Karst Doornbos niet te stoppen

Niekerk - karst doornbos 2

Al 65 jaar is schaatsenslijpen zijn grote passie

NIEKERK – Hij mag dan de pensioenleeftijd al een poosje gepasseerd zijn, maar schaatsenslijper Karst Doornbos (1934) uit Niekerk moet nog niet aan stoppen denken. ‘Ik ga er net zolang mee door als mijn gezondheid dat toelaat’. Aan de achterzijde van Slagerij Nanning van der Wijk houdt Doornbos zijn werkplaats, waar door de jaren heen al honderden, misschien wel duizenden schaatsen zijn geslepen. Wie de werkplaats binnenloopt kan niet het niet ontgaan. ‘Hier begint uw schaatsplezier’ staat er op een groot bord. En daar is geen woord van gelogen, want naast dat Doornbos de schaatsen slijpt, staat hij klaar met advies en leuke anekdotes.

De kachel moet branden
Al vijfenzestig jaar is Doornbos bezig met schaatsen slijpen. Het werd hem met de paplepel ingegoten; zijn grootvader en vader deden het ook al. Grootvader Doornbos begon nog voor de Eerste Wereldoorlog een bouwbedrijf in Niekerk, welke later werd overgenomen door zijn zoon en op diens beurt weer door Karst Doornbos.
‘In de winterperiode was het vaak wat rustiger. Omdat de kachel dan ook moest branden begon mijn opa met schaatsen slijpen, en dat is er altijd in gebleven’, vertelt Doornbos. ‘De winters waren toen ook nog anders. In die tijd lag er wel veertig centimeter ijs op het kanaal. Wanneer hebben we dat nou voor het laatst meegemaakt?’
Plat op de bek
De eerste keer dat Doornbos zelf schaatsen sleep kan hij zich nog goed herinneren. ‘Ik was een jaar of twaalf. Meestal als ik geschaatst had bracht ik mijn houtjes bij mijn grootvader die ze vervolgens bij ons thuis weer aan de spijker bij de deur hing.
Op een gegeven moment had ik twee kameraden meegenomen naar de werkplaats en iets gezegd over dat dat allemaal niet zo moeilijk was, het slijpen. Toen ik later weer kwam, zij mijn grootvader: als dat dan allemaal niet zo moeilijk is, doe het dan zelf maar een keer. Dat deed ik, waarna ik weer naar het ijs ging om te schaatsen. Daar ging ik plat op de bek. Ik had het helemaal niet goed gedaan. Ik vergeet die smile op het gezicht van mijn grootvader nooit weer. Ik hoefde hem niets te vertellen, hij had het allang al door. Vanaf dat moment heeft hij ze weer geslepen, met de mededeling dat hij me na de winter wel eens zou leren hoe het echt moet. Vanaf toen ben ik ook gaan slijpen, maar het duurde nog wel een paar jaar voordat ik de kunst van het slijpen echt onder de knie had’.
Schuivers
Het schaatsen, of zoals Doornbos ze zelf ‘schuivers’ noemt, slijpen, is de grote passie van Doornbos. ‘Het is een beetje een uit de hand gelopen hobby’, geeft Doornbos eerlijk toe. ‘Het is niet alleen maar liefde voor het slijpen en de techniek, maar ook voor de sport. Dat is er zeker voor nodig om dit te kunnen doen’. Zelf staat Doornbos al een tijdje niet meer op de ijzers, maar dat wil niet zeggen dat er geen schaatskriebels meer zijn. ‘Zodra het begint te vriezen buiten dan begint het te kriebelen. Iedere schaatser zal dat herkennen, die kriebels. Dan wil je het ijs weer op. Maar ik moet ook een beetje rekening houden met mijn gezondheid en mijn leeftijd. Als ik val breek ik misschien wel al mijn botten. Dat is het me niet meer waard. Dan zou ik een hele tijd niet kunnen slijpen, en dat kan ik toch echt nog niet missen’, aldus Doornbos.
In de vijfenzestig jaar dat Doornbos schaatsen slijpt heeft hij alle ontwikkelingen op de voet gevolgd. ‘Ik ben heel nieuwsgierig naar techniek. Ik heb altijd geprobeerd om bij te blijven en heb veel onderzoek gedaan naar de beste methodes’, vertelt Doornbos. Zijn kennis van het slijpen bleef niet onopgemerkt. Vanuit het hele land kwamen er schaatsers, zowel professionals als amateurs, naar Niekerk om hun schaatsen door Doornbos te laten slijpen. Namen van bekende schaatsers noemt hij niet, want, zo zegt hij zelf, hij is ten eerste niet goed in namen, en ten tweede maakt het hem niet uit wie hij tegenover zich heeft. ‘Of het nou een professional is of een amateur, dat maakt me niets uit. Ik slijp voor iedereen even graag. En het is ‘wie eerst komt eerst maalt’. Ik geef niemand voorrang. Zelfs de koningin mag achteraan sluiten’.
Dat Doornbos altijd met de tijd meegegaan is blijkt aan de nieuwe machine die in zijn werkplaats staat. Doornbos is de enige ter wereld met deze machine, die hij voor zichzelf heeft laten maken.
Doornbos heeft door de jaren heen verschillende cursussen gegeven. ‘Veel zeiden vooraf dat ze wel wisten wat ze deden, maar iedereen die hier wegging zei: ‘Wat hebben we hier nog een hoop geleerd wat we niet wisten!’ En dan nog zie je veel van hen later terugkomen om hier hun schaatsen te laten slijpen. Het is nog niet zo makkelijk, hoor!’ Volgens Doornbos ontbreekt het bij een hoop schaatsenslijpers én schaatsenverkopers aan een hoop kennis. ‘Ik kom niet veel meer op ijsbanen, maar daar zie ik ook nog wel eens schaatsers die zelf aan het slijpen zijn. Dan draai ik me om, want ik krijg er de rillingen van. Ik zeg er dan niets van, want dan denken de mensen ook: wie is die man om ons te vertellen hoe het moet. Mensen denken het vaak beter te weten’, aldus Doornbos.
‘Zo gek ben ik niet meer’
Nu de winter er weer aankomt krijgt Doornbos het weer een stukje drukker. In principe staat hij 52 weken per jaar klaar voor zijn klanten, maar vanaf september heeft hij het drukker gekregen. Hoe zien zijn dagen eruit wanneer het ineens tien graden gaat vriezen? ‘In principe werk ik van 10.00 tot 12.00 en van 14.00 tot 17.00 uur. Bij de laatste Elfstedentocht werkte ik van 6.00 uur ’s ochtends tot middernacht. Zo gek ben ik nu niet meer. Ik moet ook een beetje om mezelf denken.’ Op de vraag of Doornbos zelf de Elfstedentocht wel eens geschaatst heeft lacht hij: ‘Nee, daar hadden wij het altijd veel te druk voor. Als de Elfstedentocht er dan weer eens was dan moesten wij klaarstaan om de schaatsen te slijpen. Daar heb ik ook geen spijt van. Dat hoorde er nou eenmaal bij.’
Kijk voor meer informatie over het werk van Doornbos op www.doornbosschaatsen.nl.

Niekerk - karst doornbos