Martijn Keizer kweekt rode bloedcellen op een vulkaan

VEENDAM - Wielrennen , Borgerswold Classic, Mountinbike, 25-10-2015, Martijn Keizer

 

Muntendam – Wielerprof Martijn Keizer bivakkeert al een tijdje op Tenerife. Nee, niet voor een aangename vakantie met vrouw en kinderen. Integendeel zelfs, de Muntendammer van Team Lotto-Jumbo is er hard aan het werk. Boven op de vulkaan El Teide, met 3718 meter de hoogste berg van Spanje, tankt hij dagelijks een portie rode bloedlichaampjes bij. Extra brandstof voor een loodzwaar karwei van drie weken, dat op 5 mei los gaat op het wonderschone Italiaanse eiland Sardinië. Daar valt dan de startvlag voor de honderdste editie van de Ronde van Italië, kortweg de Giro genoemd. Voor Martijn Keizer wacht weliswaar in rol in de marge van dit wielerspektakel, maar zeker niet onbelangrijk.

De 29-jarige zoon van oud-coureur Ebel Keizer is voor deze ronde aangesteld als één van de adjudanten van Steven Kruijswijk, de kopman van Lotto-Jumbo, van wie grootse daden worden verwacht na zijn sensationele optreden in de Giro van vorig jaar. Kruijswijk leek zelfs als eerste Nederlander op de erelijst van de Ronde van Italië te komen, totdat een val op twee dagen van de finish in Turijn zijn droom uiteenspatte. Koersend in de roze leiderstrui reed hij, net na de passage van de top van de Col Dell’Agnello, tegen een sneeuwmuur. Onder druk gezet door de Italiaanse favoriet Vicenzo Nibali maakte hij een inschattingsfout. De duikeling die volgde zag er even spectaculair en huiveringwekkend uit, maar de Nederlandse hoop kon wonder o wonder zijn weg vervolgen. Maar de vogel Nibali was gevlogen en Kruijswijk tuimelde als gevolg van een gebroken rib uit de top drie van het algemeen klassement.

De Italiaanse tifosi konden uiteindelijk opgelucht ademhalen. Want de schrik zat er bij hen goed in. Een tamelijk onbekende Nederlander die hun eigenste ronde naar zijn hand zou zetten, dat zou te veel van het goede zijn. Als afdalingsspecialist zag Nibali zijn kans schoon en slaagde hij ook nog glansrijk in zijn opzet.

In de komende jubileumeditie van de Giro d’Italia kruisen Nibali en Kruijswijk andermaal de degens. Echter, zij niet alleen. Het rijtje kanshebbers is dit keer groter dan ooit. Want ook de Colombiaanse klimgeit Nairo Quintana zal van de partij zijn. Als ook zijn landgenoot Sergio Nenao, de Fransman Thiaut Pinot, de Rus Ilnur Zakarin en de Brit Geraint Thomas. En wat te zeggen van de concurrentie uit Nederland, die  troeven als Bauke Mollema (Trek Segrafedo) en Tom Dumoulin (Sunweb) aan het vertrek brengt.

Martijn Keizer zal er weer klaar voor zijn, zoals hij altijd klaar is voor de Giro. Het wordt zijn zesde. Zijn eerste als vrijbuiter bij Vacansoleil, de laatste jaren in dienst van een kopman. Hij mag graag fietsen in het gelaarsde land, is gegrepen door de warme sfeer die rond deze ronde hangt en geniet ook van de doorgaans aantrekkelijke etappes. Hij heeft inmiddels wel alle hoeken en gaten van Italië gezien en is daarom een ideale knecht voor Kruijswijk, die trouwens ook ‘getrouwd’ lijkt te zijn met de Giro. Keizer: “Hij heeft hem zelfs al één keer vaker gereden dan ik. Dus wat ervaring en parcourskennis hoef ik hem niks meer te leren.”

