Maria’s Mooie Mensen 19”16

En dan ineens is alles anders. Het is dinsdagochtend 19 april een uurtje of één als manlief en ik een andere wereld binnenstappen. De wereld van witte jassen; een vacuüm waarin wij al snel alle gevoel van een buitenwereld verliezen. Een wereld die gedomineerd wordt door twee kleine meisjes die deze bewuste dinsdagochtend al vrij vlot het levenslicht zien. Georgia en Rachel zijn volmaakt en prachtig, maar wel klein en te vroeg geboren. De dames gedijen prima in het vacuüm dat ziekenhuis heet. Ze doen eigenlijk alles zoals het hoort en lijken rustig te wachten tot het moment dat ze mee naar huis mogen. Voor manlief en mij volgt een achtbaan van emoties; een tijd van twee keer per dag heen en weer rijden naar het ziekenhuis en opsplitsen tussen een thuisfront en dat ziekenhuis. En telkens weer als we binnenstappen daar en die grote zware deuren van de babyafdeling automatisch weer achter ons sluiten, lijkt er even niks anders die witte jassen die ons vertellen hoe het ervoor staat en die twee wiegjes met daarin ons kostbare bezit. Een wereld buiten die deuren lijkt dan weer ver en ver weg totdat het onvermijdelijke moment komt dat we weer terug moeten de meisjes achter laten. Eenmaal thuis lijken juist zij weer ver weg en is daar hun grote zus die zich kranig door een periode van schipperen tussen oppas en opa en oma heen slaat. Zoveel mogelijk nemen we haar mee door die deuren heen en gedijt ook zij in die andere wereld waar ze opeens zachtjes tegen haar zusjes fluistert: ‘geen zorgen, ik ben bij je’. En zo simpel is het daar ook. Hoe meer dagen we afstrepen, hoe groter ons ongeduld de meisjes mee te nemen. En dan is dat moment toch nog onverwachts en nog mooier dan waar we ons al die tijd op verheugd hadden. En vooral nog vreemder. Het ophalen van je eigen kinderen die je nog nooit bij je hebt gehad is het meest bizarre wat we ooit hebben gedaan. Raarder dan trouwen voor Elvis. Nog eenmaal hoor ik die deuren achter ons in het slot vallen, maar ditmaal staan we allemaal aan de goede kant. Voor die grote kinderwagen getooid met twee wiegjes waarin twee prachtige baby’s liggen, loopt een tweejarige engeltje met krullen te huppelen en te zingen in de zon. Erachter lopen twee intens gelukkige ouders. Manlief en ik hebben al heel wat moois samen gedaan, maar kinderen krijgen staat toch wel met stip op één.