Maria’s Mooie Mensen 3”16

Waar normaal een ochtendhumeur heerst en je met ruim geduld en precies op de juiste manier – en vaak met veel hulp van de katten – dochterlief uit bed moet zien te krijgen, is het vandaag een andere zaak. Ze zit rechtop en is zowaar genegen direct uit bed te komen. Want ‘we gaan naar gool’ vandaag. Ja heus, net twee en dan begint het al. Mevrouw gaat het voor het eerst naar de peuterspeelzaal en aangezien dat een onmogelijk woord is, hebben wij het in huize Wijnands maar omgedoopt tot school. Ze heeft er zin in, is er klaar voor, maar desondanks blijft het even slikken voor mama. ‘Ik vind het wel spannend hoor’, beken ik haar tijdens het ontbijt wat er ook wonderbaarlijk makkelijk in gaat. In plaats van het gebruikelijke wikken en wegen tussen de verschillende soorten hagels of toch juist vlokken, koos ze dit keer gemakkelijk voor een combinatie van pindakaas en koekies, want: ‘we mogen niet te laat zijn op school.’ ‘Het is niet spannend mama’, zegt ze ferm, ‘ik ben bij je’. Dapper stapt ze even later de deur uit, de duisternis en kou nog in, als altijd gehuld in haar warme panterjas en op haar rug trots haar eigen rugzakje. ‘Waar zijn de kindjes nou?’ vraagt ze ongeduldig in de auto. Ze heeft er oprecht zin in. Eenmaal op plek van bestemming is er toch even drempelvrees. Letterlijk. Erover heen? Geen denken aan. Ik blijf wel even aan de andere kant staan kijken. ‘Ik durf niet’ fluistert ze me toe, maar gelukkig samen met mij komt het toch allemaal goed. Ik zie hoe ze al snel begint te ontdooien, langzaamaan begint rond te scharrelen en al snel met een pop onder haar arm loopt. Samen in de kring wat fruit eten? Ze vindt het prachtig. En het blijkt dat al dat andere speelgoed ook wel heel leuk is om uit de kasten te halen. De juffen vinden het allemaal prima. Ze valt met de neus in de boter, want er zijn zowaar twee jarigen. Trots zie ik hoe ze daar in de kring zit, het kleinste meisje van de groep gehuld in haar favoriete bloemenjurk en met een zelfgekozen knalgele ketting om. Als de kaarsjes op de taart aan gaan, twijfelt ze geen moment. Daar staat ze op, stapt midden die kring in en denkt die kaarsjes wel eens even fanatiek uit te gaan blazen. Met traktaties in haar tas en de tas uiteraard weer zelf op de rug stapt ze later weer mee richting auto. ‘Was het leuk schat?’, vraag ik en ze antwoord met een ferme ‘ja!’. Een paar dagen later volgt onze echte vuurdoop. Mama zal dit keer niet blijven en er komt dus het moment van weggaan. Maar opnieuw heeft ze er zin in, loopt ze weer trots met haar eigen tas en vindt ze al snel haar plekje in de groep. ‘Vind je het goed dat mama gaat werken?’, vraag ik als ze besluit de zandbak in te stappen en lekker mee te spelen met de andere kinderen. ‘Ja’, antwoordt ze opnieuw ferm. ‘Doei mama’. Geen tranen, geen geroep om mama, niks. Ik moet er bijna zelf van huilen zo trots ben ik op haar. Helemaal als ik haar twee uurtjes later weer haal. Daar zit ze weer, kleinste meisje van het geheel, naast de juf in de kring met een zelfgemaakte nieuwe ketting om. Moe, maar oh zo voldaan.