Was Keizer vorig jaar nog de eerste luitenant van Kruijswijk in de Giro, nu kan worden gesproken van een Team Kruijswijk binnen Lotto-Jumbo. Keizer: “Ik heb niet alles meer op mijn schouders hangen als het om knechtenwerk gaat. Steven wordt dit keer ook ondersteund door Jurgen van den Broeck en Stef Clement. Van den Broeck kan hem langer van dienst zijn in het hooggebergte en Clement kan ook lang mee als het lastig wordt. Dat heeft hij vorig jaar nog in de Tour bewezen.”

En lastig zal het worden, weet Keizer al wel. “Qua moeilijkheidsgraad van het parcours sla ik de Giro hoger aan dan de Tour. In de Giro is het elke dag oppassen geblazen met al die hellingen, in de Tour heb je in totaal zes à zeven lastige dagen. Je kunt je in de Giro geen zwakke dag veroorloven. Als je even niet oplet, is je klassement gezien. Tijdverlies zit in de Giro in een klein hoekje.”

Vandaar ook dat Team Kruijswijk één brok ervaring met zich meedraagt, allemaal mannen die hun waarde hebben bewezen als het op hard labeur aankomt, zoals de Belgen plegen te zeggen als het écht zwaar wordt. “Dat is ook nodig, want dit jaar willen we met Kruijswijk wel op het podium komen. Dan heb je renners nodig die in de begeleidende sfeer van nut kunnen zijn. Die eventueel foutjes van de kopman in de koers kunnen herstellen.”

Dus zal Keizer straks zich bijna dagelijks in de buurt van Steven Kruijswijk ophouden, al denkt de Groninger nu ook weer niet dat hij nooit even uit dit keurslijf mag treden. Van nature is hij een renner die graag het avontuur kiest en met kopgroepen op pad gaat. Op die manier maakte hij naam in de Giro van 2012, toen hij liefst zes keer in de vlucht van de dag zat. Het leverde hem bijna een Piaggio-scooter op, de prijs voor de renner die bij de eindafrekening van de Giro de meeste vluchtkilometers op zijn naam heeft staan. Hij werd toen tweede in dit klassement.

Bij zijn huidige ploeg zit dat er dus niet in. De ploegleiding Lotto-Jumbo heeft het ook niet zo op met vruchteloze ontsnappingen, die alleen maar urenlange tv-exposure opleveren. Die energie kan beter worden besteed als er kansrijke situaties aan de orde zijn. Keizer heeft daar ook alle begrip voor. En ja, een topprestatie van de kopman straalt ook af op diens knechten. De tijd dat dit ‘werkvolk’ voor een broek en een shirt koerste, is al lang en breed voorbij. Een goede knecht wordt tegenwoordig ook bovenmodaal beloond.

Vandaar ook dat de knechten mee moeten op hoogtestage, zoals nu op Tenerife. Daar, op de top van de El Teide, wordt de conditie gekweekt die nodig is om drie weken top te kunnen zijn. Extra bloedcellen aanmaken die voor een optimale zuurstoftoevoer naar de longen zorgen. En dus meer uithoudingsvermogen tot gevolg hebben. Keizer en zijn maten zijn er trouwens niet alleen. “Veel ploegen zitten hier altijd om zich voor te bereiden op het grote rondewerk. Bauke Mollema is een vaste klant, maar ook Tom Dumoulin en die jongens van Sky. We komen elkaar dagelijks tegen. Verder niemand trouwens, want het hotel waarin we zitten, is ver van de bewoonde wereld. Je bent al die dagen op elkaar aangewezen. Daar heb ik trouwens geen problemen mee, je weet dat trainen op grote hoogte nodig is in het moderne wielrennen. Daar leer je mee leven.”

Eind april komt Keizer weer van de Pico del Teide af, waarna koers wordt gezet naar het Engelse Yorkshire voor een driedaagse. Daar worden de puntjes op de i gezet en via Muntendam gaat het vervolgens richting Italië voor de missie Kruijswijk, die pas als geslaagd mag worden bestempeld als de naamgever van dit project minstens het podium in Milaan haalt.

Lukt dat, pas dan zal Martijn Keizer ook tevreden zijn.

Door Dick Heuvelman