“Het moet een verrassing blijven, dát is de charme”

Lutjegast Cultuurcommissie Struuntochtbijlage

De ‘cultuurvijf-er’ van de Struuntocht

LUTJEGAST – Dé grote kracht van de Struuntocht is toch wel het culturele programma. Tuurlijk de route is prachtig, het Westerkwartierse landschap op zijn mooist, maar al die verrassingen onderweg van muziek tot toneel tot grote acts die maken de Struuntocht tot het wandelfestijn wat het is. De cultuur-schoenen, dat zijn best grote om in te stappen, maar nuchter en onbevreesd is een vijftal die uitdaging als een heuse cultuurcommissie aangegaan. Volledig doordrongen van het thema zorgt deze ‘cultuurvijf-er’ ervoor dat alle 4.500 wandelaars verrast zullen worden. “Want dát is de charme.”

Aan het ‘hoofd’, of misschien beter achter het roer, van deze groep staat Bert van der Vaart. Het bestuurslid cultuur kreeg al van de cultuurdames van de vorige editie de tip een eigen commissie samen te stellen. “Het was wel heel veel werk voor één of twee personen”, lieten ze weten. Een tip die Bert in dankbaarheid aanvaardde. “Als ik nu al zie wat wij met zijn vijven aan werk verzetten, kan ik me niet indenken dat ik het alleen had moeten doen”. Zelf scharrelde hij, uiteraard in Lutjegast, zijn commissie bij elkaar. Dineke Scheffer, Mirjam Notebomer, René Jager en Henry Solle mogen zich naast ‘cultuurgoeroe’ Bert scharen. “Hoe ik ze bij elkaar heb gekregen?”, bedenkt Bert zich. “Tja, ik ben begonnen met Dineke, die heb ik eerst gevraagd. René en Henri ken ik al van het hardlopen en via de rest kwam Mirjam er weer bij.” “Eigenlijk zijn we er een beetje ingetrokken”, lacht René. Zowel hij als Mirjam waren in eerste instantie van plan deze editie van de Struuntocht ook zelf te gaan lopen. Een plan wat zij al snel lieten varen. “We gaan over vier jaar wel weer meedoen”, aldus Mirjam. Henri, wilde juist bewust weer als vrijwilliger aan de slag. Met een vader – Eelke Solle, red. – die zich al eerder inzette als bestuurslid, kreeg hij het Struuntochtvirus van dichtbij doorgegeven. “Vorige keer heb ik de Struuntocht gelopen, maar wat wás ik gesloopt. Ik vond het hartstikke leuk, maar ook echt zwaar. Laat mij maar mooi weer als vrijwilliger helpen, net als bij de eerste twee edities”, lacht hij. De grote kracht van dit clubje is de creativiteit, vindt Bert. “We komen allemaal uit de ‘soft-sector’: onderwijs en zorg. Ik denk dat we daarom ook heel goed creatief kunnen denken. Én we weten hoe we heel veel met heel weinig kunnen neerzetten.”

Uitdagingen, daarmee is het werk van deze commissie bezaaid. De start was het thema. “We zijn gewoon gaan brainstormen over water. Wat kun je er allemaal mee?” Aan ideeën geen gebrek. “Wilde plannen”, lacht Henri. “Jullie hadden toch zoveel, dat jullie zelfs op een gegeven moment de rem er bewust op hebben gezet, of niet?” vraagt aangeschoven voorzitter Piet Miedema het vijftal. “Soms moet je ook niet teveel willen”, vindt Dineke. “Het is al zo mooi onderweg. Vergeet niet dat het gebied waar we doorheen lopen prachtig is. Ook daarvoor moet oog zijn.” Bovendien: de mensen moeten wel in beweging blijven. “Dat weten de wandelaars zelf gelukkig ook wel”, vertelt Mirjam, “maar we hebben er ook zeker rekening mee gehouden door bijvoorbeeld acts in te schakelen die met de wandelaars meegaan.”

