MiniKul – week 22 ‘15

Een krantenartikel begin mei – de week vol van Tweede Wereldoorlog-herdenkingen – had de titel ‘Marsen, hymnes en een vleugje jazz’. Dat ging over de muziek die vlak na de bevrijding in 1945 werd gespeeld. Waaronder marsen. Als jonkie van toen tien raakte ik erg onder de indruk van een Schots muziekcorps, dat een trotse intocht in de stad Groningen, mijn toenmalige woonplaats, hield. Met Schotse doedelzakmarsuziek. Maar wat me vooral nog levendig voor de geest staat is de pronte roodharige(!) en royaal beboezemde (!!) vrouwelijk tamboer-maitre, die met haar staf vooraan liep en die telkens hoog in de lucht wierp om hem na een paar passen weer gewiekst op te vangen. Datzelfde – hoog opgooien en daarna weer sierlijk opvangen – herinner ik me ook nog goed van de stoere politieman, die de tamboerstok zwierig hanteerde bij het toenmalige Groninger Politie Muziekcorps. Bij speciale gebeurtenissen – je was weinig gewend – kwam dat toen gerenommeerde corps regelmatig opdraven om marsmuziekdeuntjes te spelen. Zo ook bij een (waarschijnlijk semi)interlandvoetbalwedstrijd in het Be Quickstadion in Haren. Hoog gooide de politieman zijn staf in de lucht, waarna deze echter buiten zijn grijpgrage handen met de punt loodrecht in de grond verdween. Het was, zo herinner ik me, het hilarische hoogtepunt van die wedstrijd.
Of ik als jonkie veel hymnes heb gehoord, weet ik eerlijk gezegd niet meer. (Land of hope and glory, misschien?) maar een vleugje jazz wat daar in de Nederlandse vertolking voor doorging, heb ik wel degelijk meegekregen. Een paar jaar na de oorlog trad het binnen onze landsgrenzen wereldberoemde orkest The Ramblers – in de oorlog speelden ze overigens ‘normaal’ door – ook eens live op in de toen nog bestaande Harmonie in Groningen. Ik had er voor gespaard om die happening bij te kunnen wonen. Mijn ouders hadden me zelfs daarvoor ‘avondpermissie’ tot tien uur gegeven. Marcel Thielemans was de charme-zanger en Wim Poppink die trompet speelde, zong vaak ook een deuntje mee. Zijn ‘Wie is Loesje, wie is toch dat snoesje? Loesje is het meisje van de drummer van de band’ scheen op waarheid te berusten. Drummer Kees Kranenburg had ‘verkering’ met een Groningse schone, zoemde het rond. En de topsong ‘De diender Simon Meris liep zijn ronde door het bos’  kan ik ook nu nog bijna letterlijk nazingen. Maar van ‘echte’ Amerikaanse negerjazz had ik geen verstand. En nu nog niet…
Henk Hendriks