MiniKul – week 28 ‘14

Ik ben nooit echt gevoelig geweest voor het ophalen van herinneringen aan toen. Geweest is geweest, was en is mijn motto. Moedig – nou ja, moedig? – voorwaarts dus. Tóch betrap ik me er op, dat ik de laatste tijd af en toe terugdenk aan vooral kleine dingetjes die me toen – when I was young – frappeerden. Zoals toen mijn vrouw en ik vorige week zaterdag op weg naar een eetgelegenheid in Noordlaren langs de plek reden waar we zestig jaar geleden op een snikhete zomerdag onze eerste écht koude coca cola dronken. Dat was bij een klein cafeetje op de plek waar nu een royale semi-klassieke bungalow staat. Tuurlijk, cola kende ik wel. Maar dat was dan geloof ik van Hero, dus nepperig. Déze cola was de echte. Cóca cola in dat speciale flesje wat nu een ordinair blikje is. Dat flesje kwam uit een vrieskist en was dus ijs- en ijskoud. Die heerlijke nog niet ontdekte smaak is me altijd bijgebleven. Vooral dat koude. Want koelkasten waren er voor de modale mens toen nog niet.
Zo’n nostalgisch gevoel bekroop me gisteren ook, toen ik een artikel over het honderdjarig bestaan van de Camping Bakkum las. Ik ben er, ook weer zo’n  halve eeuw geleden, één keer met mijn gezinnetje vlakbij geweest met de bedoeling om een weekendje onze nieuwe tent uit te proberen. We troffen er een voor die tijd enorme file die voor een dichte slagboom stond. Die ging mondjesmaat open om steeds één auto door te laten waarna schreeuwende bepette mannen de mensen in hun auto naar een parkeerplek toebrulden. En hen vervolgens toeblaften dat ze hun bagage op platte karren moesten laden en hun auto sowieso moesten laten staan op weg naar hun met paaltjes afgebakende en genummerde kampeerplek. We zijn toen, vóór de slagboom nog, omgekeerd en teruggereden. De tent hebben we later in Joegoslavië uitgeprobeerd waar hij de orkaanachtige bora bora fier doorstond.
Camping Bakkum was toen DE weekend-kampeerplek voor vooral de benauwd en benepen wonende Amsterdamse gewone man. Nu is het, las ik, ook en vooral een grachtengordelige recreatieplek voor Amsterdamse yuppen en aanverwante lieden geworden. Het kan, inderdaad, verkeren. En dat in een halve eeuw.
Mét dat ik dit typ welt een nostalgisch liedje van vlak na de oorlog bij me op: ‘Bloesems van seringen brengt herinneringen, ook voor mij.’ Dus nu maar stoppen voordat dit ál te slijmerig wordt.
Henk Hendriks