Ambitieus The Deadline wil meer

Burgum - the deadline

BURGUM – Vier vrienden, een oude container in een schuur en een gezamenlijke passie: dat is The Deadline. Hessel Klijn, Emiel Lont, Wander Wouda en Folkert Algra komen iedere woensdagavond bij elkaar om samen muziek te maken. Geïnspireerd door bands als Pearl Jam, Nirvana en Foo Fighters maken zij hun eigen muziek. Covers hebben zij nooit echt gespeeld. ‘Voor ons is het moeilijker om nummers te coveren dan onze eigen muziek te maken.
Al sinds we jongentjes van een jaar of twaalf waren maken we onze eigen muziek. We weten niet beter. Dat is wat we het leukst vinden, waar wij onze gevoelens in kwijt kunnen. Dat kunnen we bij covers lang niet zo goed,’ vertelt Folkert. ‘Bovendien heeft Hessel een heel eigen stem. Dat past lang niet overal bij.’ Ook al hebben de jongens van The Deadline een aantal grote inspiratiebronnen, dat wil niet zeggen dat ze proberen hetzelfde te doen. ‘Wij doen vooral wat we zelf leuk vinden. We kunnen keihard knallen, maar ook rustigere nummers spelen.’ Als band bestaat The Deadline concreet nog maar een jaar of drie. Optredens regelen is voor de jongens nog niet zo gemakkelijk. ‘Het is niet makkelijk om een beetje voet aan de grond te krijgen. Er zijn natuurlijk een heleboel bands zoals ons die graag willen optreden. En omdat we over het algemeen geen covers spelen zijn we nou niet heel erg een band die geschikt is voor bruiloften,’vertelt Wander. Qua optredens willen de jongens graag meer, al zijn ze blij met ieder optreden dat zich aandient. ‘Ieder optreden is weer een nieuwe ervaring,’ zegt Hessel. ‘We leren overal van, en krijgen ieder optreden weer de kans om ons te laten zien aan het publiek.’
Hun recentste optreden was maandag 21 juli, toen de jongens op het Veenhoop festival mochten optreden. Het was een kans die ze met beide handen aangrepen. ‘Bij het Veenhoop festival hadden ze dit jaar voor het eerst een open podium. Bands konden zich hiervoor inschrijven. Er hebben zich veel bands aangemeld, en daar werden vier bands uitgezocht die mogen optreden. Wij hoorden zes weken geleden dat wij één van die vier bands waren die op mochten treden,’ vertelt Emiel. ‘Hartstikke vet natuurlijk!’ Voor een optreden als deze komen de jongens nog wat vaker bij elkaar als normaal. ‘Normaliter repeteren we iedere woensdagavond, maar voor een optreden komen we nog vaker bij elkaar. Dan sleutelen we nog wat extra aan nummers, proberen nog verbeteringen aan te brengen. Uiteindelijk zijn we vaak uren bezig maar komen we toch weer uit op hoe we het altijd al doen,’ aldus Folkert.
De jongens hopen op volle zalen, publiek van tienduizenden mensen. ‘Bij ieder optreden dromen we er weer van, we proberen zo groot mogelijk te worden. Soms worden we ook weer met beide benen op de grond gezet, maar we blijven dromen. Er zijn meer bands die net als ons klein begonnen zijn. Je hoeft maar één keer ontdekt te worden, en je droom kan al uitkomen,’ vertelt Folkert. ‘Bovendien worden we ook steeds een beetje beter. Bij ons eerste optreden stonden we als zoutzakken op het podium, nu zijn we veel meer op elkaar ingespeeld en durven we veel meer.’
Wanneer de jongens dromen over hoe ze er over vijf jaar voorstaan, blijven ze voorzichtig, doch ambitieus. ‘Het kan twee kanten op,’ zegt Hessel. ‘Of we staan dan op Pinkpop en spelen de sterren van de hemel, of we komen gewoon nog alle woensdagavonden bij elkaar om te repeteren in de container in de schuur voor wat kleine optredens, nog steeds dromend over succes,’ zegt Hessel, waarop Wander lacht: ‘Succes of niet, ik hoop dat we dan nog steeds in onze oefenruimte bij elkaar komen.’