Klaas Veenstra is al 63 jaar vrijwilliger bij Beatrixoord

Marum Klaas Veenstra

STREEK – Als 6-jarige jongen kwam Klaas Veenstra in 1949 voor het eerst in aanraking met Beatrixoord. Hij had tuberculose en verbleef 17 maanden lang in het centrum in Appelscha, samen met 450 andere tuberculosepatiënten. Nu, 67 jaar later, heeft hij nog steeds last van het ‘Beatrixoord-virus’, zoals hij het zelf noemt. Nee, niet de tuberculose. Daar is ‘ie gelukkig vanaf. Hij heeft het vrijwilligersvirus. “Beatrixoord is m’n alles”, vertelt hij lachend.

Hij herinnert het zich nog goed, de tijd dat hij verbleef in het tuberculosecentrum. “Ik zat daar samen met mijn twee broers”, vertelt de 73-jarige Veenstra. “Het centrum was verdeeld in verschillende afdelingen. Voor mannen, vrouwen, kinderen en baby’s. We kregen les in het centrum en soms, als we straf hadden, moesten we op de babyafdeling onze straf uitzitten”, lacht hij. Hij loopt naar een andere kamer en komt terug met een twintigtal foto’s. Op sommige staat het Röntgenhuis, op andere foto’s staan kinderen. Veenstra wijst naar de foto. “Hier, naast de kerk, was het centrum.” Foto voor foto vertelt hij over de verschillende afdelingen. “Kijk, op deze bedden lagen we dan buiten. Want de patiënten hadden natuurlijk veel frisse lucht nodig”, vertelt hij. “Soms waren we op maandagochtend vrij van de lessen, omdat het klaslokaal in het centrum dan vol stond met lijkkisten. Ja,” vertelt hij bedenkelijk. “Tuberculose was toen echt de tering. Het was vijand nummer één. Maar zoals tuberculose vroeger was, zo is het allang niet meer.”

In 1953 werden er plannen gemaakt door Beatrixoord voor nieuwbouw in Haren. Veenstra was toen 10 jaar en inmiddels al een tijdje uit Beatrixoord. Toen hij 18 werd, kwam hij in contact met wijlen burgemeester Roukema van Zuidlaren. “Die man heeft mij aangestoken met het Beatrixvirus”, lacht hij. “Hoe enthousiast die man vertelde en praatte over Beatrixoord… Ja, sindsdien was ik verkocht en toen ben ik ook bij de vereniging gegaan.”

In 1964 zijn ze begonnen met grote activiteiten om geld in te zamelen voor Beatrixoord. “We hebben toen een grote show opgezet”, lacht Veenstra. “Samen met de vier vrouwenverenigingen uit de omgeving. Er reden bussen van Leek naar Marum en van Grootegast naar Zuidhorn om zoveel mogelijk mensen op te halen voor de show. Uiteindelijk waren er 1150 mensen! En nu doen we nog steeds elke twee jaar een grote activiteit.”

Tot het geld op was in 1984, en er geen budget meer was om grote dingen te organiseren. “Mensen bleven toen ook liever bij de televisie. Ik heb toen via via een voorstelling van het Drents toneel bijgewoond en toen dacht ik; dit moeten wij ook voor Beatrixoord. En komende 5 november organiseren we al voor het 35e jaar een activiteit met het Drents toneel”, lacht Veenstra.

In 1999 ging de vereniging officieel Vrienden van Beatrixoord heten, precies een jaar voordat Beatrixoord samenging met het UMCG. Er was een bestuur en vrijwilligers en tezamen organiseerden zij een aantal keer per jaar activiteiten om geld op te halen. Zo worden er inmiddels al 24 jaar klaverjastoernooien georganiseerd in Zuidhorn en de verloting die twee keer per jaar plaatsvindt is dit jaar ook voor het 35e jaar. “We proberen elk jaar iets van 7000 euro op te halen voor Beatrixoord”, vertelt Veenstra. “De afdeling Recreatie geeft ons elk jaar een lijst met artikelen die zij nodig hebben in het revalidatiecentrum. Zo gaat het al sinds 1964. Dit kan van alles zijn, zoals televisies, computers, tablets of gezelschapspelletjes. Het gaat erom dat de mensen daar zich vermaken en afleiding hebben en dat de geschenken zinvol zijn.”

Drie keer per jaar worden de aangeschafte artikelen voor Beatrixoord uitgestald tijdens bijvoorbeeld een klaverjastoernooi. Deze wordt dan extra groot georganiseerd. “Vorige keer waren er bijna 160 mensen”, lacht Veenstra. “Maar de dingen die we kopen voor Beatrixoord van het geld zetten we dan op een tafel, zodat de klaverjassers kunnen zien wat er met hun geld gebeurt. ”

Veenstra vertelt dat hij later nog een keer in Beatrixoord heeft gelegen om te revalideren. “Ze hebben zoveel voor mij gedaan, en ik weet eigenlijk niet beter dan dat Beatrixoord er is. Het is geweldig hoe iedereen samenwerkt om iets voor elkaar te krijgen. De saamhorigheid binnen de vereniging… Ik sta er zelf soms versteld van hoe het loopt.”

Veenstra is voorlopig nog niet van plan om te stoppen met zijn werkzaamheden bij Beatrixoord. “Ja, ik ben nu 73, dus het is nog maar de vraag hoelang ik nog door kan gaan”, lacht hij. “Maar ik ben voorlopig zeker nog niet van plan om te stoppen. Want samen staan we sterk.”