De grote charme is volgens het vijftal de verrassingen. De grote kracht het feit dat er voor elk wat wils is. “Ja, daar hebben we heel bewust over nagedacht. Kijk, zoals in het begin bijvoorbeeld”, legt Bert uit, “dan willen de mensen gewoon gaan wandelen. Je hoeft geen koffie neer te zetten op Strandheem, want dan komen de deelnemers uit de bus en willen ze op pad.” Neemt niet weg, dat ook hier alweer een spectaculaire act wacht. Eentje waarvoor volgens Piet een bepaalde groep deelnemers echt wel even een half uurtje wil wachten met het starten van de wandeling. “Zij zitten misschien juist weer niet zo te wachten op een shantykoor verderop. En zo is het voor iedereen leuk.”

Van druk wil deze cultuurcommissie niet weten. “De vorige keer overtreffen? Nee, zo hebben wij nooit gedacht”, vertelt Dineke. “Je wilt het evenaren, dat wel graag.” “Ja, het moet wel heel mooi worden”, vindt ook Henri. Ook Piet verbaast zich over zoveel nuchterheid. “Moet je nagaan, de cultuurgroep is helemaal nieuw. Als je bedenkt dat je met vijf nieuwe mensen toch maar even die verantwoordelijkheid oppakt.” Hij is erg tevreden over het werk van de ‘cultuurvijf-er’. “Op de bestuursvergaderingen is het agendapunt cultuur vaak in vijf minuten afgehandeld. Niet dat er niks te melden is, maar puur omdat het allemaal zo goed loopt.”

De uitspraken in het gesprek worden voorzichtig gewogen; bij tijden is het zoeken naar woorden. “Tja, je wilt toch niet teveel prijs geven”, lacht Bert. Waar ze het meest van verwachten dan maar? “De finale, absoluut”, licht Dineke toch een klein tipje van de sluier op. “Daar komen de deelnemers echt alle elementen tegen.” Ook denkt Bert dat de eigen initiatieven van bijvoorbeeld mensen die langs de route wonen nog veel in petto hebben. “Ja, ik heb al veel vragen gehad van mensen die langs de route wat willen verkopen, aanbieden of voor vertier willen zorgen. Ik denk dat we daar nog veel van kunnen verwachten.” Andersom wacht deze bewoners een waar feestje dat voorbij trekt. Speciale plekken om ‘struners kiek’n’ zijn bij voorbaat al populair. “Ik hoorde al dat Kornhorn een speciale pendeldienst opzet voor de ouderen in het dorp”, vertelt Dineke. Piet snapt het wel: “het peloton van de Tour de France is in drie minuten voorbij, maar daar staat men al wel uren van tevoren langs de weg. Met de Struuntocht komen er 4500 mensen voorbij. Het is uren feest.”

Overigens, helemaal met zijn vijven opereert deze cultuurclan niet. Zij bouwen weer door op zeker honderd andere vrijwilligers die de uiteindelijke Struuntocht maken tot het succes wat het is. “Denk maar aan zegelplakkers, figuranten, begeleiders, mensen die dingen uitdelen, acts en spullen neerzetten en vervoerders bijvoorbeeld. Het is een enorm logistiek proces.” Op de dag zelf is het dus wél genieten, maar ook veel regelen. De dames zullen voor de troepen uit fietsen, de heren zorgen voor ontvangst van de acts. “En we zijn natuurlijk ook aanspreekpunt en contactpersoon”, voegt Bert toe. Krijgen ze dan wel iets meer van hun zorgvuldig gecreëerde programma? “Ik hoop het wel.” “Ach, op het blarenbal hebben wij tenminste geen blaren”, lacht Dineke.

Op de valreep wordt er dan na even wikken en wegen toch nog een act vrijgegeven. Het is voorzitter Piet die de stilte van de ‘cultuurvijf-er’ doorbreekt en schippert met de strikte geheimhouding. “De flyboards, die de mensen ook hebben gezien bij de zwemvierdaagse van de Woldzoom, worden nog eens dunnetjes overgedaan. Wij hebben ze ook, maar dan nog veel uitgebreider. Het wordt echt spectaculair.” En dát kunnen ze allemaal beamen.