Veteraan Herman de Wolf over zijn tijd als marinier

0
72

‘De marine heeft mijn leven veranderd, ik hoorde eindelijk ergens bij’

ZUIDHORN – Komende zaterdag – 20 juni – zou de Veteranendag Westerkwartier worden georganiseerd. Om begrijpelijke redenen is een Veteranendag in de gebruikelijke vorm geen optie dit jaar. Om toch stil te staan bij hetgeen militairen voor ons land betekenen en hebben betekend, ging De Streekkrant in gesprek met Herman de Wolf. De oud-marinier vertelt over zijn tijd bij Defensie en hoe het hem als mens vormde. ‘Ik was een buitenbeentje. Niet dat ik gepest werd, maar ik hoorde nergens écht bij. Dat veranderde toen ik bij de mariniers kwam. Ik voelde mij er gelijk thuis.’

‘Het is moeilijk om uit te leggen wat je hebt gedaan en hoe dat was.’ De woorden van oud-marinier Herman rollen op een rustige, haast monotone manier over tafel in zijn huiskamer te Zuidhorn. Toch spreekt de in Hoogkerk opgegroeide reus vrij makkelijk over zijn diensttijd. Niet zo verwonderlijk ook, want binnenkort hoopt hij – wanneer de coronacrisis voorbij is – gastlessen te gaan geven op scholen. ‘Ik vind het belangrijk om scholieren te leren dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Tijdens mijn gastlessen hoop ik een goed beeld van Defensie neer te kunnen zetten.’

Het was ergens in zijn tienerjaren dat Herman kennismaakte met ‘Tour of Duty’. Een immens populaire dramaserie over de Vietnamoorlog. ‘Ik vond het een interessante serie over de landmacht en de mariniers in het bijzonder. Dat je elkaar helpt, ervoor elkaar bent: dat sprak mij aan. Je staat ergens voor, je hoort ergens bij. Ik leerde later, toen ik mij aansloot bij Defensie, dat het marinier zijn meer tussen de oren zit, dan in het lichaam.

Herman was geen jongen die zich snel ergens thuis voelde. Hij was een buitenbeentje, zonder dat hij gepest werd. ‘Ik hoorde nergens echt bij’, stelt hij. Toen hij op zijn 24ste begon aan de mariniersopleiding, veranderde dat drastisch. ‘De opleiding was een cultuurshock ‘Het was geen cultuurshock, maar wel een hele andere wereld. Veel meer gedisciplineerd, meer structuur’, beaamt Herman. ‘Het was zwaar, zowel fysiek als mentaal. De hele opleiding gaat over grenzen opzoeken en die verleggen, en over het vinden van je breekpunt. Ik heb me wel eens afgevraagd of ik het ging redden. Soms leek het zo zinloos. Dan was je uren bezig met kuilen graven om ze vervolgens weer dicht te gooien. Puur om je mentaal te pakken. Echt zinloos was het echter nooit, je wist waarvoor je het deed. Het breekpunt kwam steeds dichterbij en uiteindelijk redde meer dan de helft het niet. Maar ik dacht op den duur: ik ben nu zo ver gekomen, laat ik er dan ook maar een prijs uit halen. Zo heb ik het gehaald.’

Vrij snel na de opleiding werd Herman naar Bosnië gestuurd. Het was 2002, het grote conflict woedde er inmiddels niet meer. ‘We kwamen er op een zogeheten “showing the flag-missie”. Het conflict was voorbij, maar we waren er puur om te laten zien dat we nog niet helemaal vertrokken waren. We hebben niet gevochten, maar ik leerde er veel. Bosnië was indertijd één groot mijnenveld. Vandaag de dag nog steeds trouwens.’ Herman zag met eigen ogen het belang van religie voor mensen in Oost-Europa. ‘Ik herkende tekens en symbolen uit de Bijbel, die stonden daar op deuren en muren. Het verhaal van de engel van God die de deuren van Israëlieten voorbij ging, omdat de deur besmeurd was met bloed. Dat verhaal zag je terug, omdat daar ook deuren gemerkt waren. Zo zag je hoe men hoop putte uit het geloof.’ Herman zelf groeide op met de leer van God. ‘Ik zit niet iedere zondag in de kerk, maar ik geloof wel. Of het mij kracht heeft gegeven op missies? Niet per se. Maar soms denk je er wel aan.’

Een jaar na Bosnië volgde een uitzending naar Irak. ‘Wij kwamen daar gelijk na de oorlog om de boel te stabiliseren. Ik waande mij er in een heel andere wereld’, zegt Herman. Alleen het acclimatiseren was heftig. De mariniers moesten eerst twee weken in Koeweit verblijven. ‘Het was er 45 graden overdag. Bij het uitstappen uit het vliegtuig dachten we dat de hitte van de motoren van het vliegtuig kwam. Dat bleek niet het geval. Het was zó ontzettend warm, niet voor te stellen’, herinnert de oud-marinier zich. ‘We dronken tien liter water per dag, kun je nagaan. Langzaamaan begonnen we er met rondjes lopen, later met een rugzak om en een kogelwerend vest aan. Totdat we enigszins gewend waren aan de temperaturen.’

