Onverzettelijke Mollema knap zevende in Tour na eindspurt

“Nog nooit zo zwaar gehad”

PARIJS(FRA) – “Het had van mij nog wel een paar dagen langer mogen duren,” grapt wielrenner Bauke Mollema een paar uren nadat hij de Champs-Élysées gepasseerd tegen deze krant. “Ik begon me eigenlijk steeds beter te voelen.” Maar dan zonder gekheid. “Nee, het is mooi geweest. Het was een loodzware Tour, de zwaarste tot nog toe,” verzucht de nummer zeven uit het eindklassement. “Wat heb ik soms afgezien en wat was het zwaar. Maar op de een of andere manier had ik de laatste dagen in de Alpen meer energie dan eerder.”

Die hernieuwde energie bracht Mollema nog tot een verrassende zevende plaats. We kunnen het natuurlijk hebben over het machtsvertoon van Froome, de winnaar van de Tour 2015, of over de oplaaiende dopingverhalen, over het spektakel, over de aanval van Quintana in de laatste Alpenrit in een wanhopige poging Froome nog uit het geel te rijden. We kunnen het hebben over onze krachtige landgenoot, Wout Poels, die een belangrijke rol speelde in de prestaties van zijn ploeggenoot Froome, of over de terugkeer van Gesink, over de onverslaanbare sprinter Greibel die de slotrit won, over de valpartijen op de kasseien maar het gaat ons natuurlijk om Bauke Mollema die nog altijd tijd maakt voor de Streekkrant en op een buitengewoon knappe zevende plaats eindigde. Zo zag het er lang niet uit. Mollema blikt zelf terug: “Het begin was aardig, met een behoorlijke tijdrit maar later zakte ik wat terug. Niet dat het slecht ging maar vooral in de Pyreneeën kon ik niet wat ik wilde brengen. Daarbij viel ploeggenoot Canecellara uit en dat scheelt vooral in ervaring maar ook in de tijdrit. Ik vreesde zelfs even voor een top-tien plaats maar op zich hield ik ook wel vertrouwen. En vooral de laatste dagen in Alpen ging het beter. Kon ik met de besten mee en zelfs nog doorstijgen naar een zevende plaats. Ja, dat staat leuker dan achtste of negende.”

De zevende plaats was voor de kopman het hoogst haalbare deze tour. Hij perste alles uit zijn ranke lichaam. Daar waar menig renner had opgegeven, ging Mollema door. Lossen op beslissende momenten, helemaal verzuurd op het zadel, doodgaan en nog eens doodgaan. Maar afstappen, dat is het woord dat nu juist niet voorkomt in het woordenboek van de oud-Zuidhorner. Piepen, kraken, buigen maar niet breken. Integendeel. De laatste dagen in de Alpen werden zijn beste uit de hele Tour. Met veerkracht en doorzettingsvermogen als zijn kenmerken. In 2011 werd de renner zesde in het eindklassement. Het niveau is nu echter hoger, niet eerder werd er zo hard gereden. Hoewel dus niet zijn hoogste klassering ooit, ‘Het was wel mijn beste Tour tot nog toe.” Hij glimlacht. “En samen met Gesink zijn wij volgens mij het eerste Nederlandse duo in de top zeven sinds 1989. Wat ik nu ga doen? We gaan lekker eten, bijkomen en de komende winter maar eens goed kijken naar een nieuw plan. Want er zijn nog zes man sterker. Misschien dat we dat getal nog wat kleiner kunnen maken.” Bauke Mollema, onverzettelijk, onbreekbaar en vooral nuchter. “Zevende is geen zesde, maar ook geen achtste.” Een toprenner en minstens zo belangrijk, een mooi mens.