Maria’s Mooie Mensen 513

Werken in een familiebedrijf; menigeen moet er niet aan denken. Zelf stroomde ik na mijn studie – Makelaardij overigens – vrij onverwacht het bedrijf van mijn ouders in. Toen nog wist ik het zeker: hier blijf ik heus niet. Ik had me juist jarenlang verzet tegen het werk van mijn ouders, want: ‘ik ga natuurlijk niet hetzelfde doen als zij’. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en het beviel juist veel te goed in hun bedrijf om nog weer weg te gaan. Manlief kwam erbij – hij trouwde zich erin, grappen wij nu nog altijd – en inmiddels zitten we alweer zo’n tien jaar elke dag naast elkaar op kantoor. Van naast elkaar in bed spenderen wij dus een groot deel van de dag vervolgens samen op kantoor en dan nog eens zitten we ’s avonds ook nog eens samen op de bank. Voor ons geen opgave, het is niet bepaald saai en we blijken elkaar ook nog altijd genoeg te vertellen te hebben. Nu mijn ouders niet meer werken en onze kinderen groter worden, rijst regelmatig de vraag: wie gaat ons opvolgen? Niet bij onszelf overigens; vooral bij anderen. Want net als mijn ouders vind ik maar één ding echt belangrijk en dat is dat onze dames gaan doen waar ze blij van worden. En is dat toevallig in ons bedrijf dan is dat leuk, maar worden ze toch patatbakker, juf en dierentuinverzorger, zoals ze nu nog opperen, dan is dat ook prima. Ze krijgen ons werk overigens wel met de paplepel ingegoten, want van baby af aan gaan ze regelmatig mee. Ons kantoor ligt meestal bezaaid met barbies en stiften en de bank die er staat en de tv die er hangt, worden door onze meisjes goed benut. Ze genieten ervan de boel regelmatig op stelten te zetten en ze spelen vol overgave verstoppertje over de twee verdiepingen. Helemaal leuk vinden ze het als ze zich nuttig kunnen maken. Papieren versnipperen, prullenbakjes verschonen en printjes halen; zet deze dames maar aan het werk. Eén voordeel: bang om te werken zijn ze niet. Oudste dochterlief ziet het zelfs als één van de leukste dingen die ze in haar leven gaat doen. Ze schreef al een sollicitatiebrief aan ons en zeurde de laatste weken net zolang tot ik overstag ging en haar één ochtend in de week de telefoon op liet nemen. Met mij ernaast en op de speaker, maar toch. Mevrouw oefende thuis en nam zonder schroom met ‘Uitgeverij Media Totaal, met Olivia, waarmee kan ik u helpen’ elk telefoontje aan. Grootste struikelblok bij de telefoontjes bleek ik, want doorverbinden zonder iemand kwijt te raken, is één van de vaardigheden die ik nog niet beheers. Dat ze naast klantvriendelijkheid net als ons ook ondernemersbloed door haar aderen heeft stromen, viel ons afgelopen weekend op. Ze bouwde een eigen kraampje voor de jaarlijkse dorpsfair, produceerde zelf haar handelswaar en bracht dat fanatiek aan de man. Dat ze niet midden op de fair zat, hield haar niet tegen om menigeen van de fiets af te krijgen voor de aankoop van een zelfgebakken koekje. Na vier uur leuren was de handelswaar volledig op. Eén kwart verkocht, driekwart opgegeten door haar zusjes. Daar zit dan nog een klein verbeterpuntje.