Maria’s Mooie Mensen 250

Het was mijn oma die me er voor het eerst op wees. ‘Jullie zien het zelf niet meer’, zei ze ietwat vermanend, ‘maar die meisjes zijn net kleine engeltjes’. Denkend aan de jengeldagen veroorzaakt door doorkomende kiezen en de gebroken nachten, kon ik me er even niks bij voorstellen. Maar inderdaad, toen ik vanaf een afstandje later naar mijn lief samen spelende tweelingdochters keek, snapte ik wat ze bedoelde. Inmiddels zijn ze gezegend met een dikker bosje wilde krullen, ze hebben mooie roze wangen en grote blauwe ogen. Tel daar het Hollands welvaren uiterlijk bij op en ja, ze zouden voor engeltjes door kunnen. Als bijen naar de honing zwermen er waar ik ook met de meisjes kom, mensen om ze heen. Begrijpelijk zeker, maar leuk is dat niet altijd. Waar ik als trotse moeder uiteraard niet ongevoelig ben voor complimentjes of opmerkingen, zijn de meisjes zelf er inmiddels wel klaar mee. Eén van de dames heeft zichzelf een boze blik aangeleerd waarmee ze in het niets meer lijkt op een lief klein engeltje. Wie denkt de eerst nog zo zoet uitziende meisjes eens even gezellig te benaderen, kan rekenen op deze niet zo fleurige blik. ‘Oh, jeetje, er is iemand niet zo blij’, hoorde ik in de bibliotheek thuis al voor we op vakantie gingen, maar eenmaal onderweg maakte onze dame het pas echt bont. Nou kon ze dan ook elke maaltijd rekenen op het publiek van een complete Italiaanse familie achter ons die geen kans onbenut lieten om onze meisjes volop te observeren. Waar zij het presteerden hun vierjarige dochter nog in een kleine Ikea-kinderstoel te proppen – hóe is ons echt een groot raadsel – en het meisje zelfs nog een fles gaven, laten wij onze kinderen juist zoveel mogelijk zelf eten en drinken. Daarnaast is het lang tafelen voor onze dames van 15 maanden geen probleem en wordt er niet gejengeld, maar volop gelachen aan tafel. Terwijl ze lekker eten, houden ze zich bezig met het stiekem eten pakken van elkaars bord, het doorgeven van elkaars vorken of het in hun haren smeren van zoveel mogelijk eten – dat is wat ons betreft wat minder geslaagd. Eén van de dames heeft als sport het stapelen van eten, de ander mag graag wat overboord gooien – wat ons betreft ook niet zo’n goed idee. Maar goed, het is gezellig, ze lachen en babbelen volop en voor de Italianen achter ons die hun vierjarige dochter nog niet eens vertrouwen met een vork is het onbegrijpelijk dat die twee kleine engeltjes zich zo goed redden. Aan hun tafel geen gekke spelletjes, maar netjes zitten, bij ons misschien wat chaos, maar evenveel plezier. De blikken die continu gericht zijn op onze kinderen, maken hun ongemakkelijk. Al snel besloten de dames dus hun eigen wapen in te zetten en kwam de boze blik weer om de hoek kijken. Inmiddels geperfectioneerd en echt eentje om bang van te worden. En zoals het goede tweelingzusjes betaamd, nam nummer twee de blik ook al snel over. Gedreven keken de dames boos als de familie zich alleen al omdraaide of wanneer ze het restaurant verlieten. Het deerde de Italianen niet, hun verwondering om deze dames werd alleen maar groter en fanatiek lokten ze de boze blik uit. Lachend verlieten ze dan het restaurant, ongetwijfeld napratend over die gekke Hollanders. Het mooiste van de show misten ze echter, want zodra zij het toneel verlieten, schonken de meisjes ons hun mooiste lach en keken ze ons samenzweerderig aan: ‘zo, die heb ik even mooi verjaagd’.