Ilse ‘On Tour” in Zuid Afrika

“Jongens met witte schmink zitten in hun proces tot mannelijkheid”

ZUIDHORN – De 18-jarige Zuidhornse Ilse Spoelman is bezig aan een groot avontuur. Eind juli vertrok de studente  Veiligheidskunde aan de Thorbecke Academie, NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden naar Zuid-Afrika om daar een half jaar minors (studieverbreding) te volgen aan de Stenden South Africa. Met de Streekkrant zal ze om de twee weken haar belevenissen delen.

“Het voelt alsof de tijd voorbij vliegt nu alles zijn gangetje gaat. School vordert en het gaat mij allemaal goed af. We zijn bezig met een project in opdracht van de Royal Alfred Marina. Een heel luxe ‘wijk’ in Port Alfred, alleen toegankelijk via een poort met beveiliging en bestaande uit eilanden met huizen aan het water. Onze taak: onderzoeken of de Marina voorbereid is op een ramp, zoals een brand, storm of overstroming. Omdat het project afwijkt van ons rooster is het vaak een verrassing wanneer ik naar school moet. Flexibel zijn ze hier als de beste. Om eerlijk te zijn zou ik in Nederland gefrustreerd worden wanneer ik de avond van tevoren niet weet of ik de volgende dag naar school moet of wanneer ineens 15 minuten van tevoren de les wordt verplaatst, maar hier accepteer ik het gewoon. Je raakt eraan gewend en het heeft ook wel wat om gewoon te zien wat de dag brengt.

In het weekend zijn we er weer op uit getrokken, naar Tsitsikamma. Een ontzettend mooi nationaal park en dus trokken wij onze avontuurlijke schoenen aan, figuurlijk dan. We gingen hiken waarbij ons een tocht van 6,3 kilometer voor de boeg stond. Moet te doen zijn, dachten wij, even niet meegenomen dat er werd aangegeven dat het 3,5 uur zou duren. Nou, het was een stuk pittiger dan we ons hadden voorgesteld en we kwamen dan ook vooral ervaren hikers tegen, met sportkleding, afritsbroeken en wandelschoenen. Kwamen wij daar aan op onze All Stars en Adidasjes. Het pad bracht ons door de bossen langs de kust en over de rotspartijen heen. Het was klimmen en klauteren, maar de uitzichten waren adembenemend mooi. Op een gegeven moment werd er in de verte gewezen… een walvis! We gingen er even voor zitten. Uitkijkend op de oceaan, met golfen die tegen de rotsachtige kust opbotsten en in de verte walvissen. Volgens mij hoef ik niet uit te leggen hoe dat voelde.

Nu ik hier ben wil ik mij ook inzetten voor de gemeenschap, in de vorm van vrijwilligerswerk. Onder dat motto heb ik een ochtend meegedraaid in de Soup Kitchen. Dit is een soort voedselbank voor de allerarmsten in de townships rondom Port Alfred, dat zo goed als afhankelijk is van donaties. ’s Ochtends om half acht stonden wij brood te snijden en te verdelen en werd de soep afgetapt, waarna wij meegingen met de eerste uitdeelronde. Een vrijwilligster reed samen met een Xhosa-sprekende local in een pick-up en wij namen samen met al het eten plaats in de achterbak. Rijdend door de Nemato township brachten wij het eten langs bij verschillende gezinnen, maar ook een kinderopvang, dagbesteding en ouderentehuis. Het was best wel indrukwekkend en er zaten echt een aantal schrijnende gevallen tussen. De mensen bij wie wij langs gingen zijn qua eten grotendeels afhankelijk van de Soup Kitchen en krijgen anders zo een dag of twee niets te eten. De dankbaarheid was dan ook enorm wanneer wij aanklopten. Wanneer we weer een stop maakten met de auto werden we omringd door kinderen die van ons allemaal een peer of een stukje zoet brood kregen. Nu besefte ik echt dat het verschil tussen arm en rijk hier zo groot is. Waar wij tijdens ons project in de Marina tussen de huizen met liften, de Porsches en jachten liepen stonden we een dag later, op nog geen vijf kilometer afstand, eten uit te delen aan mensen die in golfplaten hutjes wonen.

Om de Xhosa-cultuur, de belangrijkste cultuur in onze provincie, beter te leren kennen hebben we afgelopen weekend een lesje Xhosa-cultuur gehad in de Ngxingxolo Cultural Village. We streken neer in een echt Zuid-Afrikaans dorpje en hobbelden over de zandwegen, tussen de geiten en koeien, op zoek naar de cultural village. Toen we stopten waar we ongeveer moesten zijn, werden wij vriendelijk onthaald door een groep mensen en uitgenodigd in hun hut. Er werden snel bankjes voor ons neergezet en er werd ons, wat achteraf bleek, zelfgemaakt bier aangeboden. We bedankten en twijfelden of dit wel de cultural village was. Dat was het blijkbaar niet, ook al werden we wel met open armen ontvangen. Uiteindelijk kwam de vrouw waar we naar opzoek waren ons ophalen en nam ons mee naar de echte cultural village. Hier werden we welkom geheten in een rondavel (ronde hut) met een welkomstlied waarbij de kinderen in traditionele kledij stonden te klappen, zingen en dansen. We leerden Xhosa-woorden, zagen hoe van een maiskolf een mieliepap werd gemaakt en werden helemaal meegenomen in de cultuur. Ontzettend leuk en het gaf ons ook stukje herkenning. Nu weten we bijvoorbeeld dat de vrouwen met een doek (soort tulband) op hun hoofd getrouwd zijn en dat jongens met witte schmink in het proces tot mannelijkheid zitten. Ik raak steeds meer geïntegreerd in deze gemeenschap!”