Piet schrijvers is niet meer, geliefd en de allerbeste

Piet Schrijvers is niet meer. Een legende is heengegaan. Piet was de allerbeste. In een tijd waarin keepers nog echte keepers waren. Al op zijn op veertienjarige debuteerde hij in het eerste elftal van SEC, een plaatselijk amateurvereniging dat in de tweede klasse uitkwam. Op zijn veertiende jaar! In 1968 debuteerde de legendarische doelman bij FC Twente. Daar speelde hij zes seizoenen en kreeg in het seizoen 70/71 maar dertien tegentreffers. Uiteindelijk vertrok hij naar Ajax waar hij van 1974 tot 1983 de onbetwiste nummer één was. En natuurlijk de doelman van Oranje. Eénmaal heb ik Piet in levende lijve mogen ontmoeten. In zijn huis in Ermelo. In 2011. Ik bedacht een reden om hem te mogen interviewen voor de Streekkrant. Het werd een itempje van een paar honderd woorden. De middag bij Piet duurde bijna drie uren. Vroeger was ik zelf doelman. Ik had drie idolen. De plaatselijke keeper van de VV Zuidhorn, Geert Bos en FC Groningenkeeper Harry Schellekens, maar op nummer één stond Piet Schrijvers. Het was dan ook een onwerkelijk moment. Dat moment dat de deur open ging en de reus zelf open deed. Een gouden armband. Een vriendelijke lach en nog altijd de schorre stem. Zijn vrouw Cathy maakte koffie. Ik had gehaktballen van de echte slager uit Zuidhorn meegenomen en die werden ook direct maar bereid.

Piet was een uitzondering in zijn soort. Altijd een paar kilo te zwaar maar desalniettemin zeer atletisch. De beelden van de ‘best saves’ op YouTube maken woorden overbodig. Piet had katachtige reflexen en leeuwenmoed. Hij was een doelman die vond dat de 16 meter zíjn terrein was. Dus wás
het zijn terrein! En wanneer Piet uit zijn goal stormde kon je maar beter wegwezen. Een botsing met Piet was steevast werk voor de verzorger. Brulde Piet ‘los’ dan zag je de mensen ook echt wegrennen. Zowel eigen verdedigers als vijandelijke aanvallers. Soms bleef Piet voor de grap dan gewoon staan om t kijken hoe iedereen wegstoof.  Nooit was een doelman zo populair en geliefd als Piet Schrijvers. Een grote mond en een klein hartje, zo omschreef zijn vrouw hem die middag.

Piet stelde vragen, en liet een paar trofeeën zien.  Verder had hij niets meer aan tastbare herinneringen uit zijn carrière.  ‘Alles weg gegeven’. Uren lang ging het over zijn belevenissen. Hij speelde met de allergrootsten. Met Gullit, met Van Basten, Rijkaard, Koeman en Cruijff. Met Johan Cruijff kon de ‘Beer van de Meer’ uitstekend opschieten. Hij verteld over de opkomst van Gullit en Van Basten.  Over zijn teleurstelling op de bank  te zitten tijdens het WK in 74 waar Oranje de finale van West-Duitsland verloor. Omdat Jongbloed beter kon meevoetballen. Velen beweerden later dat mét Schrijvers in de goal de finale was gewonnen. Wat natuurlijk zo is. Jongbloed bakte er niets van tijdens het WK. Het ging over zijn legendarische toespraak tijdens de rust Ierland – Nederland in Dublin.  Het is 12 oktober 1983.  Nederland moet winnen om uitzicht te houden op het EK 1984 in Frankrijk. Oranje speelt met de jonge Gullit als laatste man en met de 18-jarige Van Basten als eenzame spits. Nederland wordt overlopen en staat bij rust met 2-0 achter. Schrijvers voorkomt een grotere achterstand met een paar wonderbaarlijke reddingen. In de rust grijpt de doelman hoogst persoonlijk zelf in. Al bulderend herinnert hij het team aan ‘het wonder van Leipzig’ toen Oranje volgens Schrijvers een 2-0 achterstand omboog in een 3-2 zege. In werkelijkheid was het 2-1, maar dat ene doelpuntje, dat kleine leugentje ‘dat verdomde niks’ vertelt Schrijvers die middag. Bondscoach Rijvers zat in een hoekje met Van de Kerkhof te overleggen en wilde de laatste 20 minuten bij deze stand vol op de aanval spelen. Schrijvers pikt het niet en schuift Gullit direct door naar de spits waar hij ‘gewoon zijn gang moet gaan’. Rijvers protesteert maar het team luistert naar de doelman. Oranje speelde in een soort ‘zelfmoordtactiek maar won de memorabele wedstrijd met 2-3 door een treffer van Van Basten en twee van Gullit. Het winnende vlak voor tijd. De donderspeech zorgde voor een ommekeer in de spelopvatting bij Oranje en Schrijvers legde daarmee de basis voor het team dat in 88 Europees kampioen werd.

De ‘Beer van de Meer’ die zijn carrière bij PEC Zwolle afsloot en bijna nog doelman van FC Groningen was geworden na zijn vertrek bij Ajax, sprak zich na zijn actieve carrière meerdere malen uit over het zorgelijke niveau van de doelmannen in het betaalde voetbal. Hij hekelde de ‘Frans Hoek’ opleidingsmethode. Volgens Piet veel te veel wetenschap en interessant doen. Piet was van de no-nonsense. Concentratie, lenigheid, moed en zelfvertrouwen zijn veel belangrijker dan een bal goed naar de rechtsback kunnen spelen. En de laatste bal tijdens de warming-up of training moet altijd voor de keeper zijn. Leer keepers lijden en je leert te winnen, grinnikte Piet die middag. “Ze hebben potverdomme nog nooit blubber gezien. Verwende jongetjes, foeterde Schrijvers.

Die middag begreep ik waarom Piet zo geliefd was. Waarom iedereen van Piet hield. Waarom Piet door André Hazes werd toegezongen op het voetbalgala vanwege zijn afscheid bij Ajax. Als het je  lukt zelfs Feyenoordvoetballers aan het huilen te krijgen ben je een hele  grote. Het lukte Piet. Zijn imposante gestalte, zijn katachtig reflexen, zijn woeste uitkomen. Zijn bijna grimmige wil om te winnen. Piet was geliefd omdat hij de beste was, maar vooral ook omdat Piet altijd de man van het volk bleef en de taal van het volk sprak. De man die nooit zijn hand of been terugtrok, bleef onder alle omstandigheden gewoon Piet. Op de weg naar huis bekroop me een naar gevoel. Piet wist niet meer wie zijn opvolger bij Oranje was.

Geschreven door: Johan Kamphuis