Koopzondag geen abc’tje in gemeente Westerkwartier

“Liever hoopzondagen dan koopzondagen”

 WESTERKWARTIER – Dat er straks na de herindeling op zondag gewinkeld kan worden in de gemeente Westerkwartier is allerminst een zekerheidje. Tenminste, als het aan Harry van der Tuin ligt. Van der Tuin staat op de kandidatenlijst van het CDA en is op 21 november verkiesbaar als raadslid voor de gemeente Westerkwartier. “Kleinere winkels, middenstanders, worden flink benadeeld door de grote supermarkten die op zondag zo nodig open moeten”, stelt hij.

 Harry van der Tuin noemt de zondagopenstelling voor supermarkten oneerlijke concurrentie. “Veel winkeliers werken al zes dagen in de week”, aldus Van der Tuin. “Bovenop de openingstijden van de zaak komt dan ook nog de boekhouding en de inkoop. Voor veel middenstanders is zondag de enige dag in de week dat ze thuis bij hun gezin kunnen zijn. Dat moeten we koesteren.” De beweegredenen van de grootgrutters om op zondag de deuren te willen openen begrijpt Van der Tuin. “Extra omzet”, zegt hij. “Natuurlijk worden zij daar beter van, anders ga je niet open. Het is bedrijfseconomisch niet bijzonder snugger om een extra dag open te gaan als het onder de streep niets extra’s oplevert.” Waar die extra omzet vandaan komt is duidelijk, vindt hij. “Bij de kleine middenstanders die niet mee kan in het zevendaagse geweld. Zij zitten met hun gezinssituatie en hebben vaak niet de middelen om –zoals bij de supermarkten- personeel in te zetten. Want denk jij dat Albert Heijn zelf werkt op zondag? Natuurlijk niet. Dat mag het laagbetaalde werkvolk doen.” Oneerlijke concurrentie dus, is hij van mening. “Met grote gevolgen. Als supermarkten in staat worden gesteld om lokale middenstanders leeg te trekken, zullen deze winkeliers uiteindelijk verdwijnen. Daardoor krijgen we nog meer leegstand en een verschraling van het winkelaanbod.” Een situatie die haaks staat op het wenselijke, denkt Van der Tuin. “Willen wij niet juist een divers winkelaanbod? Een winkelhart met vakmannen en –vrouwen die nog weten wat ze doen? Winkels met originele streekproducten? Zaken die je in ieder geval niet vindt bij de supermarkt.” Verder voorspelt Van der Tuin dat er ook voor het supermarktpersoneel veranderingen aan zitten te komen. “Nu kunnen zij zich nog rijk rekenen omdat er op zondag een extra toeslag wordt betaald. Deze zondagtoeslag staat echter al onder druk in de cao onderhandelingen en lijkt binnenkort te gaan verdwijnen. Neem de zaterdagtoeslag. Vroeger een leuk extraatje voor degenen die op zaterdag een extra dag overwerkten. Tegenwoordig is deze toeslag al verdwenen uit veel cao’s en geldt de zaterdag als een ‘gewone’ werkdag.” Harry van der Tuin voorziet dat de zondag straks hetzelfde lot is beschoren. “Want waarom zou je als grote supermarkt een toeslag betalen als de zondag ook een gewone werkdag is?” Het grootkapitaal heeft een strategie uitgestippeld, vermoedt hij. “De kleine middenstanders moeten worden uitgeschakeld, waarop vervolgens het personeel financieel moet inleveren. En dat alleen maar ten behoeve van de winstmaximalisatie van de aandeelhouders. Daarbij rijst de vraag: moet de gemeente dit bevorderen door mee te werken aan een zondagopenstelling?” Van der Tuin is vóór een vrije markteconomie, maar schetst dat kleinere ondernemers en winkelpersoneel wel beschermd moeten worden tegen de grote jongens. “Er moet geen tweedeling ontstaan tussen laagbetaalden die zondags aan het werk moeten om aan de consumptiedrift van de hoogbetaalden tegemoet te komen. De vrije zondag is rond het jaar 300 na Christus ingevoerd in het Romeinse rijk. Waarmee de mens in de gelegenheid werd gesteld religieuze bijeenkomsten te bezoeken en zich bezig te houden met andere zaken dan consumeren en produceren. Dit gold niet alleen voor de vrije burger, maar ook voor de slaven en werkdieren. Iedereen dus zonder onderscheid.” Dat zorgt ervoor dat een eventuele zondagopenstelling de klok 1700 jaar terugdraait. Terug naar het tijdperk waarin nog niet iedereen recht had op één vaste vrije dag in de week. Van der Tuin: “Ik kan me nog herinneren dat mijn vader ons vertelde hoe blij hij was met zijn vrije zaterdag, die er in de jaren ’60 bij kwam, en dit aanprees als een van de grootste verdiensten van de arbeidersbeweging. Hoewel de socialisten en de vakbeweging een groot deel van hun ideologische veren hebben afgeschud, kunnen ze deze historische prestatie toch niet zo maar te grabbel gooien? De vrije zaterdag behoort in veel branches al langer tot het verleden, die is al weg, daar hoeft de zondag niet bij.” Hij vraagt zich af of een zevendaagse opening van de supermarkten de mens wel gelukkiger maakt. Niet alleen heeft Van der Tuin bezwaren tegen de zondagopenstelling die economisch en religieus van aard zijn, maar ook vanuit duurzaamheid is er genoeg tegen een zondagopenstelling in te brengen, vindt Van der Tuin. “Het is tijd om te consuminderen in plaats van consumeren. Ieder redelijk denkend mens weet toch wel dat al datgene wat echt van waarde is niet in geld is uit te drukken, dus ook niet in aandeelhouderswaarde? Leef je om te werken of werk je om te leven? Koop je om te leven of leef je om te kopen? Doel en middel worden nogal door elkaar gehaald in het dwangmatige liberale denken. Als je de joodschristelijke- en  sociale roots van het Westerkwartier serieus neemt ga je niet voor koopzondagen, maar voor hoopzondagen. Zondagen waar mensen de collectieve rust en vrijheid hebben om elkaar op die dag te ontmoeten in de kerk, in de natuur, bij een sport of als vrienden onder elkaar. Waar er tijd is om gezamenlijk elkaar te ontmoeten en het leven te vieren. In mijn vriendengroep werken er twee in de zorg en een in de oliebranche. Dit maakt het nu al vrijwel onmogelijk een weekend te plannen om samen dingen te doen waarbij iedereen ook kan meedoen, dit kun je helemaal vergeten als nog meer branches zeven dagen per week open zijn. Wordt het niet tijd om ons weer te realiseren dat de mens zoveel meer is dan een economisch wezen, maar voor alles een sociaal wezen is, waar recht aan moet worden gedaan in de ontmoeting met God en/of zijn medemens. Wordt het niet tijd om ons te realiseren dat ons koopgedrag gevolgen heeft voor anderen?”