Raad van Toezicht op sterkte benoemt Heidi Renkema tot nieuwe directeur Museum aan de A

GRONINGEN/EZINGE – Afgelopen vrijdag maakte Rob Schuur, voorzitter van de Raad van Toezicht van Museum aan de A, bekend dat Heidi Renkema is benoemd tot directeur/bestuurder. Met ingang van 1 maart 2021 volgt Renkema directeur Jan Wiebe van Veen op die na 33 jaar op 1 januari 2021 het museum zal verlaten. Tussen het vertrek van Van Veen en de start van Renkema nemen adjunct-directeur Wicher Kerkmeijer en Merijn Vos, kwartiermaker, de directeurstaken waar. Renkema was afgelopen vijf jaar directeur van Museum Wierdenland in Ezinge.

Rob Schuur heeft veel vertrouwen in Heidi Renkema: “Heidi is een energieke en ondernemende directeur, gehecht in de regio en sterk gericht op het waarmaken van de ambities van Museum aan de A”. De Raad van Toezicht is eerder deze maand op volle sterkte gekomen door het toetreden van Marieke Boekhold en Willem de Kok. Samen met Ellen ter Hofstede, Leonieke Vermeer, Pieter Westra en voorzitter Rob Schuur vormen ze de nieuwe Raad van Toezicht.
Vanaf 2016 wist Renkema als directeur Museum Wierdenland tot een goed lopende vrijwilligersorganisatie te maken met veel oog voor maatschappelijke relevantie. De nieuwe directeur deed de masterstudie biologische landbouw in Wageningen, daarna werkte ze jarenlang als onderzoeker en projectcoördinator in verschillende nationaal en internationaal opererende natuurorganisaties. Mede door deze achtergrond zag en ziet Renkema mogelijke samenwerkingsverbanden, onder andere met vluchtelingenorganisaties. Renkema heeft zin in haar nieuwe functie: “Museum aan de A kan bij uitstek de plek worden waar gewezen wordt op het unieke karakter van de Groninger provincie met schitterende oude landschappen, kerken, borgen, wierden, dijken, kloosters en boerderijen”. Met een sterk geloof in de waarde van educatie, is zij ervan overtuigd dat Museum aan de A een rol moet spelen in het vergroten van kansen voor jongeren. “De geschiedenis van Groningen is veel rijker en interessanter dan vaak wordt gedacht. Historische kennis, verbondenheid met de omgeving, inzicht in het grotere verhaal en een solide ‘sense of place’ kunnen allemaal bijdragen aan gevoelens van trots en eigenwaarde en die kunnen weer een opstapje of zelfs een springplank vormen naar zelfontplooiing”.