De Streekkrant kijkt één dag mee over de schouder van staatssecretaris Joop Atsma

STRK-p21

“Dit is een grote plus op alles wat ik al deed”

SURHUISTERVEEN/DEN HAAG – Op 14 oktober 2010 werd Joop Atsma (56) benoemd als staatsecretaris op het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Atsma is daar verantwoordelijk voor het water, de luchtvaart en het milieu. Op deze vlakken houdt hij zich bezig met landelijke zaken, maar soms ook heel lokaal zoals met de milieuzak die het Westerkwartier gebruikt. Verslaggever Johannes Dolislager liep een dag met Atsma mee in de Haagse wandelgangen.

Vanaf zijn woning in Surhuisterveen moet Joop Atsma precies 212 kilometer rijden om op ‘zijn’ ministerie in Den Haag te komen. Het ministerie ligt het verst van het centrum en dus ook het Tweede Kamergebouw af. Officieel is het zelfs al Scheveningen. Wie bij het ministerie aankomt ziet een statig gebouw uit 1938. Jarenlang was het de hoofdvestiging van de KLM. Atsma heeft een plekje op de derde verdieping, maar daarvoor moet eerst wel langs een bewaker, twee receptionistes en twee bodes gewerkt worden. Deze staan overigens de gasten allervriendelijkst te woord.

Bovengekomen is Atsma zelf nog niet aanwezig en daarom wordt door de bodes in alle haast een kop thee aangeboden. Keurig volgens de etiquette wordt het werk gedaan en hoewel de journalist bijna driemaal zo jong is als zijn gastheer, wordt hij keurig met ‘u’ aangesproken. Een stijl die bij het gebouw past.

Enkele minuten later komt Atsma binnen. Op de voet gevolgd door zijn politiek assistent Jan Jaap van Halem, die deze dag niet meer van zijn zijde zal wijken. De CDA’er laat zijn kantoor zien, waar keurig op rij een verzameling van de Nederlandse dagbladen uitgestald ligt op zijn bureau. De bodes brengen koffie en thee.

Na even gesproken te hebben over de actualiteit begint de dag met een vooroverleg met assistent Van Halem en woordvoerder Sjirk Kuijper, die namens de staatsecretaris vandaag de contacten met de pers en dus ook De Streekkrant zal onderhouden. Atsma heeft meerdere woordvoerders: drie om precies te zijn. Welke woordvoerder met hem op pad gaat hangt af van het onderwerp. Elke woordvoerder is namelijk ergens in gespecialiseerd. Kuijper, ook een Fries, is dat op het milieuvlak.

Het overleg begint met een inventarisatie van de stukken. In een map van een centimeter of vijf zitten er diverse. Deze kunnen vandaag van pas komen. “Mijn ambtenaren maken veel stukken over de vragen die Kamerleden mogelijk kunnen stellen. Hierop wordt een antwoord gegeven, dat weer van verschillende argumenten wordt voorzien,” legt Atsma uit. “Vaak zitten er ook samenvattingen van verschillende stukken in en weer samenvattingen van samenvattingen. Het moet ervoor zorgen dat ik snel op de hoogte ben van de details, die later weer belangrijk kunnen zijn in het debat.”

Als alle spullen compleet zijn, verhuist het gezelschap naar een vergaderruimte, die de Rode Zaal wordt genoemd. In de hal staan al zes ambtenaren te wachten. Sommigen hebben vrijwel dagelijks contact met de staatssecretaris, terwijl anderen slechts eenmaal per half jaar aanschuiven om mee te praten over het thema waar zij op gespecialiseerd zijn. Opvallend is het cultuurverschil. Waar noorderlingen elkaar met de voornaam aanspreken, spreken de meeste ambtenaren met een keurig ‘u’ en twee woorden.

