Maria’s Mooie Mensen 302

Onze echte meidenhuishouding wordt momenteel door iets heel mannelijks geïntrigeerd. Oudste dochterlief gaat naar de basisschool en daar vallen opeens andere woorden dan hier thuis dagelijks over tafel gaan. En het is dan natuurlijk erg grappig die thuis ook opeens te droppen. Waar ze meestal superkeurig is en mij berispt als ik toch eens een k*t eruit flap, haalt ze enorm plezier uit het woordje ‘piemel’. Een woord wat ook nog eens lekker bekt als je het vaak zegt en dus al snel nage-echood wordt door de kleinsten in huis. Zonder uitzondering wordt dit woord gevolgd door gegiechel; het is immers ergens verboden en gek en alleen dat maakt het al té grappig voor een vierjarige om uit te spreken. Het is nou eenmaal een leeftijd waarin je het verschil tussen jongens en meisjes erg goed kan signaleren. Zeer serieus bespreekt ze bij tijden met mij dit grootste verschil. Ze vraagt zich dan hardop af of het wel fijn is om staand te plassen en of dat net zo voelt als bij haar. Laatst meldde ze ‘dat ze echt wel eens een piemel had gezien op school’. Gealarmeerd keek ik op, maar ze vertelde rustig verder dat ze in de wc tegelijk met jongens ging plassen en dat die de deur meestal open lieten staan. Een vriendje van school maakte het wat bonter en vertelde in de auto doodleuk dat hij Olivia eens heel hard had laten lachen: hij had zijn broek naar beneden getrokken. Op de achterbank lagen de twee kleuters opnieuw dubbel van het lachen en hopelijk pedagogisch verantwoord heb ik ze daarna toch maar verteld dat dat wel héle gekke grapjes zijn. En dat ze vooral niet overal en zeker niet bij vreemden de broek naar beneden moeten doen. Het hele piemelverhaal komt en gaat met vlagen, maar maakt haar zonder uitzondering melig. En als we dan naar een vriendinnetje in de Kymmelstraat gaan, kan het zo maar zijn dat mevrouw de hele terugweg vraagt: woont ze nou aan de Piemelstraat? Haar eigen onderkant is een stuk minder boeiend tot ze laatst bedacht dat ook dat een naam moet hebben. De vraag was snel gesteld: mama hoe noem je dit? Terwijl ik zat te overpeinzen wat de beste term zou zijn – k*t is immers een scheldwoord wat ze niet mag uitspreken en vagina klinkt ook zo raar uit de mond van een vierjarige – had ze zelf al een oplossing: ‘ik bedenk zelf wel wat’. Leek me prima tot ze met pony op de proppen kwam. Ook geen goed plan. Opgelucht keek ik hoe ze wees naar haar onderbuik: ‘ik denk dat je je blaas bedoelt, daar zit je plas in opgeslagen’. Zij tevree, ik tevree. Het schijnt dat je meegroeit met je kinderen in het ouder worden, maar hier ben ik nog niet helemaal klaar voor. ’s Nachts droomde ik nog van mijn drie kleine dropjes die al piemel roepend achter mee aan liepen.