Tessa Lap uit Oostwold kreeg korfbal met de paplepel ingegoten

‘Men denkt vaak dat korfbal een beetje een lievige sport is, maar dat is niet zo’

OOSTWOLD – De 21-jarige Tessa Lap uit Oostwold speelt korfbal in het Talent Team van Oranje. In oktober werden zij en haar team Europees kampioen. In Catalonië speelden ze een bloedstollende wedstijd tegen het team van België, dat onze korfballers tot het eind van de wedstrijd flink bezig wist te houden. Eén minuut voor de klok viel het beslissende doelpunt voor de Nederlanders.


Tessa was er al vroeg bij; ze korfbalt al vanaf haar vierde levensjaar. ‘Ik begon bij de kabouters hier in Oostwold bij OWK. Bijna in mijn achtertuin dus. Daar korfbalde ik tot mijn 15e bij de jeugd. Op het moment dat ik vanuit het jeugdteam naar de selectie mocht kwam ik tot de conclusie dat ik het lastig vond om me op die manier te blijven ontwikkelen. Ik heb er toen voor gekozen om naar de senioren te gaan. Dat bleek een goede keus, want ik werd bijna meteen geselecteerd voor Oranje onder 17. Ik leerde veel bij de senioren, kreeg er voldoende weerstand. Als 15-jarige speel je dan met mensen tussen de 22 en 30 jaar. In dat team zaten een hoop familieleden van mij, dus ik hoefde niet echt te wennen aan het leeftijdsverschil. Daarnaast bleef ik altijd erg betrokken bij mijn eigen team door mee te gaan naar wedstrijden. Ook kwam het team bij ons kijken.’
Korfbal is altijd een echt gezinsding geweest voor de familie Lap. ‘Mijn ouders, tantes en broers spelen en speelden. Omdat ik van kleins af aan al mee ging naar wedstrijden werd ik al snel aangestoken door de sfeer. Sinds ik bij Oranje kwam, heb ik echt gezegd dat ik door wilde stomen naar de korfballeague. Dat is het hoogste niveau van Nederland.’
Tessa kan daar als topsporter niet van leven. ‘Dat kan alleen als je in het grote Nederlandse Team zit. Dan heb je een A-status vanuit het NOCNSF. Het grote Nederlandse Team is niet perse een doel, maar wel een droom. Ik heb in de teams Oranje onder 17 en onder 19 gezeten, en zit nu dus in onder 21. Wat nu nog mist is het Groot Oranje.’

Tessa studeert in het dagelijks leven. Ze krijgt bij haar opleiding HBO-verpleegkunde alle ruimte om haar sport uit te oefenen. Wat er zo leuk is aan korfbal weet ze duidelijk uit te leggen: ‘Het is een gemengde sport. Misschien heel cliché, maar dat is gewoon heel erg leuk. En dan kijk ik vooral naar toen ik jonger was, dat je samen met jongens en meiden de sport kunt beoefenen. Verder houd ik wel van een beetje actie. Men denkt al snel dat korfbal een beetje een lievige sport is, maar dat is het zeker niet. Er wordt aardig wat fysiek contact gemaakt. Het is heel dynamisch. Je moet echt samenwerken. Je mag niet lopen met de bal, dus je moet elkaar veel gunnen. Je hebt elkaar echt nodig. De spelers leren elkaar echt kennen, omdat we drie keer per week trainen en dan de zaterdag de hele dag op pad zijn voor een wedstrijd. Ik speel nu ook bij DOS 46 Nijeveen, vanaf 2020. De wedstrijden van Oranje en DOS overlappen nooit om spelers uit heel Nederland de kans te geven voor het nationale team uit te komen. Bij DOS zijn ze trots dat ik meedoe.’ Voor Oranje onder 21 is het straks gebeurd voor Tessa vanwege haar leeftijd. Omdat ze nog jong is en tegen de 30-jarigen moet opboksen, is de kans wat kleiner dat ze meteen in de selectie voor het nationale team komt.
Korfbal is de laatste tijd veranderd. ‘Iedereen heeft zo zijn specialiteit, maar het is niet zo dat er maar eentje de goal maakt. Alle vier mensen in het vak moeten kunnen scoren. Mannen en vrouwen in een team worden meer naar elkaar toegetrokken. Als je bijvoorbeeld een overtreding begaat en een strafworp krijgt, dan mocht het team zelf kiezen wie die strafworp nam. Dan was het altijd een van de lange mannen die de strafworp nam. Tegenwoordig moet degene die de overtreding begaat ook de strafworp nemen. Er wordt dus steeds gewerkt aan gelijkwaardigheid.’