Tijdens de vergadering mag De Streekkrant blijven meekijken en meeluisteren, maar omdat zeer belangrijke dossiers besproken worden, mag niet geciteerd worden uit deze vergadering. Een uniek moment, want nooit eerder mocht een journalist bij een dergelijk overleg aanschuiven. Wat wel verteld mag worden is hoe Atsma het overleg leidt. Gedetailleerd bevraagt hij zijn ambtenaren over het hoe en wat van de regels, die zijn ministerie opgesteld heeft. Hij wil bijvoorbeeld weten hoe het met de Regionale Uitvoeringsdiensten gaat. Deze diensten zijn in het leven geroepen om handhavingstaken van de gemeenten samen te voegen. Zoals Kuijper later over het overleg zou zeggen: “Joop is twaalf jaar Kamerlid geweest. Hij weet precies wat een Kamerlid wil weten en kan doordat hij veel mensen kent ook inschatten waar zij mee gaan komen. Voor ambtenaren kan dat soms wennen zijn, want zij kijken met een andere blik.”

Tijdens het overleg bewegen de duimen van Van Halem op volle toeren. De politiek assistent is de spin in het web tussen het ministerie en de Kamer. Van Halem onderhoudt contacten met de verschillende Kamerleden en krijgt via de sms regelmatig vragen binnen. Ook maken ze hem duidelijk waar zij de staatsecretaris die middag op gaan bevragen. Voor Atsma een voorsprong. Zaken die nog niet in de map besproken zijn, kan hij meteen laten uitzoeken door zijn ambtenaren. Handig voor hem, maar ook voor Kamerleden die meteen antwoord kunnen krijgen op hun vraag. Later die dag blijkt dat communicatie door middel van sms de voornaamste manier van contact maken tussen de verschillende mensen in het Kamergebouw is. Vrijwel niemand telefoneert, maar iedereen loopt wel de hele tijd berichtjes te sturen.

Na het overleg, dat ongeveer een uur duurt, haast Atsma zich naar beneden waar zijn dienstauto voor de deur klaarstaat. Zijn chauffeur werkt al 27 jaar voor het ministerie en vele ministers en staatssecretarissen heeft hij dan ook al zien komen en gaan. Ed Nijpels was ooit de eerste. Wie de meest flamboyante in zijn auto was?. “We zijn heel discreet,” is het enige wat hij daarover zegt. Atsma voegt eraan toe: “Chauffeurs worden uitgebreid gescreend voor ze hier mogen werken. Ze mogen geen oren hebben en eigenlijk ook geen ogen.” De reden dat Atsma dit zegt is dat hij regelmatig in de auto aan het werk is, waarbij ook vaak geheime informatie besproken wordt, die niet mag uitlekken. Tijdens het gesprek zoeft de verlengde Audi A8 3.0 TDI door de Haagse straten.

In de Kamer aangekomen blijkt binnenkomen met een journalist nog niet zo heel makkelijk te zijn. De poorten blijken redelijk gesloten te zijn. Vooral om mensen die zich journalist noemen, maar het niet zijn, buiten de deur te houden. Een reden waar iedereen zo zijn mening over kan hebben, maar het zorgt wel voor veel oponthoud. Uiteindelijk is de perskaart er na anderhalf uur dan toch en kan het geheel verder gaan.

Atsma zit dan al met zijn minister Melanie Schultz van Haegen in een overleg met vier Kamerleden. Een VVD’er, PvdA’er, CDA’er en een te late PVV’er bevragen de minister en staatsecretaris over het jaarverslag van vorig jaar. Het duo weet zich zonder al te grote problemen door de vragen heen te slaan.

Later op de middag zal nog een tweede vergadering volgen, waarbij meerdere partijen aanwezig zijn. Daar gaat het over de RUD’s. De Kamerleden zijn kritisch. Gaat alles wel op tijd lukken? Heeft de staatssecretaris een overzicht van de bedrijven waar een groot risico bij speelt en hoe zit het eigenlijk met de kosten voor kleine gemeenten? Volgens de Kamerleden zijn deze hoog. Atsma zegt op de hoogte te zijn van de financiële verschillen, maar “het is zo dat een RUD binnen zes jaar rendabel moet zijn. Het kan niet zo zijn dat grote gemeenten minder gaan betalen en kleine meer.” De staatssecretaris geniet ondertussen zichtbaar van het debat, dat hij met de Kamerleden voert.

