Zegevierende Bauke Mollema geniet van heldenrol in Tour de France

“Alles verliep volgens plan”

ZUIDHORN – Hij had wat recht te zetten. Vorig jaar tijdens de 14e etappe ging het mis, kwam hij ten val en brak zijn pols. Afgelopen zaterdag was het weer de 14e etappe. Bauke Mollema wist, als ik een kans heb, dan is het nu. Een loodzware heuveletappe van 183.7 km met een aantal flinke beklimmingen en met het venijn in de staart. Tenminste, dat dachten ongetwijfeld zijn vijf medestrijders in de kopgroep.

De strijd zou beslecht worden tijdens de laatste klim, de Col de Saint Louis, een stijgingspercentage van 7.4 procent en dat bijna 5 km lang. Maar Mollema had een ander plan en wilde het daar niet op aan laten komen. In de afdaling van de Côte de Galinagues, 42 km voor het einde, was daar in eens de demarrage. En weg was de Zuidhorner, dankbaar gebruik makend van de verwarring in de groep die niet reageerde en weigerde met elkaar samen te werken. Mollema was weg. Mollema bleef weg. Onderweg naar weer een heldenrol. Het publiek op de banken. Wat is er mooier dan winnen uit een ontsnapping. Geen massasprint, maar gewoon 42 kilometer op kop rijden. Niet bezwijken onder de druk. Weten dat afdalen niet je aller sterkste kant is, maar toch maar één ding in je hoofd hebben. Gáán! En Mollema ging. Mollema bleef gaan. De benen begaven het niet en al snel liep de voorsprong op tot een minuut. Een minuut die hij niet meer uit handen gaf en een kilometer voor de streep gingen de gebalde vuisten de lucht in en verscheen er een uitzinnige lach op het gezicht van de op één na oudste ritwinnaar van ons land met zijn 34 jaar. Inmiddels een kind van de Trek Segafredo familie waar hij zich zo prettig voelt. Gewaardeerd. Een vrije rol heeft. Zelf kan kiezen of hij voor het klassement of de dagzege wil gaan. Zijn 17e overwinning vanaf 2006. De Vuelta a España in 2013, de Clásica San Sebastian in 2016 en de Ronde van Lombardije in 2019, een monument behoren tot zijn meest indrukwekkende zeges. En natuurlijk was er op 16 juli 2017 de eerste ritzege tijdens de Ronde van Frankrijk over de 189 kilometer lange kruising van heuvelrit en bergetappe van Laissac naar Le Puy en Velay. Ook al een legendarische, misschien wel heroïsche zege, omdat Mollema zijn achtervolgers kilometers lang in een bloedstollend gevecht steeds tien seconden voor bleef. Stalen spieren, maar vooral ook stalen zenuwen. Twee grote krachten van de kopman van Trek Segafredo. De wereld keek  met een glimlach van bewondering naar de lange solo en de indrukwekkend winst. Wie is die gekke Hollander die zo vreemd op de fiets zit? Bauke Mollema. Oud-Zuidhorner, een nuchtere en vriendelijke man die ons land weer een beetje trots maakt.

Daags na de eclatante zege blikt Mollema vanuit zijn hotelkamer nog een keertje terug. Hij is moe na weer een zware dag koersen: “Na de overwinning van zaterdag heb ik slecht geslapen. Dat was geen verrassing. Dat heb ik altijd na een belangrijke winst. Het zal de adrenaline zijn of zo”, lacht de renner die maar vier uurtjes sliep. “Ik was om 5 uur ‘s ochtends al wakker terwijl ik juist graag even wilde uitslapen. Vandaag heb ik dan ook rustig aan gedaan al was het wel weer zwaar”.

De gedachten gaan even terug naar zaterdag, 42 kilometer voor het einde. De plotselinge en vroege aanval die door niemand werd gepareerd en leidde naar een glorieuze zege. Eigenlijk had Mollema de ontsnapping al eerder willen in zetten. “Ik had het parcours de dag er voor goed verkend met Google. Daardoor kende ik de bochten, wist ik bij welke ik volle bak kon doorrijden en bij welke ik wat moest afremmen. Net op het moment dat ik wilde gaan was er een valpartij en kwam ik in het gras. Dus heb ik even gewacht. Het was nog 50 kilometer en het volgende moment kwam dus 42 kilometer voor het einde. Of ik mijn mederenner heb verrast? Ik denk het wel”, lacht Mollema die al snel een voorsprong heeft van een paar seconden en ziet dat niemand echt reageert in de groep. “Er zat nog ene klassementsrenner bij en er was al wat gedoe in de groep dus hoopte ik al op het scenario dat de reactie niet al te adequaat zou zijn”.

Alles verloopt volgens plan en in de kopgroep wordt nauwelijks gereageerd en de paar beslissende seconden na de ontsnapping. “Ik reed echt volle bak en de kennis van het parcours kwam me nu goed van pas. Andere renners dalen misschien toch wat rustiger, omdat ze niet precies weten hoe scherp een bocht is en dat soort details zijn dan heel belangrijk. De eerste seconden deed niemand iets en om dan in je eentje zo’n gat dicht te rijden is heel zwaar. Daar had niemand trek in blijkbaar en gokten er op me nog wel weer in te halen”, verklaart Mollema de afwachtende houding in de kopgroep. “Toen ik éém minuut en 25 seconden had, wist ik dat ik goed zat. De laatste tien kilometer had ik wel het idee dat ik het vol zou houden. Tegen de laatste klim zag ik wel een beetje op, omdat ik bang was stil te vallen. Gelukkig gebeurde het niet. Die laatste kilometer was natuurlijk geweldig. Al die juichende mensen langs de kant en je weet dan dat de winst binnen is. Het mooiste moment is denk ik wel de huldiging. Dan komt het echt binnen. Of deze mooier is dan die van 2017? Ik denk dat de ontlading toen nog groter was want eigenlijk was die rit veel spannender, omdat mijn voorsprong toen veel kleiner was. Maar deze had meer genietminuten”.