MIJN PLEKKIE IN…

Lenie 't hart 1

Datum: Vrijdag 11 juli
Tijd: 10.00 uur
Mijn plekkie in Pieterburen

PIETERBUREN – Het is weer vakantietijd en dat betekent dat ook de Ongenode Gast zijn koffers heeft gepakt. Op zijn plek de komende weken daarom aandacht voor dat ene plekkie. Juist in de zomer is er tijd om niet alleen de afgelopen maanden nog eens de revue te laten passeren, maar eens lekker te mijmeren over dat éne plekkie wat zoveel betekenis heeft. Niet in Spanje of Frankrijk, maar gewoon in de buurt. Als eerste neemt Lenie ’t Hart ons mee naar een voor haar bijzonder plekkie in, hoe kan het ook anders, Pieterburen. Heeft u ook speciale herinneringen aan één bepaald plekkie in de gemeente Grootegast, Zuidhorn of De Marne? Dan mijmeren we graag met u mee! Geef u op via destreekkrant@media-totaal.nl.

Pieterburen is en blijft een bijzondere plek voor Lenie ‘t Hart, ondanks alle gebeurtenissen van afgelopen tijd. Met warme gevoelens denkt de dierenactiviste terug aan haar tijd bij de oude dorpsschool, waar haar ex-man directeur was. Daar kwam ze in contact met veel kinderen. In Pieterburen trokken die kinderen er toen der tijd graag met de buks op uit, om vogels te schieten. “Ik heb ze meteen geleerd dat dat niet hoorde”, vertelt Lenie, ook met haar 72-jaar nog altijd fel. “Toen gingen ze maar vogels redden. Die brachten ze vervolgens bij mij.” Bij vogels bleef het niet alleen. Niet veel later stond het er vol met badjes met geredde zeehondjes.  Lenie’s begintijd bij de oude dorpsschool herinnert ze zich vooral als erg gezellig. Er waren altijd wel mensen. “Soms zaten er ineens mensen bij ons in huis die ik niet eens kende. Die kwamen dan even bij de zeehondjes kijken.” Het was in Nederland dan ook uniek wat Lenie deed. Als er al zeehondjes werden opgevangen, bleven die vervolgens in gevangenschap. Maar zo niet in Pieterburen. Lenie begon overigens niet direct met het opvangen van zeehonden. Eerst bracht ze de zieke en gewonde vogels naar de familie Wenzel in Uithuizen, waar een kleinschalige opvang was. Toen de vrouw van het gezin kwam te overlijden, vroeg man Wenzel Lenie om hulp. “Ik wilde best helpen, maar dan wel vanuit Pieterburen.”
Dus werden de zeehondjes opgevangen bij de oude dorpsschool. In kleine badjes en zelfs in hun eigen badkuip. Zoon Pieter – die overigens niet vernoemd is naar de plaats waar hij opgroeide – stond geregeld met een huiler onder de douche. Lenie’s opvang werd steeds bekender. Niet alleen bij haar dorpsgenoten, maar ook bij de rest van Nederland. Niet alleen de bezoekers aan de crèche reisden vanuit het hele land naar Pieterburen af, maar ook de zeehonden. Regelmatig landde er weer een helikopter op het voetbalveld achter de school, met een zeehondje uit Zeeland of Holland. “Vanaf dag één hadden we veel publiciteit. Iedereen wilde wel helpen. Ook de gemeente. Met water voor de dieren bijvoorbeeld. Op den duur wilde iedereen ook wel geld geven. Maar we gebruikten alleen wat als we nodig hadden. We zijn klein begonnen en langzaam gegroeid.”
En het was hard werken in die begin tijd. De zeehonden hadden het in die periode moeilijk en er moest veel werk worden verzetten. De eerste badjes groef Lenie eigenhandig uit. “Ik sliep tussen de bedrijven door. Het kostte heel wat energie hoor.” Eén van Lenie’s favoriete plekken in Pieterburen is dan ook de pruimenboom in de tuin bij de dorpsschool, die er nog altijd staat. Voor wat extra energie at ze gereld een pruim uit eigen tuin.
Die begintijd, dat was mooi. Nog steeds zet Lenie zich in om zeehonden te redden, momenteel helpt ze een nieuwe opvang oprichten in Iran en in Rusland. Van Lenie hoeft het allemaal niet zo luxe, niet zo commercieel. “Zo is de opvang in Pieterburen nu wel. Het draait niet meer om de zeehond, maar om het geld. In die landen waar ik nu bezig ben, is dat anders. Daar is het heel arm. Zelf hadden we het vroeger ook niet breed thuis. Ik heb vijf oudere broers, ik was echt een nakomertje. Het autobedrijf van mijn vader ging failliet toen ik nog jong was, waardoor we het niet breed hadden. Ik heb het moeten doen met wat er was. Daardoor kan ik van niets iets maken. Ik weet hoe het is om met een kledingkaartje kleren te moeten halen. Er was nooit iets leuks. En dan de schaamte. Met het project in andere landen ben ik niet alleen bezig om iets voor de zeehonden te doen, maar ook voor de bevolking, die erg arm is. Als in Iran nu een visser een zeehond in het net krijgt, hebben we afgesproken dat hij de zeehond eruit snijdt. In ruil daarvoor krijgt hij geld voor een nieuw net. Vaak repareren ze het net gewoon met naald en draad en gebruiken ze het geld als extraatje op hun inkomen, wat erg welkom is. Zo snijdt het mes aan twee kanten.”
De verhouding tussen de inwoners van Pieterburen en Lenie is niet meer wat het ooit geweest was. “Die mensen daar hebben niet om al die toeristen gevraagd. Sommigen hebben daar wel last van. Ook is het niet fijn om van één iemand afhankelijk te zijn, dat kan ik me goed voorstellen. Dat zou ik zelf ook niet fijn vinden. Maar ik heb ook veel voor het dorp gedaan. Zo heb ik me er voor ingezet dat de school als bezoekerscentrum behouden bleef voor het dorp. En we hebben er ook heel veel plezier gehad. Wat een feesten hadden we daar. Dan kwam Prins Bernard langs met de helikopter, hij gaf ook regelmatig wat geld. Ik kon erg goed met hem opschieten. In juni trof ik prinses Beatrix nog. Ze zei tegen mij: ‘wat een toestand daar.’ Ik zei: ‘ja, wat missen we uw vader nu. Nu had ik uw vader nodig.’ Hij zal best zijn streken hebben gehad, maar het was een hele goede man, die veel voor kleinschalige projecten voor dieren deed, vooral in het buitenland. Maar ondanks alles wat er gebeurd is, blijf ik vooruit kijken. Ik wil verder. Voor mij is er nog zoveel te doen.”

Lenie 't hart 2