Maria’s Mooie Mensen 247

Nou ben ik niet jaloers aangelegd, heb ik absoluut niet de illusie dat het gras groener is ergens anders en ben ik zeer tevree met mijn eigen leven, maar mensen die prachtig slank zijn, dáár kan ik absoluut wel verlangend naar kijken. Voor een ieder die wel eens serieus heeft moeten afvallen, neem ik mijn petje af, want er is niks ergers en lastigers dan gewicht verliezen. Het er aan eten; kijk, dáár draai ik mijn hand niet voor om. Stop maar een baby – of zelfs twee de laatste keer – in mijn buik en al het eten is opeens goddelijk. Patat smaakte nooit zo lekker, chocola was een eerste levensbehoefte en ijs – oh, al helemaal niet te doen zo goed. Pannenkoeken stonden hoog op mijn wensenlijstje en ik droomde van bakken vol aardbeien en frambozen. Hoewel ik me best redelijk heb gedragen, hield ik aan beide zwangerschappen tien kilo over. En hoewel me ingeprent werd dat borstvoeding veel van me zou vragen, viel ik zelfs bij het voeden van die twee monstertjes tegelijk geen grammetje af. Na mijn oudste dochter kostte het me anderhalf jaar om weer perfect op gewicht te komen en juist toen bleek ik zwanger van een tweeling. Het feest begon opnieuw en nu, nu de meisjes 14 maanden zijn, kan de vlag uit: want HET IS ME GELUKT. En ik ben er stiekem een beetje trots op. Laten we wel wezen: noem het een luxeprobleem, maar het is toch gewoon lijden om nooit een koekje te pakken, chocola te verbannen uit je leven, elke dag twee keer yoghurt te eten tot het je neus uitkomt en alleen maar water en thee te drinken. Wat lagen die zakken chips toch altijd te lonken wanneer ik alleen een sobere rijstwafel kon pakken en wat leek het me heerlijk om met dat warme weer een ijsje te pakken, tót ik de calorieën op de verpakking bekeek en me toch maar weer bedacht. Maanden modderde ik wat aan met het verliezen van een luttele kilo per maand. Leuk, maar met tien die eraf moesten werd het wel weer een moeizaam project. Pas de laatste twee maanden kwam de sjeu erin. Manlief tilde de hometrainer naar beneden waar we dan na twee weken ertegenaan te hebben gekeken toch maar eens opklommen en verdraaid: met elke avond die wij fanatiek om en om fietsten, vlogen de kilo’s er zomaar af. Relatief simpel eigenlijk bereikte ik mijn streefgewicht en het lukte me zelfs nog een extra kilootje gedag te zeggen. Het leukste aan dit afvalfestijn is niet het fietsen zelf; dát is elke avond alsnog een martelgang waar we puffend en steunend ons doorheen werken en waarbij manlief regelmatig afhaakt. Míjn ijzeren discipline gunt me die ruimte niet, maar dankzij mijn trouwe fietsen kan ik nu wel weer dat chocolaatje pakken, een ijsje eten in de hitte of gewoon eens lekker een koekje wegkanen bij de thee. Én kan ik zonder enige schaamte deze zomer weer rondbanjeren in bikini. Dát opperde ik heel content tegen manlief toen ik per ongeluk met de goedgevulde container achter me aan de hoek van de zandbak raakte. De container bleef haken, glipte me uit de handen en liet bij het naar beneden vallen een blauw spoor achter van onder tot boven op mijn been. Die bikini zet ik nog maar even uit mijn hoofd.