Wat de baan volgens Atsma zo uniek maakt is de afwisseling. “We beginnen ’s ochtends met een agenda, maar dat kan tijdens de dag helemaal veranderen. De ene dag is zeker de andere niet.” De staatsecretaris werkt vanaf zijn ministerie, waarnaast hij gemiddeld twee tot drie debatten in de Kamer volgt. Ook staan er regelmatig werkbezoeken op het programma. Vrijwel elke maandag en vrijdag is er wel iets. “Soms ga ik ook wel gewoon ergens heen hoor,” bekent Atsma. “Ik heb een hekel aan bureaucratische dingen. Als iets volgens de officiële weg moet, kost dat soms weken. Laatst ben ik nog in de auto gestapt en naar een bedrijf in Brabant gereden waar niemand iets van wist. Je krijgt dan toch een beeld over wat er in de sector speelt. Dat was en blijft ook mijn stijl.”

Verschil met zijn vorige baan als Kamerlid ziet hij duidelijk. “Dit is leuker. In de Kamer heb je een controlerende rol. Hier maak je beleid en probeer je het uit te voeren door de politiek mee te krijgen. Dit is een grote plus op wat ik al deed.” Een andere stijl dan zijn voorganger heeft hij wel. “Als je nog maar net staatsecretaris bent bepaal je waar je prioriteiten komen te liggen. Ik heb die gelegd op water, veiligheid en milieu. Mijn voorganger legde de lat op sommige punten hoger dan die van Europa. Ik ga meer op die lijn zitten.”

De baan brengt Atsma in de gelegenheid om over de hele wereld te reizen. Iets wat hij niet vaak zegt te doen. “Als ik wil, kan ik elke week wel weg,” glimlacht hij. “Dat doe ik niet hoor. Ik ben niet de meest reislustige staatssecretaris. Daarbij komt dat als ik een week weg ga, dat ik de week daarna dubbel zo hard moet werken.”

De politiek hoeft volgens hem niet leuk te zijn. “Ik zit hier om iets te bereiken, wil resultaten zien en geen lange vergezichten. Bij waterprojecten kun je veel betekenen. Als ik ergens een klap op geef, gaat het gebeuren.” Als voorbeeld noemt hij de vuurtoren van Schiermonnikoog, die hij continu bemand wilde houden. “Een paar weken geleden werd een man uit zee gered omdat de vuurtorenwachter hem gezien had. Dan weet je dat het een terechte keuze is geweest. Soms moet je dingen gewoon een duwtje geven.”

Nu het kabinet gevallen is, zullen op 12 september nieuwe verkiezingen gehouden worden. Atsma staat niet op de kieslijst en wanneer hij niet weer gevraagd wordt voor een staatsecretariaat, zal hij een nieuwe baan moeten zoeken. “Ik wil wel in de politiek blijven, maar voorlopig zit ik nog hier. Ik verwacht niet dat er voor 1 januari een nieuw kabinet komt, dus ik ben voorlopig niet weg.” Over de vacature voor burgemeester in Achtkarspelen, zijn woongemeente: “Ik ben vaak genoemd,” glimlacht hij. “Maar ik ga niet solliciteren. Eerlijk gezegd wist ik niet eens dat de sollicitatieprocedure geopend was.”

Een opvolger in het Haagse is er volgens hem wel. “Sander de Rouwe staat derde op onze lijst en hij is een supertalent uit Friesland. Ik vind dat ik de weg nu vrij moet maken voor een ander.” De Rouwe is op zijn plaats blij met zijn hoge notering op de lijst. “Joop is voor mij een goede leermeester geweest. Ik vind dat hij in het noorden vaak ondergewaardeerd is voor het werk dat hij gedaan heeft. Regelmatig heeft hij achter de schermen dingen geregeld waar de hele regio iets aan had.” Een verschil met de oudere Atsma ziet hij wel. “Joop is meer een man uit de richting van de landbouw en ik kijk meer vanuit de jonge gezinnen.” De grootste les die hij van zijn leermeester geleerd heeft? “Hij is heel laagdrempelig en dat probeer ik ook te zijn.”