Minikul week 51

In 1996 werd de dienstplicht afgeschaft, beter gezegd: de opkomstplicht werd opgeschort. Want de mogelijkheid om jonge mannen wie Neerlands bloed door de ad’ren vloeit in tijden van nood voor de verdediging van ons vaderland op te roepen, bestaat nog altijd. Maar ik, legernummer 350422136 – maak me midden in de nacht wakker en ik dreun het zonder haperen voor u op – was van 1953 tot 1955 twee jaar het haasje. A raison van 75 cent, nog geen 35 eurocent per dag en later tegen de voor mij als dienstplichtig soldaat zonder ook maar één miniem streepje op de mouwen maximaal haalbare éne gulden oftewel 45 eurocent. Maar een gevulde koek in het Protestants of Katholieke Militair Tehuis kostte maar een duppie, 4,5 eurocent en een pilsje het dubbele. Bij de protestanten werd enkel koffie en fris geschonken dus u begrijpt waar ik te vinden was.

Militaire dienst was voor mij een hinderlijke onderbreking van de toekomstplannen die ik toen niet had. Maar ik was te laf om dienst te weigeren want dan kreeg je óf S5 en had je een psychisch mankement wat een verdere burgercarrière in de weg kon staan. Of je ging naar het strafkamp Nieuwersluis, dat was nog veel erger dan ‘gewoon’ militaire dienst.

Als ook maar enigszins zinvol of nuttig heb ik mijn 24-maanden-dienst ten faveure van God, Nederland en Oranje niet ervaren. Ik kon goed met mijn dienstmaten overweg, het waren in mijn nederige soldaatfunctie vrijwel allemaal jongens die de militaire dienst ook ‘niks’ vonden doch net als ik te laf waren om te weigeren. Ik heb uit mijn diensttijd echt nulkommanul positiefs meegekregen. Wél de ervaring dat Macht bij sommige individuen tot Misbruik kan leiden. Zowel bij beroeps als dienstplichtigen die het in het leger ietsjes verder hebben geschopt dan ik. Een voorbeeldje daarvan blijft me nog altijd bij: Een van de dienstplichtige (!) sergeanten in ons peloton was een oud-klasgenoot van me, weliswaar twee jaar ouder omdat ie twee keer was blijven zitten, maar toch. Hij drilde onze groep op een manier waar de machtswellust van afdroop. Erg haatdragend ben ik niet, maar toen ik uit dienst kwam nam ik me lange tijd voor om niet te remmen als ik hem voor mijn auto zou krijgen. Zo ver is het gelukkig nooit gekomen en de tijd leert je te relativeren. De man is ook al jaren dood. Toen ik zijn overlijdensbericht in de krant las, deed het me niks. Die episode in mijn leventje had ik allang afgesloten.

Henk Hendriks