Ingezonden column door Streekkrant-weerman Johan Kamphuis

“Het is dinsdagochtend 10:00 uur. Er vliegen allerlei mensen over de straat heen en weer. Vooral kinderen. Steeds dezelfde. De benen zijn net niet helemaal zichtbaar. Toch maar eens kijken wat ze aan het doen zijn. En dan zie ik iets wat de meeste mensen maar eens of met veel geluk tweemaal in hun leven te zien krijgen. De weg is omgedoopt tot schaatsbaan. Dit heet nu eens over ‘een nacht ijs gaan’. De harde tikjes tegen de ramen van de voorbije nacht was niet zomaar regen, het waren kleine ijsklompjes. In combinatie met onderkoelde regen en een temperatuur van enkele graden onder het vriespunt. Het heeft ons gebied verandert in een grote ijsbaan. Het leven is ontwricht. Ik ben 10 minuten bezig de container op de stoep te zetten, zet de radio aan om vervolgens te horen dat de vuilnis vandaag niet wordt opgehaald. Dochter kan weer naar bed omdat treinen niet rijden en verder vertelt de radiostem dat de thuiszorg ‘thuis’ blijft en dat ook ‘tafeltje dekje’ zich niet op de straat waagt.

Hoe zou dat dan gaan bij mijn 94 jaar oude buurvrouw vraag ik me af? Dus waag ik me over de ijsbaan. Op blote voeten. Gewoon omdat het kan en dat straks zo’n lekker gloeiend gevoel geeft. Daar staat ze. Mevrouw Drewes. In haar pyjama. "Wat is er aan de hand?" Vraagt ze zich vertwijfeld af? ‘Ik ben net gebeld dat de thuiszorg niet komt en ik krijg ook geen eten vandaag." Ze hoort het ijzelverhaal aan en berust. "Ik zal kijken wat ik nog in de koelkast heb." Daar staat nog een bakje eten wat vandaag nog geconsumeerd kan worden. Ik bied aan om een hapje voor haar te koken. Ze kijkt me dankbaar aan, maar is tegelijk bescheiden. Ze kan zichzelf niet in de kleren hijsen. Ik wil graag helpen maar dit gaat me net te ver. Op tafel ligt een scala aan medicijnen. Normaal gesproken komt de thuiszorg een paar keer per dag om haar daarbij te helpen. Hoe zal dat nu gaan, vraag ik me af. Er komt gewoon niemand. De veiligheid van onze mensen staat voorop, hoor ik een woordvoerder van de Thuiszorg op de radio zeggen. Dat standpunt is begrijpelijk. Maar roept ook vragen op. Hoe staat het met de veiligheid van mensen als deze bejaarde dan, vraag ik me weer af? Wie helpt haar met wassen? Met eten? Met medicijnen? Wie houdt een oogje in het zeil? Familie woont te ver weg. Die kunnen ook niet komen. Gelukkig waagt een dappere Thuiszorg medewerker zich toch de straat op en zo zit mevrouw Drewes uiteindelijk niet helemaal zonder hulp. Terug naar de radio waar het probleem ook langzaam duidelijk wordt. We moeten elkaar gaan helpen, weet een mevrouw uit Leens en voor elkaar koken. Op straat spreek ik mensen. Een man vertelt me dat hij eigenlijk geen idee heeft wie zijn buurman is. ‘Ja, hij is oud, maar ik spreek hem nooit. Ook zo gek om er nu heen te gaan," is zijn conclusie. Is dat zo? Is het niet gekker er nog nooit geweest te zijn? We werken allemaal hard, als het even kan. Zo vaak en veel mogelijk. Gaan vroeg de deur uit. Werken voor vakantie, voor een tweede auto en een mooi huis. Tot het begint te ijzelen. Wie is uw buurman?”

Johan Kamphuis, Zuidhorn.