Een ijzeren brug en verdwenen borden

Streekhistorie

DOEZUM/BOKKEBUURT – Vijf jaar geleden ontstonden rond Doezum allemaal projecten om de geschiedenis een nieuw leven in te blazen. Zo pleitte import-Doezumer Herman van Vliet toentertijd voor de heraanleg van de Trudesdraai over de Doezumertocht en het plaatsen van borden bij de ‘Bokkebuurt’. Van Vliet is inmiddels uit de initiatieven gestapt, maar De Streekkrant ging kijken wat er nog van over is van de historische plannen uit Doezum.

Het eerste initiatief was de aanleg van de Trudesdraai. Deze brug kon volgens Van Vliet toentertijd naadloos aansluiten bij het Trudespad; een initiatief van dorpsbelangen. Van Vliet zij toen in deze krant het belangrijk te vinden dat de geschiedenis bewaard wordt. “Veel wat goed was, wordt weggegooid,” vertelde hij. Volgens de hobbyhistoricus zou de brug mooi passen in het landschap. “Je ziet ook dat de oude petgaten, sloten en paden hersteld worden,” zei hij.

In de periode daarna is Van Vliet uit het plan gestapt. Dorpsbelangen nam de ideeën over, maar in plaats van het aanleggen van een houten draaibrug, kwam er uiteindelijk een ijzeren vaste brug. Ook wel de ‘Trudesdraaitniet’ genoemd, door kwade tongen. Hoewel de brug niet kan draaien, lijkt tot op heden nog wel de meerderheid er tevreden mee te zijn. In het archief van De Streekkrant vinden we in 2009 een aantal foto’s, waarbij burgemeester Kor Dijkstra de nieuwe brug opent. Even daarvoor werden er speeches gehouden door onder andere wethouder Harmke van der Sluis en toenmalig voorzitter van Dorpsbelangen, Bert Oldewarris.

De Trudesdraai werd vernoemd naar Trude Buffinga; de vrouw van een landeigenaar uit een ver verleden. Trude had haar eigen brug, die open kon voor het toenmalige scheepvaartverkeer en gesloten kon worden als er wandelaars naar Doezum trokken. Volgens de geschiedschrijving voer in 1962 het laatste echte schip door de wateren rond Doezum. De brug zal waarschijnlijk enkele jaren later gesloopt zijn. Bij de opening werd ook meteen het Trudepad geopend, dit loopt inmiddels tot in de bebouwde kom van Doezum en wordt jaarlijks door vele honderden wandelaars bezocht.

Een ander project was het plaatsen van de naamborden van de Bokkebuurt. Van Vliet zamelde hiervoor handtekeningen in bij, naar eigen zeggen, alle omwonenden. Met de borden moest de streeknaam weer duidelijk naar voren komen. De borden werden geplaatst, maar verdwenen enkele jaren later weer. Eentje omdat er een auto tegenaan gereden was, de ander omdat die naar verluid gestolen zou zijn. Hoe het ook zij, het laatste bord is nooit weer boven water gekomen en het eerste nooit vervangen.

Toch heeft de Bokkebuurt zo haar historie. Op kaarten uit 1860 was er nog geen bebouwing, maar in 1907 waren de eerste huisjes te zien. De kavels in die tijd waren een halve hectare groot en het gebied werd in het begin ‘hooiland’ genoemd. Langs het buurtje woonden veel arme mensen. De meesten hadden een geit, in het Gronings een bok genoemd. Het buurtje stond niet altijd positief bekend. Doezumers wilden er niet komen, al was het maar omdat er niet al te frisse types woonden. Mede hierdoor werd pas in 1956 elektriciteit en riolering in de straat aangelegd.

De naam van de buurt zou aan het houden van deze ‘bokken’ te danken zijn. Toch is er daarnaast nog een verhaal, dat gaat over Dirk Huizinga. Vele Doezumers denken nog steeds dat het buurtje naar hem vernoemd is, maar dat kon Van Vliet toentertijd al ontkennen. Voor die informatie sprak hij met oud-bewoners als Tjitske Poelman, Melle Visser en Lamke Poelman. “Zij vertelden mij dat de bewoners van de ongeveer acht huisjes als asociaal te boek stonden.”

Hoewel de borden weg zijn en niet meer lijken terug te komen, heeft Van Vliet ook zijn handen van dit project afgetrokken. Wel wijst hij nog op de lijst met handtekeningen, die hij ooit aan het gemeentebestuur gegeven heeft.

Daarnaast is er een online plaatsengids, die nog uitgebreid informatie over het gebied heeft. Deze plaatste De Bokkebuurt afgelopen jaar nog op de zogenaamde ‘Rode Lijst’, waar nog meer streken op staan, die bijna vergeten zijn. Volgens de site worden diverse regio’s bedreigd of (in de Randstad) bekneld door verstedelijking. “Wij vinden al deze laksheden en impliciete ontkenningen van het bestaan van bepaalde plaatsen, getuigen van een gebrek aan respect voor de eigen identiteit van de kleine kernen in kwestie. Daarmee zijn deze laksheden en ontkenningen een bedreiging voor de identiteit van die kernen én daarmee die van hun inwoners,” stelt de Frank van den Hoven van de site. Toch is er ook enige vorm van nuance. “Wij verwachten niet dat alles geconstateerde problemen gelijk morgen worden opgelost. Vooralsnog constateren wij de feiten en hopen een discussie op gang te zetten bij burgers en lokale overheden.”

De hoofdredacteur van de site hoopt dat de borden, die de buurt aangeven, weer teruggeplaatst worden. Volgens zijn rapport is dit toegezegd, maar is het werk nog niet gedaan. Op het gemeentehuis in Grootegast weten ze daar overigens niks van. Volgens burgemeester Kor Dijkstra (CDA) zijn er momenteel geen plannen om de borden terug te plaatsen. “Of er moet heel duidelijk aangetoond worden dat iedereen erachter staat.”