De bedoeling was om zes maanden in Irak te vertoeven. ‘We zouden na drie maanden, twee weken verlof krijgen.  Maar om genoeg capaciteit te houden, bleven we langer. De uitzending naar Irak vond ik geweldig. Hoe je met elkaar bezig bent, ergens aan werkt. Die verbondenheid met elkaar maakt het extra bijzonder. Dat zal altijd blijven.’

De missie naar Herman beviel goed. ‘In Irak had ik het idee dat we wat bereikten’, zegt hij. In 2011 vond de marinier het plotseling goed geweest. Hij stopte, na tien jaar bij het Korps te hebben gezeten. ‘Op den duur is het mooi geweest’, blikt hij terug. ‘Ik heb veel opleidingen en oefeningen binnen Defensie gedaan en ben op twee uitzendingen geweest. Ik vond dat het tijd was voor een andere generatie.’

Herman kwam in de anti-piraterij terecht als zelfstandige. ‘Dan was ik bijvoorbeeld privé beveiliger op een schip dat via Egypte naar de Verenigde Emiraten voer. Ik wilde eigenlijk bij een beveiligingsbedrijf aan het werk, maar die zeiden dat ik niet de juiste papieren had. Gek, vond ik, want ik had tien jaar bij de mariniers gezeten. Toen besloot ik maar voor mezelf te beginnen.’

Via de anti-piraterij kwam hij uiteindelijk ‘off-shore’ te werken. Op het moment dat dit stuk verschijnt, zit Herman in Azerbeidzjan. ‘Ik breng personeel van en naar boorplatforms’, zegt Herman. Hij is niet anders gewend dan dat hij vaak langere tijd voor werk weg is. ‘Ik ben geen man voor op kantoor’, zegt hij. ‘Met een 9 tot 5 baan doe je mij geen plezier.’ Ook thuis weten ze dat. Zijn vrouw Herlina steunde Herman dan ook door dik en dun. ‘Vanaf het begin van mijn diensttijd zijn wij al bij elkaar. Ze heeft me altijd en overal gesteund, daar heb ik heel veel aan gehad.’

Hij mag Defensie dan wel achter zich hebben gelaten, de verbondenheid met mede (oud) mariniers is nog groot. ‘Ik heb via het COM (Contact Oud Mariniers, red.) nog veel contacten. Bijvoorbeeld met veteranen die in Nederlands-Indië en Bosnië hebben gezeten. Met andere oud-mariniers heb je al snel een klik, het is makkelijk om over je diensttijd te praten. In de burgermaatschappij is dat lastiger. Het is moeilijk om uit te leggen wat je hebt gedaan. Bovendien mis ik soms de verbondenheid, het omkijken naar elkaar.’

Toch wil Herman mensen informeren over het leger en de marine. ‘Dat hoop ik met mijn gastlessen te bewerkstelligen. Dat men meer weet over wat wij doen en dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Tijdens mijn tijd als marinier werd ik al snel dankbaar dat ik in Nederland mag wonen. Dat beseft niet iedereen zich, al denk ik dat het belangrijk is om ons dat soms te realiseren.’ 

Het hoofdstuk van de marine heeft Herman naar eigen zeggen afgesloten, al zal de verbondenheid blijven. ‘Het was leuk, maar het is geweest. Ik blijf er over vertellen, wil graag mensen voorlichten. Als iemand mij zou vragen wat er voor nodig is om bij Defensie, en nog specifieker: de marine, te gaan dan zou ik zeggen dat ze het écht moeten willen. Het heeft mij een ander mens gemaakt, dat geef ik toe. Ik heb mij grenzen moeten opzoeken en verleggen. Ik merk vandaag de dag nog dat ik mij makkelijker kan aanpassen aan onverwachte situaties, om er iets positiefs van te maken.’

Veteranendag

Een Veteranendag, zoals de gemeente Westerkwartier die organiseert, kan eveneens helpen bij het begrijpen van het leger en het waarderen van vrijheid. ‘Ik ben er al eens geweest, vaak kon ik niet dankzij het werk. Wat je merkt bij zo’n dag is dat ik vaak één van de jongere aanwezigen was. Bij het woord ‘veteraan’ denkt men al snel aan de Tweede Wereldoorlog, maar er zijn zoveel andere oorlogen waarin gevochten is. Ik denk dat het belangrijk is om elkaar op zo’n dag te ontmoeten. Dat geldt ook voor de jongere veteranen. Het is sowieso belangrijk om meer aandacht te schenken aan de Veteranendag. Voordat ik veteraan werd, had ik er namelijk nog nooit van gehoord. Dat zegt wel iets.’

Dit jaar gaat de Veteranendag helaas niet door in de vertrouwde vorm vanwege de coronamaatregelen. Toch wil de gemeente Westerkwartier haar veteranen waardering geven. Dat gebeurt dit jaar met een ansichtkaart van burgemeester Ard van der Tuuk. De gemeente hoopt volgend jaar de veteranen te mogen begroeten in het Victory Museum.