Maria’s Mooie Mensen 278

Het opvoeden van een tweeling is vaak andere koek dan één kind tegelijk. Wie te horen krijgt dat er twee tegelijk komen, zal ongetwijfeld momenten hebben waarop de paniek even groot is: hóe gaan we dat toch doen? Zolang ze baby’s zijn is het allemaal best overzichtelijk. De dames willen een fles op de goede tijd, genoeg knuffels en liefde en een duidelijk ritme. Die fase gingen we lekker door. Het slapen; dat krijgen onze meisjes met dank aan de continu doorkomende tanden en kiezen maar moeizaam voor elkaar, maar het leren lopen ging ons dan wel weer wat soepeler af. Inmiddels zijn we aangekomen bij een nieuwe grote stap en dat is het leren praten. Als een havik waak ik over de woordjes die ze produceren want immers is het gevaar op een eigen taaltje bij een eeneiige tweeling groot en dat moeten we niet hebben. Maar gelukkig, ‘die’ klinkt als een volstrekt normaal Hollands woord en ook een volstrekt normale uiting voor een dwarse bijna tweejarige. ‘Mauw’ klinkt toch echt als het geluid wat een kat produceert en ‘eten’ laat ook niks te raden over. Een favoriet toetje is er ook al ‘IJ, IJ mama’ roepen de dames elke avond in koor en ook dat lijkt me al een goede stap in de richting van het zo gewilde ijsje. We belanden langzaamaan in de fase dat er elke dag wel woorden bij komen en tussen ‘kom’, ‘baby’, ‘koekje’, ‘doei’ en ‘hallo’ hoor ik niks wat me zorgen baart. Waar Rachel op de één of andere manier de kat heeft omgedoopt in een consequent ‘tu-tu’, noemt Georgia haar nog standaard ‘Pipi’ naar onze overleden andere kat en vrees ik momenteel ietwat voor een identiteitscrisis voor het arme beestje. En daar wringt de schoen bij de dames ook nog wel eens. Zo constateerden wij opeens dat als wij Georgia vroegen of ze iets wilde, Rachel ook gewoon gezellig ‘ja’ riep. Nou kan het zijn dat ze gewoon graag mee wil doen, ook altijd zin heeft in eten en drinken – ook heel plausibel in haar geval – of dat ze denkt: als het voor Georgia geldt, zal het ook voor mij wel zo zijn. Maar desondanks besloten wij enige verwarring direct de kop in te drukken met een simpel en door de dames inmiddels fanatiek gespeeld spelletje. Men nemen een vinger, men wijst iemand aan en zij roepen enthousiast wie het is. Op de gekste momenten gaan ze er volledig in op en zo wijzen ze opeens middenin de supermarkt aan dat ik mama ben of doen ze in bad opeens alle moeite om elkaar te benoemen met allerlei bijna-ongelukken tot gevolg. Alleen dat elkaar benoemen is ietwat anders uitgepakt dan wij wilden. Rachel bleek een lastige naam en de dames zouden geen dames zijn als ze daar niet een oplossing voor hadden: Teta. De voorkeur voor woorden met twee t’s heeft mevrouw – na haar Tutu voor de kat en Titi voor haar speen – vrolijk voortgezet. Ook Georgia vindt dat wel lekker bekken en roept haar zus nu consequent met deze oostblok-achtige term aan. En haar eigen naam – die tot het hele Teta-verhaal prima uitgesproken werd – is inmiddels omgedoopt tot het bijpassende Koka. Teta en Koka, een illuster duo, klaar om de wereld te veroveren. Met weemoed hoor ik het aan en consequent antwoord ik met hun echte namen. Tot op heden zonder resultaat. Eén ding hebben we dan bereikt: ze weten prima wie nou wie is. En zo wijzen dat ook de hele dag aan: ‘die Teta, die Koka’.