Maria’s Mooie Mensen week 48

Vorig jaar was ik op bezoek bij een heuse hulp-Sinterklaas die me aan zijn keukentafel inwijdde in zijn bijzondere rol. Aan diezelfde tafel zaten ’s middags zijn kinderen hun tekeningen te maken voor de Sint, onwetend dat zij die in het volgende weekend aan hun eigen papa zouden overhandigen. Al snel kwam de laptop op tafel en volgde een rijtje familiekiekjes. Niet zomaar familiekiekjes, nee, daar was dochterlief op schoot bij Sint oftewel vaders en daar volgende een plaatje van zoonlief die uit volle borst de Sint en dus weer zijn vader toezong. Qua leeftijd zullen ze ook dit jaar weer vol geloof hebben staan wachten tijdens de intocht, maar ooit ben ik toch heel benieuwd hoe zij op die foto’s gaan reageren. Of op die volle zolder, waar ik even later stond. Een walhalla voor kinderen vol cadeautjes voor de paar honderd kinderen die het dorp rijk is. Overigens niet gekocht door de hulppieten, nee, deze hulp-Sinterklaas nam die taak zelf op zich. Met een ferme ‘natuurlijk’ werd dit door hem bekrachtigd. Een best wel leuke klus, beaamde hij met een kwajongensgrijns. Het bevoorraden van de zolder werd met precisie gepland; het was natuurlijk lastig uit te leggen aan de kinderen waarom daar honderden pakjes heen gingen. Sterker nog, dochters wist niet eens van het bestaan van de zolder. De uitdagingen volgden ook nog tijdens de intocht zelf. Zoals het hoort bij een intocht, was er altijd wel iets wat in de soep liep en waarmee de Sint en zijn Pieten op de proef werden gesteld. Hoewel de hulp-Sint van tevoren op de hoogte werd gesteld van wat hij moest verwachten, gebeurde het wel eens dat de wegwijs-Piet per ongeluk een echt foutje maakte of dat Amerigo niet zo’n goede dag had. Bovendien had hij niet alleen te maken met honderden kinderen die vol verwachting langs de route, maar ook nog eens evenzoveel ouders die vol verwachting hem probeerden te ontmaskeren. Het mooiste is volgens deze trouwe hulp toch wel het grote Sinterklaasfeest. Aangezien deze hulp-Sinterklaas zelf ook kleine kinderen heeft, kende hij ook behoorlijk wat kinderen die bij het feest aanwezig waren. De verbazing op de gezichten wanneer hun naam werd opgeroepen en dan de schok als ze beticht werden van het plagen van een broertje of zusje. Mooi is ook de trots als hij ze feilloos weet te complimenteren met hun goede voetbalspel of weet te vertellen dat juf of meester zo tevreden was met de schoolprestaties. En dan na een lange, maar voldane dag, wordt het tijd voor de hulp-Sint zijn hoognodige borrel achterover te slaan en het pak weer veilig op te bergen. Langzaamaan transformeert hij weer van Goedheiligman in papa. Eentje die helaas altijd net met de intocht van de Sint wat anders heeft, maar gelukkig kunnen de kinders het in geuren en kleuren navertellen. Het is puur genieten volgens deze hulp-Sint en wie kan het zich niet voorstellen? Behalve dan de snor, vertrouwde hij me nog toe toen hij me uitliet, “wat kriebelt dat rotding!”.