“Ik wil zonder betalen naar binnen”

Bill Baboon

Wim Venema, doorbraak binnen handbereik?

ZUIDHORN – Aan het einde van de curriculum vitae van Wim Venema, ook wel bekend als muziekleraar Bill Baboon, prijkt nog één zinnetje: “PS: ik leef voor én van de muziek”. Die muziek, die centraal staat, is een passie, een manier van bestaan en eeuwige aanwezigheid in het leven van Wim. Zijn carrière lijkt een vlucht te maken met optredens in het beroemde kerkje van Ruigoord, op de verjaardag van Xaviera Hollander en in muziekcafé De Amer, en ook een gastrolletje als straatmuzikant in de tv-serie ‘Heer en Meester’. Nu een doorbraak binnen handbereik lijkt, mijmert Wim toch ook weer over het klein houden. “Tegenstrijdig hé? That’s me.”
Het is niet zo dat Wim muziek met de paplepel ingegoten kreeg. Pas op latere leeftijd pakte hij de gitaar, waar hij nu niet meer zonder zou kunnen. “Als ik ergens tien minuten ben en er is geen gitaar, dan wil ik wel weer weg. Ik mis dan iets. Als ik niet zou optreden en geen muziekschool zou hebben, dan zou ik altijd een gitaar bij me willen hebben”. Hoewel hij zelf muziekleraar is, leerde Wim het muziek maken zonder hulp. “Tien gitaarlessen en ooit tien zangleggen, that’s it. Ik heb ook nooit geoefend. Nee, echt nooit. Ik sta nog steeds wel op het podium dat ik mijn tekst kwijt ben. Tja, dat ben ik.”
Zo langzaamaan is Wim op een punt dat hij naar een doorbraak neigt. Iets waarvoor de tijd nu rijp zou zijn. “Ik ben twintig jaar bezig en heb nu mijn balans gevonden. Ik heb een heel divers repertoire met verschillende stijlen. Ik wil nu mijn gedichten invoegen en ben begonnen met jazz. Weet je,” vindt Wim, “veel sterren breken te snel en veels te jong door. Het is de commercie die dat doet. Je hoort zoveel verhalen over muzikanten die helemaal niet meer weten waar ze überhaupt zijn.” Niet hoe Wim het voor ogen ziet, niet voor zichzelf en niet voor zijn leerlingen. “Als één van mijn leerlingen teveel veren in zijn kont heeft, trek in ze eruit. Ga eerst maar eens leven. En dan komt het allemaal wel. Het is hartstikke makkelijk om van iemand een ster te maken hoor. Geef mij maar een ton en dan heb ik een nummer-één-hit.”
Hoewel hij leuk aan de weg timmert en inmiddels een mooie cv aan het opbouwen is, is hij naast een rijzende ster toch ook weer iemand die zich afzet tegen de commercie en de maatschappij. “Ik weet niet of ik groter, groter, groot wil”, komt de tegenstrijdigheid in Wim naar boven. “Ik wil beter. Ja, ik bouw aan een carrière en als er een goede kans komt, wil ik die zeker benutten. Maar wat ik vooral zoek is dat ik zelf tevreden ben over mijn prestatie. Het is allemaal maar subjectief. Dat mensen mijn muziek mooi vinden: prima. Maar ik moet blij zijn met mezelf. Wat ik graag wil bereiken? Een goede lp maken, op vinyl en dan bij een fatsoenlijk label. Want ik kan het nu wel in eigen beheer doen, maar wat je echt nodig hebt, is dat die lp dan ook overal komt te liggen. Ja, want dat wil ik dan weer wel. Tegenstrijdig hè? That’s me. Ik wil zelf baas zijn over het tempo. Eigenlijk wil ik zonder betalen naar binnen”, lacht Wim.
We kennen Wim natuurlijk ook van de Koopavondblues en het Music=Art Festival, welke hij in Zuidhorn organiseert. Sinds kort zet hij ook Avalon Akoestisch op poten. Met veel plezier, maar soms wel moeilijk te combineren. “Muziek is iets anders dan componeren. Iets organiseren is anders dan iets uitvoeren. Het kost zoveel tijd, dat ik geen tijd meer heb om liedjes te schrijven. Pas als ik hoofdpijn heb, pak ik pen en papier.” Op een Idols-achtige variant in het dorp, hoeft men niet te rekenen. “Wie van muziek een wedstrijd maakt, zaait verdeeldheid. Het is in Zuidhorn al zo moeilijk om iets gemeenschappelijks op te zetten. Het is makkelijk om iets te organiseren, maar moeilijk om meer mensen ervoor geïnteresseerd te krijgen. Als ik een gigantische bak geld had, dan zou ik graag een eigen pand willen. En dan haalde ik allemaal artiesten hiernaartoe. Met wat extra kamers, zodat ook anderen kunnen blijven overnachten. Dus kom maar op met dat miljoen”, droomt hij lachend hardop. “Maar”, spreekt de tegenpool in hem, “het is ook leuk om het klein te houden. De wereld is maar vluchtig. Ik smeer het lekker over tien jaar uit, in plaats van na een half jaar weer uitgerangeerd te zijn.”