MiniKul – week 20 ‘14

‘Bewonderen’ gaat mij vaak te ver. Dat is ‘iets met eerbiedige of goedkeurende verbazing beschouwen’, aldus de Dikke Van Dale. En zo eerbiedig ben ik niet. Maar benijden – beetje jaloers zijn op iemands kwaliteiten – doe ik des te meer. Zoals de vijf jaar geleden overleden columnist Martin Bril. ‘Ach, had mijn vrouw maar één zo’n been,’verzuchtte de gevierde schrijver en dichter Godfried Bomans, toen hij jaren geleden op tv de bejaarde maar dank zij  cosmetisch gerepareer en geplamuur nog beeldschone diva Marlène Diettrich aankondigde. In die geest denk ik ook als ik Brils gebundelde columns herlees en lees: Ach, had ik maar tien procent van zijn schrijfkwaliteiten….
Vijf jaar na zijn dood op 22 april 2009 – na een vreselijke lijdensweg; hij werd maar 50 jaar  – verscheen een niet door zijn vrouw geautoriseerde biografie onder de titel ‘De schelmenjaren van Martin Bril’. Mijn dochter gaf het me op mijn verjaardag, ook op 22 april. Op basis van verhalen van vrienden en zij die zich nu zo noemen wordt daarin zijn bewogen levensverhaal geschetst. Bril wordt algemeen de scherpste observator van zijn tijd genoemd, de man die ‘de rotonde een ziel gaf’ omdat hij op zijn dagelijkse trektocht door Nederland heel wat rotondes en aanverwante zaken beschreef en tot leven bracht. Hij suggereerde een sfeer, waar je je als lezer helemaal in kon verplaatsen. En als vrouwenobservator maakte hij van rokjesdag, de eerste voorjaarsdag dat jonge vrouwen buiten in korte rokjes kunnen flaneren, een fenomeen. Maar Bril was niet alleen een virtuoos schrijver, hij had – zo vertellen zijn ‘vrienden’ vijf jaar na zijn dood! – echter ook een boel puur negatieve eigenschappen. Die ze vervolgens gretig opsomden.
Wat Martin Bril privé deed en wie hij volgens hen was, staat volgens mij echter helemaal buiten zijn literaire verdiensten. Maar als een soort lijkenpikkerij, er zijn ook na zijn dood meer gebundelde columns van hem uitgegeven dan daarvoor, kregen we ter gelegenheid van zijn vijfjarige dood in vooral allerlei zich kwaliteitsmedia noemende kranten en tijdschriften nu opeens een heel andere Bril voorgeschoteld: Pure egoïst, zuiplap, snuiver, sjaggeraar, ga maar door. Enfin – vermaard stopwoordje van Bril – van het gezegde ‘Van de doden niets dan goeds’ hebben zijn ‘vrienden’ waarvan je het toch moet hebben, zich niet veel meer aangetrokken. En dat zegt meer over henzelf dan over Bril, vindt
Henk Hendriks