Maria’s Mooie Mensen 232

In de tijd dat ik nog borstvoeding deed en verwoede pogingen deed wakker te blijven terwijl die kleintjes hun tijd namen, las ik online alles wat los en vastzat. Zoals dat dan gaat verslond ik hele ‘mama-sites’ ergens in de hoop te lezen dat andere kinderen véél minder sliepen, véél minder snel groeiden en véél minder lief waren. Iets met leedvermaak en gedeelde smart. Wat me erg bijgebleven is, is een zinnetje uit één van de vele interviews die ik las. Eén moeder stelde dat haar grootste handicap was dat ze sommige dagen verzandde in opruimen. Op zo’n dag pakte ze de stofzuiger en dweil wel drie keer en ging ze meerdere keren van achter naar voor de kamer door om de speelgoed bij elkaar te pakken. Ik zou bijna zeggen een feest van herkenning, ware het niet dat er weinig feestelijks aan een dag van opruimen, poetsen en schoonmaken is. Helaas is het wel enorm herkenbaar voor mij. Nou hebben we elkaar naast eeuwige trouw ook immer beloofd elkaar hoog te houden, maar ik zeg geen woord teveel als ik kan stellen dat manlief rommelig van aard is. Waar mijn bureau in ons kantoor behuisd wordt door keurig gesorteerde stapels, slingert op de zijne alles door elkaar. Regelmatig stelt hij dat hij zijn bureau moet leegruimen, wat in mijn geval betekent vijf minuten aanpakken betekent en in zijn geval een hele dag kan duren. Mijn kinderen hebben dezelfde ‘rommel-genen’ geërfd. En zo kan het zomaar zijn dat als de kleintjes op bed liggen, ik gedeprimeerd kijk naar de vertrapte soepstengels die hun mond niet gehaald hebben, me een weg baan langs rondslingerende theedoeken waarmee oudste dochterlief haar poppen instopt en maar weer aan het opruimen sla. Verblind door de bureaulamp die dochterlief regelmatig als ware het een schijnwerper de kamer in laat schijnen, struikel ik vervolgens over een bak blokken die Georgia omgekieperd heeft en vind ik de halve inboedel van het speelkeukentje in een wijde straal daaromheen terug. Bij tijden kan ik het niet laten continu het speelgoedspoor achter de dames op te ruimen en de dweil zeker drie keer per dag door de keuken en langs de eettafel te trekken. ‘Wat ben je aan het doen mammie?’ hoor ik oudste dochterlief dan vragen, waarop ik gedecideerd stel: ‘ópruimen’, en zei nog eens terug echoot: ‘ópruimen? Waarom?’. Om simpelweg te antwoorden: ‘omdat ik het niet kan laten’ vind ik ook nogal wat. Gevulde wasmanden doen mijn handen jeuken, maar helaas moet was niet alleen in de machine om gewassen te worden, maar moet het eenmaal droog ook weer gevouwen en de kast in. Dus vind ik mezelf weer terug op weg langs de verschillende slaapkamers met manden was, waar ik ongetwijfeld weer langs rondslingerende knuffels kom die het bed van Olivia nét niet haalden. De kamer van Rachel is helemaal lastig voor de geordende huisvrouw in mij; dat de meisjes niet bij elkaar zouden slapen, zat niet helemaal in onze planning en dus is deze kamer een mengelmoes van slaapkamer, oppakbende en rommelhok. Ik moet me werkelijk waar inhouden om niet met dozen te gaan schuiven of opeens te besluiten de helft van de inhoud van deze kamer op Marktplaats te zetten. Gelukkig heb ik niet alleen maar van deze ‘verzand-in-opruimen-dagen’. Want als ik mijn drietal gelukkig zie rommelen samen, zie hoe de oudste met haar poppetjes hele vakanties naspeelt onderwijl de halve kamer te verbouwen, hoe de middelste gelukzalig een hele bak vol klein speelgoed stuk voor stuk leeghaalt en hoe de jongste daar tussendoor rolt in haar loopkar en onderweg tevreden van alles van haar gading vindt en  verzamelt, besef ik me als geen ander hoe heerlijk het is dat ze zo kunnen spelen. En die rommel? Die laat ik dan lekker liggen tot manlief thuis is, nu nog hopen dat hij het ziet.