Thuisonderwijs in Westerkwartier en Noordenveld: kwestie van volhouden

“Iedereen toont een grote bereidheid en inzet”

TOLBERT/WESTERKWARTIER – Het onderwijs in Nederland zag zich voor de tweede keer tijdens de coronacrisis geconfronteerd met de beslissing van de overheid, om alle scholen te sluiten. Ook voor de stichting Quadraten, waar 35 scholen uit de gemeenten Westerkwartier en Noordenveld onder vallen, betekent dit een ingewikkelde opgave. Binnen de geboden mogelijkheden moet er namelijk (online) thuisonderwijs worden verzorgd voor ongeveer 4900 leerlingen. Eén van onze verslaggevers ging in gesprek met Marije van den Muyzenberg en Esther Dijkstra, om zo een beeld te krijgen over de huidige gang van zaken en de eventuele gevolgen daarvan. Marije van den Muyzenberg (52 jaar) is directeur van basisschool ‘De Beelen’ in Tolbert. Esther Dijkstra (53 jaar) bekleedt dezelfde functie op de Jan Kuipersschool in Grootegast. Op voorhand stellen beide directeuren dat alle betrokken medewerkers en de ouders van de leerlingen, een groot compliment verdienen: “Iedereen toont een grote bereidheid en inzet, om er onder de toch wel vaak moeilijke omstandigheden het beste van te maken”

Esther prijst zich gelukkig met het feit dat er na de eerste sluiting in maart 2020 een enquête en een evaluatie is gehouden: “Daar hebben we veel van geleerd en daardoor konden we de tweede keer sneller en ook beter voorbereid aan de slag”. Marije onderschrijft de woorden van haar collega: “We hebben na de eerste periode het plan bijgesteld. De eerste keer was het voor mijn team wat onwennig en toch ook wel spannend. Nu is er sprake van rust en zekerheid. Alles valt en staat vooral ook bij goede communicatie met de ouders”. Esther licht toe dat er ook meer inzicht is ontstaan over de vraag welke kinderen via of door de school opgevangen moeten worden en welke online thuis onderwijs kunnen volgen. Het gaat daarbij niet alleen om kinderen van ouders met cruciale beroepen, maar ook om kwetsbare kinderen. Met kwetsbare kinderen worden kinderen met een onderwijskundige achterstand bedoeld en kinderen waarbij de begeleiding thuis om diverse redenen niet lukt. Marije stelt dat bij onderwijs op school het ene kind nu eenmaal meer begeleiding nodig heeft dan het andere. Dat is bij thuisonderwijs niet anders en de leerkracht anticipeert daar ook nu zoveel mogelijk op. Uiteraard zijn beide directeuren het erover eens dat fysiek lesgeven op school de allerbeste methode is. Online is de interactie tussen leerkracht en leerlingen en tussen de leerlingen onderling niet onmogelijk, maar wel veel lastiger.

Voor wat betreft opvang op school is Esther duidelijk: “We bekijken van dag tot dag wat we aan kunnen en hanteren daarbij een maximumaantal leerlingen, dit in nauwe samenwerking met kinderopvang ‘Jaribabo’. De belastbaarheid van medewerkers is daarbij ook een belangrijke factor”. Marije vertelt daarover: “Wij werken niet met een maximum, maar houden de aantallen natuurlijk nauwlettend in de gaten. We werken voor wat betreft de noodopvang samen met basisschool ‘De Regenboog’ en de locatie ‘Bubbel’ (SKSG). We kunnen daardoor vraag en aanbod voldoende op elkaar afstemmen. Ook bij ons geldt dat we vooral willen bewaken dat iedereen gezond blijft”. Zowel in Grootegast als in Tolbert gaat het voor wat betreft de (nood)opvang om 35 á 40 kinderen. Dit betekent dat verreweg de meeste kinderen online thuisonderwijs volgen. De prioriteit en dus ook de focus ligt daarbij op taal, spelling en rekenen. De overige vakken worden wel aangeboden, maar ouders en leerlingen gaan daarbij meer zelfstandig aan de slag. Als positief effect hiervan noemt Marije de versterking van digitale vaardigheden van de kinderen en de leerkrachten. Op school heeft digitaal onderwijs al langer haar intrede gedaan, maar er is nu sprake van een versnelde ontwikkeling.

Op de vraag of de huidige situatie ook tot leerachterstanden of andere problemen gaat leiden reageert Esther als volgt: “Als de normen zoals blijven als ze zijn, dan is er altijd sprake van leerachterstand, maar desondanks zal ieder kind zich wel blijven ontwikkelen. Wellicht dient de normering aangepast te worden of wordt de onderwijstijd verlengd. Esther merkt daarover op: “We bevinden ons nu met elkaar op een ‘oefenveld’ en zijn daarbij afhankelijk van de geldende maatregelen, welke door de overheid worden bepaald. Esther en Marije zijn het er roerend over eens dat iedereen gebaat is bij en uitkijkt naar een zo spoedig mogelijke heropening van alle scholen. Als leerkrachten en ondersteuners houden we het wel vol, maar het is wel de vraag hoe lang de ouders dit nog kunnen volhouden. Ook is het duidelijk dat de sociale aspecten door alles en iedereen worden gemist. Een school is meer dan een plaats waar kinderen onderwijs krijgen. We missen elkaar, de sociale contacten en de buitenschoolse activiteiten. Maar we gaan door en moeten het samen volhouden. En we zullen het in het belang van ‘onze’ kinderen ook zo goed mogelijk blijven doen.