Bezoekers buurthuiskamer getrakteerd op heerlijke snert

Aduard buurthuiskamer Jan Oomkes kookt-1

Wethouder Jan Oomkes lost belofte in

ADUARD – Bij de opening van de Buurthuiskamer in Aduard had wethouder Jan Oomkes het beloofd. Wanneer de agenda het toeliet zou de bestuurder van de gemeente Zuidhorn snert maken voor de bezoekers. Vorige week donderdag was het zover. Oomkes – kookliefhebber pur sang – maakte voor de pakweg twintig bezoekers drie grote pannen met snert. En het resultaat? Daarover was de mening eensgezind: heerlijk!

Oomkes moest dus aan de bak, en de 65-jarige wethouder deed dat met verve. Na zijn opvallende uitspraak liet de PvdA’er direct doorschemeren dat 14 november nog vrij was in zijn agenda en deze datum werd dan ook geprikt. Afgelopen donderdag stond hij er dan ook. “Jazeker”, lachte hij. “Een man een man, een woord een woord. Ik heb dat destijds beloofd, dan moet je dat ook waarmaken.”

De wethouder verloochende zijn politieke kleur zeker niet. Onder zijn schort zat – uiteraard – een rood overhemd met een rode stropdas en ondanks het feit dat zowel zijn broek als schoenen zwart waren droeg Oomkes knalrode sokken. “Ik kom uit een rood nest”, vertelde hij onder het koken van de snert. “Alleen, vergeleken met mijn ouders waren onze buren nóg roder. Ik denk dat ik daar ook de binding met de Partij van de Arbeid heb opgepikt. Ik werd lid van de Federatie Jongerengroep, waar ook generatiegenoten als Jacques Wallage en Max van den Berg lid van waren. Ik ben al vanaf mijn achttiende lid van de Partij van de Arbeid.”

Die socialistische gedachte kwam vorige week dus op een geheel andere manier tot uiting. Oomkes begon zoals het hoort op woensdagavond al met het bereiden van twee pannen snert, zodat deze donderdag lekker stevig zou zijn. De derde pan met snert werd wél op donderdag gemaakt. “Als bewijs voor de bezoekers dat ik deze snert niet bij de slager heb gekocht, maar weldegelijk zelf heb gemaakt.” En het geheim? “Dat kan ik natuurlijk niet zeggen”, lachte Oomkes. “Een chef kok geeft zijn recept niet prijs en ik ook niet.” Wel wilde Oomkes een aantal ingrediënten prijsgeven. “Knolselderij, bladselderij, winterse worst en gelderse worst.”

Tegen de tijd dat het eten klaar was stroomde de Buurthuiskamer vol. Voller dan gebruikelijk, want daar waar er normaliter op donderdagmiddag zo’n vijftien ouderen mee-eten, waren het er deze keer twintig. Kortom, de snert van Jan Oomkes wekte de nieuwsgierigheid bij de pensionado’s. Ite en Annie de Voogd waren eveneens van de partij. Daar waar Annie als vrijwilliger ondersteunt bij de organisatie, komt Ite wel eens mee-eten. Zo ook vorige week.

Rond twaalf uur serveerde de wethouder zijn snert, gemaakt naar eigen recept. Het werd stil in de buurthuiskamer. Enkel het licht kletterende geluid van lepels was te horen, terwijl enkele dames met borden vol roggebrood rondliepen. De meningen waren eensgezind. Oomkes was erin geslaagd om heerlijke snert voor te schotelen. Of zoals Ite de Voogd het verwoordde. “Je kunt na je wethouderschap nog altijd kok worden!”