stokpaard doet ze haar paardrijlessen na, inclusief galop, ze gooit het halve repertoire van K3 eruit en kan in de avond oneindig boeken verslinden. Spelen gaat ook het lekkerst ’s avonds. In pyjama en halfdonker worden de barbies tevoorschijn gehaald en gaat ze in alle rust met haar lego aan de gang. En als ik verzucht dat ze dat beter overdag kan doen, zegt ze doodleuk: ‘dan speelt het niet zo leuk’. Inherent aan dit avondgedrag is haar voorliefde voor lang uitslapen. On-be-grij-pe-lijk voor een ochtendmens als ik. Zodra ik wakker word, wil ik er uit en meestal is dat – ook regelmatig met dank aan de jongste twee – mooi op tijd. Mevrouw echter, ligt het liefst tot half tien. Eerlijk waar, half tien! En nou hoor ik u denken: ‘die gaat er natuurlijk ook veel te laat in’, maar nee, als baby al, kon deze dame prima uitslapen. Ze kwam als peuter ook nooit uit bed als ze wakker was, maar bleef keurig liggen tot wij háár kwamen halen. Ze lag immers lekker in haar bed. Tóen keek ik nog wel eens of alles wel goed was; inmiddels weten we allemaal niet beter dan dat we de eerste uren van de dag in het weekend zonder haar moeten stellen. Eén voordeel: dat ochtendhumeur is dan echt wel vervlogen.